Wie betaalt de kosten bij gerechtelijke procedure?

Bij een gerechtelijke procedure moet u de kosten zelf betalen, maar kan u deze ook recupereren?

Bij een gerechtelijke procedure voor hoven en rechtbanken wordt u op juridisch vlak bijgestaan door een advocaat. Deze kosten moeten u zelf betalen, maar kan u deze ook recupereren?

Gedingkosten

Een winnende procespartij heeft recht op de betaling van de gedingkosten. Deze gedingkosten zijn onder meer de dagvaardingskosten, rolrechten bij de griffie, expertisekosten, kosten van gerechtsdeurwaarders bij betekening en uitvoering, alsook de rechtsplegingsvergoeding.

Deze gedingkosten moeten door de verliezende partijbetaald worden aan de winnende partij. We onderscheiden verschillende soorten gedingkosten:

  • De kosten voor een dagvaarding of voor een gerechtelijke expertise, worden aangerekend op basis van een factuur opgesteld door een gerechtsdeurwaarder of door de gerechtsdeskundige. Sedert 2012 zijn de gerechtsdeurwaarders en notarissen ook B.T.W.-plichtig.
  • Een rechtsplegingsvergoeding heeft als doel de winnende partij (deels) te vergoeden voor zijn advocaatkosten. Deze vergoeding wordt wettelijk vastgelegd naargelang de waarde van het geschil en naargelang de bevoegde rechtbank. Deze vergoeding is voorzien in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek.

Rechtsplegingsvergoedingen

Sinds maart 2011 (K.B. 26/10/2007, B.S., 09/11/2007) zijn deze rechtsplegingsvergoedingen geïndexeerd en aanzienlijk verhoogd doch deze zijn niet voldoende om alle kosten en erelonen van advocaten te vergoeden. U moet er zich dan ook van bewust zijn dat er nog bedragen zullen zijn die u zelf zal moeten betalen aan uw raadsman.

Deze rechtsplegingsvergoedingen zijn dus wettelijk bepaald en als volgt voorzien:

Waarde van de vordering Normaal bedrag Minimumbedrag Maximumbedrag
Tot en met 250,00 165,00 € 82,50 € 330,00 €
Van 250,01 tot 750,00 220,00 € 137,50 € 550,00 €
Van 750,01 tot 2.500,00 440,00 € 220,00 € 1.100,00 €
Van 2.500,01 tot 5.000,00 715,00 € 412,50 € 1.650,00 €
Van 5.000,01 tot 10.000,00 990,00 € 550,00 € 2.200,00 €
Van 10.000,01 tot 20.000,00 1.210,00 € 687,50 € 2.750,00 €
Van 20.000,01 tot 40.000,00 2.200,00 € 1.100,00 € 4.400,00 €
Van 40.000,01 tot 60.000,00 2.750,00 € 1.100,00 € 5.500,00 €
Van 60.000,01 tot 100.000,00 3.300,00 € 1.100,00 € 6.600,00 €
Van 100.000,01 tot 250.000,00 5.500,00 € 1.100,00 € 11.000,00 €
Van 250.000,01 tot 500.000,00 7.700,00 € 1.100,00 € 15.400,00 €
Van 500.000,01 tot 1.000.000,00 11.000,00 € 1.100,00 € 22.000,00 €
Vanaf 1.000.000,01 16.500,00 € 1.100,00 € 33.000,00 €

 

Indien het gaat over niet in geld waardeerbare zaken (zoals bijvoorbeeld de aanstelling van een gerechtsdeskundige) dan is de basisrechtsplegingsvergoeding 1320,00 euro (minimum 82,50 euro en maximum 11.000,00 euro).

In principe wordt in de meeste procedures de basisrechtsplegingsvergoeding toegestaan.

Hoger lager

In uitzonderlijke omstandigheden kan de rechtbank beslissen om een hoger of lager bedrag toe te staan:

  • Verlagen tot het minimumbedrag is bijvoorbeeld mogelijk wanneer de verliezende partij niet aanwezig is op de zitting (verstek) of bij precaire financiële draagkracht.
  • Verhogen tot het maximumbedrag is bijvoorbeeld mogelijk bij een kennelijk onredelijk karakter van de situatie of bij een zeer complexe zaak.

Deze verhoogde of verlaagde rechtsplegingsvergoedingen blijven de uitzondering en moeten altijd gemotiveerd gevraagd worden.

Technisch expert

Wanneer u bij de gerechtelijke procedure een beroep heeft gedaan op een technisch expert, bijvoorbeeld een architect, auto-expert of ingenieur, dan kan u voor deze kosten een vordering instellen. De kosten van een eigen technisch expert (noodzakelijk om een raming te maken van de omvang van de schade) worden beschouwd als een vergoedbare schadepost (o.a. Cass., 28/02/2002, N.J.W., 2002, 351; Wet van 02/08/2002 betreffende de bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties, B.S., 07/08/2002). Dit maakt geen deel uit van de rechtsplegingsvergoeding maar is een aparte vordering die u kan opnemen in uw schadeclaim.

Enerzijds zijn de rechtsplegingsvergoedingen aanzienlijk verhoogd, zodat men als winnende partij toch een gedeelte van de kosten kan laten vergoeden door de verliezende partij, doch anderzijds moet men zich de vraag stellen of dit de toegankelijkheid tot het gerecht niet belemmert. Een voordeel is dat tergende of lichtzinnige procedures worden vermeden.

De rechtszekerheid voor de burger is duidelijk geen motivatie geweest voor de wetgever. In elk geval is het aangewezen dat u zich vooraf door uw advocaat laat informeren welke gedingkosten er toepasselijk zijn.

Griffierechten

Ten derd zijn er ook nog de griffierechten die moeten betaald worden voor het op rol brengen van een procedure, zowel bij een dagvaarding als bij een verzoekschrift. Dit zijn een soort belastingen die moeten betaald worden aan de griffie voor het opstarten van een gerechtelijke procedure. Deze kosten moeten voorgeschoten worden door de eisende partij die de zaak aanhangig wenst te maken voor de Rechtbank. Uiteindelijk zullen ook deze kosten ten laste worden gelegd van de verliezende partij.

De griffierechten werden sedert de Wet van 26 mei 2015 aanzienlijk verhoogd. Deze maatregel, die sinds 1 juni 2015 van kracht is, moet de schatkist 20 miljoen euro extra opbrengen.

Volgens de nieuwe regeling dienen de griffierechten berekend te worden op basis van de waarde van de vordering èn in functie van het aantal partijen.

Geschatte waarde

Om te weten wat de waarde is van de vordering moet de eisende partij, haar advocaat of de gerechtsdeurwaarder een “pro fisco verklaring” neerleggen ter griffie. Hierin moet een “geschatte waarde van de definitieve vordering” ingevuld worden. Dit is echter niet altijd zo eenvoudig. Wie een procedure opstart voor bijvoorbeeld gebreken aan een woning of een verkeersongeval, weet vaak nog niet wat de omvang zal zijn van de schade. In deze gevallen wordt er meestal eerst een gerechtsdeskundige aangesteld om te adviseren hoeveel de schade bedraagt.

Deze maatregel werd onthaald op heel wat kritiek. De toegang tot de rechtbanken wordt opnieuw duurder gemaakt. Van een advocaat wordt verwacht dat hij of zij kan voorspellen wat de definitieve omvang van de vordering zal zijn. De advocaat wordt hier aangesteld als “hulpje” van de fiscus om te bepalen welke belasting zijn cliënt moet betalen…