Expertise: waterlek zorgt voor vloerproblemen

Indien zich een probleem in een tegelwerk voordoet, wordt vaak automatisch met de vinger naar de tegelzetter gewezen. Bij het loskomen van een tegelzone in een livingvloer was dit het geval. De tegelplaatser werd gecontacteerd en door de bouwheer in gebreke gesteld voor een plaatsingsfout. Een expert echter dacht daar toch ietwat anders over…

De situatie

Een privatief renovatieproject bestond uit een uitbreiding van een woonruimte met verandagedeelte waar over het volledige oppervlak een vloertegels werden voorzien. De architect had voor het nieuwe bouwgedeelte het niveau van de bestaande vloerplateau genomen waar voorheen een tapijt op verlijmd was. Op die manier konden keramische vloertegels (60 cm x 60 cm x 8 mm) in één “lijn” doorgetrokken worden over het volledige oppervlak zonder opstapje. De tegelzetter stelde voor om het oude gedeelte na het wegnemen van het tapijt perfect te egaliseren en in het nieuwe gedeelte een cementgebonden dekvloer te laten aansluiten. En zo geschiedde het. Het tapijt werd weggenomen waarna de harde lijmresten grosso modo afgeschuurd werden en vervolgens een “dweiltest” preventief werd uitgevoerd. Het is namelijk zo dat sommige tapijtlijmen kunnen “verzepen” bij aanraking met het aanmaakwater uit de tegellijmspecie en dit uiteraard beter voorkomen dan genezen wordt.

Daarna bracht de tegelzetter van dienst een primer aan waarop een egalisatielaag werd aangebracht. In het nieuwbouwgedeelte plaatste men een goed verdichte met 225 kg Portlandcement per m³ grof rivierzand. De water/cementfactor werd als “aardvochtig” berekend. Op de werf controleert men dit doorgaans met de vuisttest. Men neemt een handvol dekvloermortel in de hand en drukt die even samen. Indien de massa uit elkaar valt, gaat men ervan uit dat er te weinig water werd toegevoegd. Als de handpalm nat is zou er te veel water in de dekvloerspecie aanwezig zijn. Vandaar de term “aardvochtig” in het vakjargon regelmatig wordt gebruikt.

Natte voegen

Enkele jaren na de plaatsing van de vloer stelde de bouwheer plots water vast doorheen de tegelvoegen. Sommige voegen begonnen, naast verkleuring, te degraderen. Verschillende tegelzones lieten bij het belopen een holle klank na. Zonder aarzelen contacteerde de eigenaar de tegelzetter van dienst die op zijn beurt een gespecialiseerd detectiebedrijf onder de arm nam om dit fenomeen te onderzoeken.

In een rapport formuleerde men een korte samenvatting als volgt:

Schadebeeld:

  • vloertegels komen los in de zone naast het kookeiland met gootsteen;
  • sterk verhoogde vochtwaarden in de vloer;
  • vochtschade onderaan de muur;
  • in de zone van schade bevindt zich de afvoer van het toilet en de keuken

Opmerking:

  • de woning vertoont ook in het algemeen vochtschade onderaan de muren van de living en de aanbouw;
  • er is vermoedelijk ook een bouwkundig probleem van te lage bepleistering en probleem met de waterkering;
  • er wordt door de verzekerde melding gemaakt van een eerdere wateroverlast rondom de woning, waarbij vermoedelijk water de vloerplaat is binnengedrongen

Inspectie:

  • een druktest op de waterleidingen toont geen drukverlies;
  • er is geen drukverlies op de centrale verwarming;
  • infraroodbeelden bevestigen de schade, maar leveren geen duidelijke indicatie van de oorzaak;
  • camera-inspectie van de toiletafvoer kan hier geen gebreken aantonen;
  • camera-inspectie van de keukenafvoer toont wel een aanzienlijke verstopping van de keukenafvoer, waardoor de inspectie niet kan worden verdergezet;
  • er is volgens de verzekerde mogelijk een niet-toegankelijke inspectieput aanwezig onder de keuken:
  • indien deze effectief aanwezig is, kan deze door de verstopping voor overlast zorgen

Conclusie

De inspectie toont een aanzienlijke verstopping van de keukenafvoer.

Om alle twijfels te neutraliseren toonde verder onderzoek van deze firma aan dat de schade zich voordeed ter hoogte van een reductie-aansluitstuk van de keukenafvoer met de hoofdafvoer onder de vloer. Alles wees erop dat er een overlast geweest was onder druk van de verstopping, waardoor het aansluitstuk brak en ging lekken. Ondertussen had het water zich onder de vloeropbouw gedurende enkele maanden kunnen verspreiden waardoor volledige tegelstukken doornat werden met alle gevolgen vandien. In het renovatiegedeelte begonnen alle tegels te onthechten, maar niet in het nieuwbouwgedeelte waar de tegels op een uitgeharde dekvloer rechtstreeks verlijmd werden. Een mysterie dat uitgeklaard diende te worden.

