De extra-contractuele aansprakelijkheid van de aannemer

De algemene plicht tot zorgvuldigheid die voor iedereen geldt, is voorzien in artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek (principe van de burgerlijke aansprakelijkheid):“Elke daad van de mens, waardoor aan een ander schade wordt veroorzaakt, verplicht degene door wiens schuld de schade is ontstaan, deze te vergoeden”.

Wanneer een aannemer hierin te kort schiet en daardoor schade veroorzaakt, zal hij aansprakelijk worden gesteld. Dit noemt men de extra-contractuele of buitencontractuele aansprakelijkheid van een aannemer.

De hoofdaannemer, die een gedeelte van de werken uitbesteedt aan een onderaannemer, is tegenover de bouwheer contractueel verantwoordelijk voor de werken die hij aan onderaannemers heeft toevertrouwd. Indien deze werken gebreken vertonen, moet de opdrachtgever zich tot de hoofdaannemer wenden en kan hij de onderaannemer niet rechtstreeks aanspreken. Dit is de contractuele aansprakelijkheid van een aannemer.

De bouwheer kan de onderaannemer enkel rechtstreeks aanspreken wanneer voldaan is aan twee voorwaarden:

  • wanneer de onderaannemer een fout heeft begaan die geen louter contractuele wanuitvoering is doch een inbreuk op de zorgvuldigheidsplicht;
  • wanneer de schade niet louter bestaat uit een gebrekkige uitvoering van de werken. Bijvoorbeeld: onderaannemer veroorzaakt dakbrand door onvoorzichtigheid.

Men moet dus duidelijk een onderscheid maken tussen contractuele en extra-contractuele aansprakelijkheid.

Schade aan derden

Tegenover derden liggen de zaken evenwel anders. Derden kunnen toevallige voorbijgangers zijn, andere nevenaannemers, buren, een architect,… De onderaannemer kan persoonlijk aansprakelijk worden gesteld wanneer hij door de uitvoering van zijn werken schade aan derden berokkent.

De extra-contractuele aansprakelijkheid is de aansprakelijkheid wegens een inbreuk op de algemene zorgvuldigheidsplicht, wettelijke normen of technische normen. Bijvoorbeeld, derden toelaten op een werf wanneer er geen veilige doorgang is, onbewaakt achterlaten van gevaarlijke voorwerpen, de aannemer die bij het verlaten van de werf tegen een ladder rijdt die valt op de auto van een buurman, enzovoort.
De aannemer dient dus alle maatregelen te nemen om schade en ongevallen te vermijden.

De hoofdaannemer daarentegen is in principe niet aansprakelijk voor de schade die door zijn onderaannemer aan derden wordt veroorzaakt. De onderaannemer voert de werken immers uit op eigen risico en hij is verantwoordelijk voor de schade die hij zelf of een van zijn werknemers veroorzaakt.

Uitzonderingen

Op dit principe bestaan evenwel uitzonderingen, onder meer wanneer de hoofdaannemer zelf een fout begaat door niet de nodige voorzorgsmaatregelen te treffen om schade aan derden te voorkomen of wanneer hij verzuimt die maatregelen op te leggen aan zijn onderaannemer.

Een tweede uitzondering is wanneer de onderaannemer de werken uitvoert onder het rechtstreeks gezag en leiding van de hoofdaannemer. Dan kan de onderaannemer beschouwd worden als de aangestelde van de hoofdaannemer en is deze verantwoordelijk op basis van artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek. Dit is bijvoorbeeld een feitelijke toestand waarbij de hoofdaannemer de bevoegdheid heeft om bevelen of onderrichtingen te geven. De problematiek komt doorgaans ter sprake bij de verhuring van een kraan met kraanman. Wanneer het over een loutere verhuring gaat van een kraan met een arbeider om de machine te besturen, waarbij de kraanman op de werf de expliciete instructies volgt van een huurder, dan is de huurder aansprakelijk wanneer de kraanman een ongeval zou veroorzaken en schade zou berokkenen aan derden. Dit is geen onderaanneming maar een verhuur.

Bij een onderaanneming, waarbij de onderaannemer een bepaald werk uitvoert op eigen risico, blijft de onderaannemer verantwoordelijk voor ongevallen veroorzaakt door zijn kraanman.

Bewijs van fout

De meest voorkomende schadegevallen zijn werken waarbij schade wordt veroorzaakt aan naburige eigendommen. Bijvoorbeeld door afbraakwerken, hinderen van verkeer, schade aan het wegdek, gebrekkige signalisatie, schade aan ondergrondse kabels en leidingen.

Belangrijk bij de extra-contractuele aansprakelijkheid is dat er altijd een bewijs moet geleverd worden van een fout.

Aangezien het onderscheid tussen de contractuele en extra-contractuele aansprakelijkheid niet altijd makkelijk te maken is, lijkt het ons niet onverstandig zich tijdig te informeren bij advocaat of verzekeraar.

In een volgend artikel bespreken we het belang van de inhoud van het onderaannemingscontract, waarin u bepaalde ‘veiligheden’ kan inbouwen in de verhouding tussen hoofd- en onderaannemer.


Wil je op de hoogte blijven van nieuws uit de sector?
Laat dan hieronder jouw e-mailadres achter!