Bouwproductenverordening 2024/3110: natuursteen en keramiek gaan digitaal
De nieuwe CPR trad op 7 januari 2025 in werking en is sinds 7 januari 2026 volledig van toepassing. De overgang verloopt echter productfamilie per productfamilie. Zolang een product nog onder een bestaande geharmoniseerde norm van de CPR 2011 valt, blijft die regelgeving in principe van toepassing. Zodra voor de betreffende productfamilie een nieuwe technische specificatie onder CPR 2024 wordt geciteerd, verschuift het product naar het nieuwe kader.
Van EPD naar verplichte milieudata
Een van de opvallendste vernieuwingen is dat de fabrikant in de nieuwe Declaration of Performance and Conformity (DoPC) ook vooraf bepaalde milieukenmerken moet opnemen. Die informatie wordt berekend op basis van een levenscyclusanalyse (LCA) en moet onder meer toelaten om de klimaatimpact van bouwproducten en uiteindelijk van gebouwen beter te berekenen.
Voor de sector van natuursteen en keramiek is vooral het gefaseerde tijdpad belangrijk. Vanaf 8 januari 2026 moeten de eerste vier milieukenmerken worden afgedekt: de totale klimaatveranderingseffecten en de onderverdelingen voor fossiele en biogene bronnen, plus landgebruik en verandering van landgebruik. Vanaf 9 januari 2030 volgen nog negen indicatoren, waaronder ozonafbraak, verzuring, verschillende vormen van eutrofiëring, fotochemische ozonvorming, grondstoffengebruik en watergebruik. Vanaf 9 januari 2032 komen de laatste zes indicatoren erbij, waaronder fijnstof, ioniserende straling, ecotoxiciteit en humane toxiciteit.
Het is dus correct om 2032 als het moment van de volledige set vooraf bepaalde milieukenmerken te beschouwen. Strikt juridisch gaat het echter niet om een volledig nieuw systeem dat pas in 2032 start: de milieugegevens worden vanaf 2026 stapsgewijs uitgebreid.
Wat betekent dat voor natuursteen en keramiek?
Voor producenten wordt milieudata een structureel onderdeel van de productdocumentatie. Dat is relevant voor bijvoorbeeld keramische tegels, natuursteenplaten en andere vloer- en wandafwerkingen zodra ze onder de nieuwe geharmoniseerde technische specificaties vallen. De fabrikant moet de milieuprestaties van het product over de levenscyclus kunnen onderbouwen. Daarbij wordt ook de verpakking meegenomen. De verordening voorziet bovendien in een specifiek beoordelings- en verificatiesysteem voor milieukenmerken, waarbij aangemelde instanties de LCA-inputs, aannames en gebruikte software kunnen controleren.
Dat betekent niet dat een bestaande EPD simpelweg gelijkgesteld kan worden aan de nieuwe DoPC. De Europese Commissie spreekt expliciet over een overgang van EPD's naar de milieugegevens die binnen de CPR-2024 in de DoPC worden opgenomen. Een EPD blijft wel een belangrijke bron van milieudata en kan in de praktijk een belangrijke voorbereiding vormen op de nieuwe verplichtingen.
Voor de handel is dat onderscheid belangrijk. Een groothandel die vandaag producten uit verschillende landen en van verschillende fabrikanten aanbiedt, zal steeds vaker moeten kunnen aantonen welke productinformatie bij welk product hoort. Het volstaat minder om alleen een technische fiche of CE-document te bewaren.
Het Digital Product Passport komt erbij
De volgende stap is digitalisering. De CPR-2024 voorziet een Digital Product Passport (DPP) voor bouwproducten. Dat paspoort wordt een digitale informatiecontainer waarin onder meer de Declaration of Performance and Conformity, algemene productinformatie, gebruiks- en veiligheidsinstructies, technische documentatie en unieke identificatiegegevens kunnen worden opgenomen. De informatie moet correct, volledig en actueel zijn.
