Marmomac 2026: natuursteen herontdekt zijn bouwkracht
Een jubileum met een gerichtere focus
Van 22 tot en met 25 september 2026 vierde Marmomac in Veronafiere zijn zestigste editie. Volgens de beurscommunicatie namen meer dan 1.300 exposanten uit 54 landen deel en kwamen ongeveer 50.000 vakbezoekers uit 132 landen naar Verona. Het internationale karakter bleef groot: zowel bij de exposanten als bij de bezoekers kwam een ruime meerderheid van buiten Italië.
Toch was er een kanttekening: het aantal exposanten lag lager dan in 2025, toen er 1.480 waren. Tegelijk investeerden de organisatoren sterker in gerichte zakelijke contacten, met 450 uitgenodigde topinkopers uit 58 landen en meer dan 3.200 vooraf geplande B2B-afspraken. De beurs leek daarmee minder op omvang alleen te mikken en meer op concrete ontmoetingen tussen producenten, kopers en ontwerpers. De volgende editie staat gepland van 21 tot en met 24 september 2027.
The Bedrock: steen als bouwmateriaal
De belangrijkste inhoudelijke vernieuwing was The Bedrock – Leading the Future of Natural Stone in hal 10. Het voormalige tentoonstellings- en experimenteerpaviljoen kreeg een bredere rol als ontmoetingsplek voor architectuur, onderzoek, ontwerp en industrie. In het midden stond Pantheon, een jubileuminstallatie met vijftien zuilen waarin zestig natuursteensoorten waren verwerkt.
Vier tentoonstellingen verkenden de toekomst van steen vanuit verschillende invalshoeken.
- On Stone – Learning from Lessinia onderzocht traditionele lokale bouwtechnieken en de rol van regionale steen in duurzamer bouwen.
- Marble Interiors plaatste historische en hedendaagse interieurprojecten naast elkaar en gebruikte reststukken in een grote ingelegde vloer.
- Carisma Materico toonde hoe digitale bewerking complexe geometrieën kan maken met een efficiënt materiaalgebruik.
- Een vierde tentoonstelling (C'era Una Volta Il Cielo Dell'architettur) onderzocht stenen gewelven en stereotomie: het nauwkeurig vormgeven van blokken zodat ze samen een constructie vormen.
De gemene deler was duidelijk: natuursteen wordt opnieuw benaderd als constructief en ruimtelijk materiaal, niet alleen als dunne bekleding. Dat vraagt om vroeg overleg tussen architect, ingenieur en steenverwerker over gewicht, verbindingen, toleranties en maakbaarheid.
The Bedrock
The Bedrock
The Bedrock
On Stone – Learning from Lessinia
On Stone – Learning from Lessinia
Ruwere texturen en meer kleur
Op de beursvloer viel de verschuiving weg van de hoogglans op. Geborstelde, gezoete, gezandstraalde en andere tactiele afwerkingen gaven marmer, kwartsiet en travertijn een minder gepolijst karakter. Dat betekent niet dat een ruwe uitstraling slordige uitvoering toelaat: bij hoogwaardige toepassingen moeten textuur en kleur over het volledige oppervlak voldoende consistent blijven.
Ook uitgesproken kleuren waren nadrukkelijk aanwezig. Groene en rode marmers, polychrome stenen en kwartsieten met lila- of blauwtinten boden een alternatief voor de lang dominante witte en grijze materialen. Daarnaast werden achterverlichte oppervlakken in onder meer onyx en doorschijnende kwartsieten getoond. Zulke toepassingen vragen een gelijkmatige lichtverdeling, aandacht voor warmteafvoer en een oplossing die onderhoud mogelijk maakt. Afhankelijk van de steen en de toepassing kan ook een verstevigende drager nodig zijn.
Steen werd bovendien steeds vaker als meubel of ruimtelijk element gepresenteerd: van wastafels en baden tot gebogen togen, ronde tafels en beklede wanden. CNC-bewerking maakt complexe vormen beter haalbaar, maar de ontwerpvrijheid blijft afhankelijk van de eigenschappen van de gekozen steensoort, de plaatdikte en de manier waarop het element wordt ondersteund.
Restmateriaal krijgt een tweede leven
Inlegwerk met zaagresten was een van de opvallende circulaire thema’s. Fragmenten met uiteenlopende aders en kleuren werden samengebracht tot een nieuw vloerbeeld. Ook de tentoonstellingen in The Bedrock legden de nadruk op steenpoeder, reststukken en digitale fabricage. Daarmee wordt materiaalverlies niet alleen een afvalvraagstuk, maar ook een mogelijke bron voor nieuwe producten en ontwerpen.
