Huis- en villanamen op tegels: een verdwenen fenomeen?

In onze gewesten was het gedurende eeuwen de gewoonte om aan huizen een naam te geven waardoor ze snel teruggevonden konden worden. Deze huisnamen werden in woord en beeld op of aan de gevels van de woningen bevestigd in de vorm van beschilderde houten panelen, gekapt in natuursteen, of, al dan niet in veelkleurig keramisch materiaal.

Ondanks de grote voordelen van dit laatste, worden hedendaagse naamplaten nog maar weinig in keramiek uitgevoerd. Tijd voor een herontdekking?

Het ontstaan van huisbenamingen

Door de gestage groei van steden en dorpen tijdens de middeleeuwen, groeide stilaan de behoefte om niet alleen straten te benoemen, maar ook om de individuele huizen zelf duidelijk van elkaar te onderscheiden. Zo ontstond de gewoonte om woningen van enig belang een eigen naam te geven. Daartoe werd op of aan de gevel een uithangbord of naampaneel met een afbeelding – en soms ook met tekst -aangebracht. Die afbeeldingen hadden zowat dezelfde functie als de huidige huisnummers en zorgden ervoor dat vreemdelingen snel het huis konden vinden dat ze zochten. Daarbij verwezen dergelijke afbeeldingen geregeld naar één of ander ambacht dat in het specifieke huis werd uitgeoefend, naar de patroonheilige van de bewoner of naar één of ander symbool uit de heraldiek en verder naar heel wat – al dan niet exotische – dieren, bloemen of planten en gewone of bijzondere gebruiksvoorwerpen.

Keramische huisbenamingen komen in Vlaanderen al voor sinds de renaissance. Internationaal bekende voorbeelden hiervan zijn vijf Antwerpse tegelplaten in majolicatechniek uit het midden van de 16e eeuw die, zoals gezegd, in een tijd dat straatnamen en huisnummers nog niet systematisch werden gegeven, als adresaanduiding fungeerden. Het gaat daarbij om afbeeldingen met teksttoelichting voor huizen met de naam “De Craen en de Vos”, “De Olifant”, “De Rode Roos”, De Penseebloem” en “In Sint-Anna”. Vier ervan behoren tot de collectie van het Museum aan de Stroom in Antwerpen, de vijfde naamplaat bevindt zich in een privécollectie. Vooral hun kleurigheid en duurzaamheid waren toen grote troeven.

huisnaam op tegels

Huisnaamplaat De Olifant, 16e eeuw, foto MAS Antwerpen

Ook huisbenamingen in ongeglazuurde terracotta – en vaak ook enkel figuratief, zonder teksttoelichting maar louter als ‘beeldmerk’ – kwamen in de renaissance en baroktijd vermoedelijk zeer geregeld voor. Een goed voorbeeld hiervan is vandaag nog steeds in situ terug te vinden in de gevel van Het Vliegend Hert, Kraanlei 81, in Gent. Het pand dateert uit 1669 en is daarmee een van de oudste realisaties van bouwterracotta in de Nederlanden, al is het pand intussen enkele keren gerestaureerd.

huisnaam op tegels

Het Vliegend Hert, 1669, Kraanlei Gent, foto Mario Baeck

huisnaam op tegels

Villa Aimée, 1901, Hulstbaan 26, Sinaai, foto Mario Baeck

19e eeuw en art nouveau

In de architectuur van de 19e eeuw waarin wordt teruggegrepen naar historische stijlen – de neogotiek, de neo-Vlaamse renaissance, het eclecticisme – kent deze traditie onder invloed van de historische voorbeelden een bescheiden heropleving. Huisnamen komen dan redelijk vaak voor, maar zijn dan meestal in natuursteen uitgevoerd. Het is wachten op de ontwikkeling van betaalbare en sterk weersbestendige keramiek vooraleer huiseigenaars voldoende vertrouwen krijgen om voluit te gaan voor kleurig keramisch materiaal, naast de veel goedkopere maar niet zo weersbestendige sgraffito techniek, de eveneens goedkopere geëmailleerde staal- of glasplaat en de duurdere glas- marmer of keramische mozaïek.

