Natuursteen in de kijker: het gespleten karakter van leisteen

Er zijn weinig steensoorten die onder de optische microscoop exact hetzelfde vertellen als in een handstuk. Leisteen is er één van. Zowel macroscopisch als microscopisch zijn er twee uitgesproken kenmerken: de steen is zeer fijnkorrelig en vertoont een uitgesproken, bijna perfecte splijting.

Ontstaan en samenstelling

Deze kenmerken zijn terug te brengen tot de mineraalinhoud. Leisteen is een laaggradig metamorfe steen gevormd uit fijnkorrelige sedimenten als klei en silt. Deze worden gevormd door erosie van continentale gesteenten, waar verwering en transport zorgen voor fysische en chemische degradatie van de afgebroken mineraal- en gesteentefragmenten. Dit proces neemt toe naarmate de afgebroken klasten door water weg van het brongesteente getransporteerd worden. De korrelgrootte wordt steeds kleiner en het kleigehalte groter. Stroming en golfslag houden de klasten in suspensie, waardoor ze steeds verder weg migreren tot ze uiteindelijk in rustig water terechtkomen. Klei en silt sedimenteren daar samen met het organisch materiaal van plankton in diepe, vaak zuurstofarme bekkens, zoals diep in een zee, waar andere klasten of grote organismen vrijwel ontbreken. Daardoor is de steen zo homogeen, fijnkorrelig en ook vaak donker van kleur.

Naarmate deze sedimenten dieper begraven worden door bovenliggende sedimenten, zullen ze gaan verstenen. Als dit pakket onder tektonische druk komt te staan, bijvoorbeeld tijdens een gebergtevorming, dan kan er een lichte vorm van metamorfisme optreden. De nieuw gevormde kleimineralen zijn plaatvormig en zullen loodrecht op de druk georiënteerd staan, waardoor zeer fijne maar sterk uitgesproken en bijna continue splijtvlakken ontstaan in het gesteente.

Van een leien dakje

Deze splijting heeft als voordeel dat de steen makkelijk en handmatig tot dunne plakjes te verwerken is. Bovendien is deze fijnkorrelige steen compact en weinig waterdoorlatend. Dat is ideaal voor een natuurlijke dakbedekking. De regelmatige plakjes kunnen mooi aaneensluitend geplaatst worden. Omdat ze zo weinig waterdoorlatend zijn, volstaat een dunne bedekking, wat dan weer het gewicht werkbaar houdt. In de Ardennen zijn er verschillende leisteengroeves geweest op de as tussen het Massief van Rocroi aan de grens met Frankrijk en het Massief van Stavelot aan de grens met Duitsland. Sommige daarvan leverden karakteristieke groene of paarse leien die nu nog steeds kenmerkend zijn.

Kleuren en afwerking

De meeste leien zijn echter grijs tot zwart van kleur, met subtiele nuances van rood, paars, blauw of groen. Uitgesproken tekeningen zijn daarbij afwezig, maar variërende kleurnuances zijn wel mogelijk. In leisteen kunnen ijzersulfides voorkomen, die risico geven op vlekvorming in vochtige condities. Bij de verwerking van leisteen wordt nog steeds gebruik gemaakt van de natuurlijke splijtvlakken in het gesteente. Daardoor zijn de meeste leistenen natuurruw afgewerkt en worden ze gebruikt in een rustieke context. Na plaatsing kunnen nog kleine schilfers loskomen, waarna een meer stabiel oppervlak bekomen wordt.

Toepassingsgebieden en onderhoud

Leisteen wordt nog steeds gebruikt als dakbedekking, en het grootste deel van de Belgische markt wordt voorzien van Spaanse leien. Naast dakbedekking heeft leisteen ook zijn ingang gevonden in het gebruik als vloer- of terrastegel en rustieke wandbekleding voor buiten. In binnentoepassingen wordt leisteen gebruikt als vloertegel, werkblad en ander decoratief maatwerk. Een veelzijdig gebruik dus, al wordt niet elk type leisteen voor elke toepassing aangeraden. Kijk daarom steeds de technische fiche na van het gekozen materiaal.


Tekst: Tim De Kock (ARCHES UAntwerpen; Inspect BV)