De beurs zette daarnaast een internationale duurzaamheidsprijs in de kijker. De bekroonde voorbeelden gingen onder meer over het inzetten van groevebijproducten als alternatief voor natuurlijk zand, het terugwinnen van proceswater, styreenvrije mastiek en een behandeling om de slipweerstand van steen te verbeteren zonder het uitzicht ingrijpend te veranderen. Zulke oplossingen zijn veelbelovend, maar de praktische meerwaarde moet steeds blijken uit productdocumentatie, testresultaten en geschiktheid voor de concrete toepassing.
Voor voorschrijvers volstaat een algemeen verhaal over de lange levensduur van natuursteen steeds minder. Vraag waar relevant naar een milieuproductverklaring (EPD), de herkomst van de steen, transportafstanden en informatie over water- en slibbeheer. De milieu-impact hangt niet alleen af van het materiaal zelf, maar ook van winning, verwerking, transport, onderhoud en levensduur.
Het digitale steenatelier
Machines en verwerkingssystemen bleven een economisch zwaartepunt van Marmomac. Het aanbod omvatte onder meer multidraadzagen, CNC-brugzagen, waterstraalsnijden, geautomatiseerde polijstlijnen en robots voor plaathantering en afwerking. Ook artificiële intelligentie werd ingezet voor kwaliteitscontrole, voorspellend onderhoud en optimalisatie van zaagplannen.
Een belangrijke ontwikkeling is de digitale registratie van individuele platen. Wanneer een plaat wordt ingescand en de gegevens over tekening, geometrie en afmetingen digitaal beschikbaar zijn, kunnen klant en atelier vooraf een specifieke plaat selecteren en het snijplan voorbereiden. Ook de aderloop en bookmatching — het spiegelsymmetrisch laten aansluiten van aders — kunnen digitaal worden beoordeeld voordat de plaat wordt verwerkt.
Digitalisering levert echter pas winst op wanneer de hele keten aansluit. De digitale plaatgegevens moeten overeenkomen met een nauwkeurige opmeting op de werf en met bestanden die rechtstreeks bruikbaar zijn voor de bewerkingsmachine. Voor kleinere steenhouwerijen kan een stapsgewijze aanpak verstandig zijn: begin met digitale opmeting en zaagoptimalisatie en breid pas daarna uit naar verdere automatisering. De juiste investering hangt af van het productievolume, het soort opdrachten en de bestaande workflow.
Wat betekent dit voor de Belgische praktijk?
- Voor architecten en voorschrijvers begint een goed natuursteenproject bij de toepassing, niet bij het uitzicht alleen. Marmer en veel kalksteensoorten zijn gevoelig voor zuren; graniet en kwartsiet gedragen zich anders en zijn niet zonder meer onderling uitwisselbaar. Beoordeel daarom de relevante eigenschappen voor de beoogde belasting, vochtigheid, reiniging en blootstelling. Bij een ruwere afwerking moeten ook slipweerstand en reinigbaarheid worden beoordeeld. Laat bij twijfel een representatief proefvlak maken en beoordeel dat in het licht en de omstandigheden van het project.
- Verwijs in lastenboeken naar de productnorm die bij de toepassing past. EN 1469 behandelt natuursteenplaten voor wandbekleding, EN 12058 platen voor vloeren en trappen, EN 12057 modulaire tegels en EN 1341 platen voor buitenbestrating. Vraag daarnaast de relevante prestatieverklaring en technische documentatie. Bij gevels moeten de dimensionering, bevestigingen en prestaties van het volledige verankeringssysteem projectspecifiek worden aangetoond.
- Voor steenhouwers en verwerkers liggen kansen in digitale voorbereiding, efficiënter materiaalgebruik en het beheersen van hardere steensoorten zoals kwartsiet. Die vragen aangepaste gereedschappen, snijparameters en koeling. Ook gesloten waterkringlopen, stofbeheersing en veiligere verwerkingsproducten zijn tegelijk ecologische en praktische aandachtspunten.
- Voor de Belgische sector, met onder meer blauwe hardsteen en kalksteen uit de Maasvallei, biedt Marmomac een bruikbare herinnering aan de waarde van lokale kennis en korte ketens. Regionale steen kan een sterke keuze zijn wanneer de technische prestaties, herkomst en milieu-impact aantoonbaar aansluiten bij het project. De kernboodschap van Verona is dan ook niet dat natuursteen terugkeert naar vroeger, maar dat zijn bouwkundige mogelijkheden met hedendaagse ontwerp- en productietechnieken opnieuw worden onderzocht.