Opinie: Joachim Verhanneman

In elke editie van Polycaro geven we het woord aan iemand uit de sector met een uitgesproken mening

“Het is bijna onmogelijk geworden om Belgische vloerders aan te trekken. De overheid moet dringend iets doen want de kloof met het onderwijs is te groot. Al is het een complex probleem dat verder gaat dan het onderwijs alleen.

Sinds het erkenningsnummer afgeschaft is, mag een kapper zich bij wijze van spreken morgen tegelzetter noemen, zonder de minste opleiding. Dat is hallucinant als je ziet wat er allemaal komt kijken bij het leggen van een vloer. Dat er in België bij grote projecten vooral naar de prijs als parameter wordt gekeken om een project toe te kennen, doet er ook geen goed aan. Ik zag onlangs een klant die absoluut niet tevreden was van een aannemer. Maar bij zijn volgende project koos hij toch weer voor die goedkopere vloerder. Dus dan begrijp je wel dat zo iemand weinig moeite zal doen om zich bij te scholen en het vak beter te leren, als er toch vooral naar de prijs wordt gekeken. Omdat hun prijs zo laag is, werken ze veel te snel om volume te halen. Wat een verschil met landen als Italië en Oostenrijk, maar ook met onze buurlanden waar veel meer moeite gestoken wordt in de opleiding met een focus op kwaliteit. Ik merk ook dat de beroepsfierheid daar veel hoger ligt.

We zien dat de meeste goede tegelzetters opgeleid zijn bij een bedrijf of bij een andere goede tegelzetter. Van die stielkennis die ze op de werkvloer leren, zouden ze eigenlijk al 30 tot 40 procent om school moeten leren.Joachim Verhanneman

Dus ik pleit ervoor dat het probleem aan de basis wordt aangepakt. Want ik hoor dat vloerders en stucadoors in de middelbare school vaak samen in één richting zitten. Nadien kunnen ze wel een specialisatiejaar volgen, maar dat is te beperkt als ik zie waar wij allemaal rekening mee moeten houden: ondergronden, grootte van tegels, verlijmingstechnieken… De overheid moet ervoor zorgen dat leerlingen die ervoor kiezen om het vak te leren, de kans krijgen om het echt goed aan te leren zodat ze specialist worden. We zien dat de meeste goede tegelzetters opgeleid zijn bij een bedrijf of bij een andere goede tegelzetter. Van die stielkennis die ze op de werkvloer leren, zouden ze eigenlijk al 30 tot 40 procent om school moeten leren. Pas op, het is normaal hé dat jongeren die van school komen, nog niet alles kennen. Ik was ook onwetend toen ik van school kwam.

Ze zouden het beroepsonderwijs ook meer moeten aanmoedigen. Want het is ook een beetje onze schuld, als maatschappij. Iedereen wil zijn kinderen in het ASO. Een herwaardering van de mensen in de bouw zou ons helpen. Mensen motiveren en hun begeleiden om tegelzetter te worden. Workshops organiseren in het beroepsonderwijs. Of iemand uit het vak laten spreken. Foto’s tonen van mooie projecten.

Want ik krijg mijn vacatures niet meer ingevuld. Vroeger wilde ik liefst met Belgische mensen werken, maar ik vind ze niet meer. Nu werk ik uit noodzaak ook met buitenlandse werkkrachten. Ik heb hen leren kennen als harde werkers met veel stielkennis. Ze doen het heel goed, dus dat is een positief verhaal geworden.

Maar buitenlandse aannemers zijn geen oplossing op lange termijn. We beginnen nu al te merken dat Poolse werkmensen niet altijd meer naar België terugkeren, omdat de Poolse grootsteden soms al verder staan dan hier. Op bouwtechnisch gaat het daar vooruit.

Dus we hebben echt meer intelligentie nodig in onze sector. Anders vrees ik voor de toekomst en wordt het een ramp.

Joachim Verhanneman zit al meer dan twintig in de stiel en heeft sinds 2011 een eigen bedrijf met showroom in Brugge. Ze leveren en plaatsen vloeren, wandtegels en terrassen in keramiek en natuursteen.