Een ware hoogbloei komt er met de art nouveau vanaf de jaren 1896. In zowat elke stad en tot in kleinere dorpen toe, en voor heel de periode tot het uitbreken van de eerste wereldoorlog in 1914, zijn huisnaam- of villanaampanelen in keramiek – faience of steengoed – vrij populair. Zeker in nieuwe stadsuitbreidingswijken is een dergelijk keramisch naampaneel het middel bij uitstek om de herkenbaarheid van de eigen woning of vakantievilla in het uniformerende straatbeeld te vergroten. De belangrijkste Belgische wandtegelpanelen – waaronder Gilliot & Cie uit Hemiksem en Helman uit Sint-Agatha-Berchem – nemen in hun handelscatalogi uitdrukkelijk enkele voorbeeldontwerpen op

huisnaam op tegels

Handelscatalogus Maison Helman, ca. 1906, collectie Mario Baeck

Naamgeving

Voor de naamgeving wordt vaak teruggegrepen naar de voornaam van de heer of vrouw des huizes of naar de namen van hun kinderen. Ook bloemen- en plantennamen en in mindere mate ook dierennamen zijn heel populair. Iets minder frequent – maar toch redelijk courant – zijn benamingen die een sterk gevoel uitdrukken als ‘Mon desir’, ‘Mon rêve’, ‘Mon Plaisir’, ‘Bon Abri’, ‘Sans Souci’, L’Ermitage’, verwijzingen naar een markant landschapselement in de buurt als ‘Villa du Phare’, ‘Le Montagne’, een verwijzing naar weersomstandigheden en dagdelen als ‘Clair de lune” ‘Le crépuscule’ ‘Beau Soleil’, naar (andere) vakantieoorden als ‘Les Alpes’, ‘Les Glaciers’, ‘Helvétia’, ‘Edelweiss’, ‘Les Sapins’.

Ook namen uit de wereld van literatuur, theater en muziek als ‘Chantecler’, ‘Colombine’ komen voor net als mythologische, religieuze en politieke verwijzingen als ‘Pan’, ‘Stella Maris’ of ‘Prince Cavour’. Hierbij overheerst lang het Frans, maar ook Nederlandstalige panelen komen voor, met name in kleinere Vlaamse steden en dorpen als Daknam, Geel, Izegem, Onze-Lieve-Vrouw-Waver, maar ook in – en daar zelfs vrij vroeg – in Antwerpen en later ook in een badstad als Blankenberge. We treffen er namen aan als ‘Den Tijd’, ‘Jagersrust’, ‘Mijn Droom’, ‘De Wijnberg’, ‘Villa Brembloem’, ‘De Lotus’, ‘Den Ooievaar’.

Decoratieve panelen en tegelplaten

Meestal gaat het om eenvoudige panelen met bloemmotieven en de villanaam. Slechts uitzonderlijk domineert een decoratief paneel de eigenlijke villanaam. Tot de mooiste voorbeelden van dit laatste type behoren deze van de Villa Maria in de Rue René Prinz in Namen vervaardigd door Gilliot & Cie, en deze van De Veldbloem in de Molenstraat in Onze-Lieve-Vrouw-Waver uit de ateliers van Helman.

huisnaam op tegels

Villa Maria, Rue Renée Prinz 44, Namur, foto Institut du Patrimoine wallon

huisnaam op tegels

De Veldbloem, ca. 1908, Molenstraat 13, Onze-Lieve-Vrouw-Waver, foto Mario Baeck

Even uitzonderlijk zijn sculpturale tegelplaten. Een van de mooiste voorbeelden daarvan in terug te vinden in de Villa Pan op de hoek van de Bortier- en Visserslaan in De Panne uit 1911, eveneens uit de ateliers van Helman en voorzien van een prachtig blauwgetinte metaalglazuur.

huisnaam op tegels

Villa Pan, 1911, De Panne, foto Wilfried Vanneste

Na WOII

Het aanbrengen van huisnaampanelen in keramisch materiaal wordt in het interbellum slechts zeer sporadisch toegepast. En ook na de Tweede Wereldoorlog worden keramische realisaties van dit type haast volledig verdrongen door benamingen in andere materialen. Wel worden gevels nog steeds vrij geregeld voorzien van kleinere keramische decoratieve elementen zowel als van grotere sculpturale gehelen, evenwel meestal zonder integratie van een huisnaam.

Toch zijn op dit gebied enkele monumentale gehelen aan te wijzen, met name in gevels van sociale woningcomplexen en appartementsgebouwen. Een goed voorbeeld van de laatste soort is de gevelversiering voor de Residentie Benelux door beeldhouwer-keramist Paul De Bruyne (1936-2007), Stapelplein 25 in Gent. Ook daarbij zijn – net als eeuwen geleden – kleurrijkheid en duurzaamheid nog steeds belangrijke troeven ten opzichte van veel andere moderne materialen.

huisnaam op tegels

Residentie Benelux, jaren 1960, Stapelplein 25, Gent, foto VIOE


Tekst en illustraties: Mario Baeck