Praktisch kan dat voor een groothandel betekenen dat een QR-code, datamatrix of andere gegevensdrager op verpakking of product toegang geeft tot de digitale productinformatie. Een medewerker hoeft dan niet langer verschillende pdf's, technische fiches en verklaringen bij elkaar te zoeken. De productidentiteit vormt de sleutel tot de informatie.
Voor de plaatser verandert dat de manier waarop productinformatie beschikbaar komt. Denk aan een tegelzetter die op de werf wil controleren welke prestaties of toepassingsinformatie bij een specifieke tegel hoort. In plaats van een papieren technische fiche of een map met documenten kan de informatie digitaal aan het product gekoppeld zijn. De DPP is bovendien ontworpen als machineleesbare en uitwisselbare informatie, zodat gegevens ook door digitale systemen kunnen worden verwerkt.
Belangrijk is wel dat de concrete verplichting tot het beschikbaar stellen van het DPP gekoppeld is aan de verdere Europese uitwerking per productfamilie. Het is dus te vroeg om te stellen dat vanaf vandaag iedere tegeldoos een verplicht DPP moet hebben. De Europese Commissie werkt de praktische implementatie verder uit.
Voor natuursteen en keramiek wordt de vraag daarom niet langer alleen: voldoet dit product technisch? Steeds vaker wordt het ook: kunnen we diens prestaties en milieuprofiel aantoonbaar en digitaal onderbouwen?
Zonder EPD uit de aanbesteding?
Voor de sector is wellicht de belangrijkste vraag wat dit betekent bij aanbestedingen. Een product zonder EPD wordt niet automatisch door de CPR-2024 van de markt geweerd en een EPD is niet algemeen identiek aan een wettelijke toelatingsvoorwaarde. De CPR regelt in de eerste plaats de geharmoniseerde voorwaarden voor het op de markt brengen van bouwproducten.
Maar in aanbestedingen kan milieuprestatie wél degelijk een selectie- of gunningsfactor worden. Artikel 83 van de nieuwe verordening voorziet in verplichte minimumeisen inzake ecologische duurzaamheid voor bepaalde bouwproducten. Die eisen kunnen in overheidsopdrachten worden vertaald naar technische specificaties, selectiecriteria, uitvoeringsvoorwaarden of gunningscriteria. Aanbestedende overheden kunnen bovendien ambitieuzere milieueisen stellen.
Daar ligt het reële risico voor fabrikanten, importeurs en distributeurs. Een natuursteen of keramisch product zonder bruikbare, betrouwbare milieudata hoeft niet noodzakelijk illegaal of niet-CE-conform te zijn, maar kan in een concreet bouwproject wel moeilijker inzetbaar worden wanneer het bestek aantoonbare milieuprestaties vraagt.
Dat is vandaag al relevant. De Europese Commissie en het Joint Research Centre hebben specifieke aanbevelingen ontwikkeld voor groene overheidsopdrachten voor harde vloer- en wandbekledingen, waaronder natuursteen en keramiek. Milieucriteria zijn dus geen theoretische toekomstmuziek.
Nu voorbereiden, niet wachten tot 2032
Voor de tegel- en natuursteensector is de boodschap duidelijk: 2032 is niet het startpunt, maar het eindpunt van een traject dat al loopt. Producenten moeten hun milieudata op orde krijgen; importeurs en groothandels moeten weten welke informatie zij van hun leveranciers kunnen verwachten. Plaatsers doen er op hun beurt goed aan vertrouwd te raken met de nieuwe digitale productinformatie.
De praktische impact zal uiteindelijk minder zitten in een extra document dan in een andere manier van werken. Technische prestaties, milieuprestaties, traceerbaarheid en productinformatie groeien naar één digitale productidentiteit toe. Wie pas bij een aanbesteding ontdekt dat zijn producten onvoldoende milieudata hebben, loopt dan achter de feiten aan.
Voor natuursteen en keramiek wordt de vraag daarom niet langer alleen: voldoet dit product technisch? Steeds vaker wordt het ook: kunnen we diens prestaties en milieuprofiel aantoonbaar en digitaal onderbouwen? Dat is de werkelijke verandering die de CPR-2024 in gang zet.