Destructieve activiteit

De tegels die geplaatst werden in het bijgebouwd woongedeelte bleven dus eigenaardig genoeg intact, niettegenstaande ze op hetzelfde moment en door dezelfde tegelzetter geplaatst werden. De hamvraag was: “Hoe komt het nu dat alle tegels in het renovatiegedeelte los zijn gekomen en de tegels in het nieuwbouwgedeelte geen enkele vorm van schade vertonen?” Een gespecialiseerd expert was er dus best op z’n plaats waarbij een destructief onderzoek zich logischerwijze opdrong om de ware oorzaak te kunnen achterhalen.

Er werden met toelating van de eigenaar een aantal tegels verwijderd waarbij ook de onderliggende lagen gecontroleerd werden. De deskundige deed er volgende vaststellingen:

  • 1) Het verwijderen van de tegels ging heel vlot, niettegenstaande de vereiste lijmoverdracht was gehaald. Volgens de TV 237 van het WTCB moet het contactoppervlak ten minste 70% zijn, gelijkmatig verdeeld. Volgens BITA dient de lijmoverdracht voor tegels tot 100 cm x 100 cm toch beter minimum 80% te zijn zodoende zo veel mogelijk holle klanken te voorkomen.

Na het stofvrij uittrillen van de tegelvoegen konden volledige tegels schadeloos en zonder veel moeite opgetild worden en de onderliggende lagen onderzocht.

  • 2) Het niveau het “oude” vloergedeelte werd effectief gecompenseerd door een laag egalisatiemortel. Verklaring is dat dit noodzakelijk was om de aansluiting van het “oude” vloerbedekkingsgedeelte waar vermoedelijk een dunner tapijt op verlijmd is geweest (te zien aan de smalle bruinkleurige lijmkanalen) te kunnen aanpassen aan de nieuwe ruwbouwomstandigheden.
  • 3) De expert stelde vast dat er een breuk is ontstaan tussen de tegellijm en een nog steeds vochtige nivelleringslaag.
  • 4) Er werd vooraf een primer geplaatst op de bestaande ondergrond (te zien aan de roze kleur) met het oog op het verzekeren van een goede hechtbrug tussen bestaande ondergrond en egalisatiemortel.
  • 5) Er zijn sporen van oude tapijtlijm duidelijk te zien (typische smalle lijmkanalen).
  • 6) De egalisatielaag was losgekomen van de ondergrond en was nog kleddernat.
  • 7) Na weken droogtijd was nog steeds veel vocht aanwezig tussen de onderliggende basislagen waardoor mogelijks ook een reactie was ontstaan tussen primer en oude tapijtlijmresten.

De deskundige merkte ook nog een voldoende breed Schlüter uitzettingsprofiel op tussen de twee aaneensluitende bouwdelen, waaruit kon worden afgeleid dat de nodige dilatatievoeg op z’n plaats zat en ook hier de tegelzetter zijn werk correct had uitgevoerd.

Besluit expert

Na enig overleg met betrekking tot het oorzakelijk verband volgde een volgens de deskundige logische verklaring, dat als volgt werd samengevat:

  • 1) De nog steeds vochtige ondervloer wees ontegensprekelijk op een langdurig contact met water. Keramische tegels laten immers geen damp door (WTCB TV237 + ISO 13006 – BIa: ≤ 0,5%), waardoor er drukspanningen onder het tegelwerk zijn ontstaan.
  • 2) Door het sponsfenomeen dat op termijn tot stand werd gebracht door opname van vocht in de zand-cement-samengestelde dekvloermortel heeft het overtollige water voor aantasting van primer en egalisatielaag gezorgd.
  • 3) De egalisatielaag geeft op zijn beurt vocht door aan de tegellijm waarbij continue dampdruk een scheidingslaag tussen egalisatie en tegellijm heeft gevormd.
  • 4) In het nieuwe gedeelte deed dit fenomeen zich niet voor omwille van de grotere treksterkte en lijmcohesie rechtstreeks op de dekvloer, die op zijn beurt een grotere huidtreksterkte heeft dan een dun laagje egalisatiemortel.
  • 5) De tegelwerken werden bijgevolg vakkundig uitgevoerd, te zien aan de toegepaste dubbele verlijming en de aanwezigheid van de nodige uitzettingsvoegen. De verklaring dat de vloer van het nieuwe ruwbouwgedeelte geen directe schade vertoont, ligt aan de basis van de losgekomen laag natte egalisatiemortel in het renovatiegedeelte.

In secondaire orde, het vochtige pleisterwerk werd veroorzaakt door een koudebrug die ervoor heeft gezorgd dat plinten onthechtten. Dit fenomeen had rechtstreeks niets te maken met het waterlek en kan verholpen worden door het vermijden van het overbruggen van de waterkeringslaag.

Verder concludeerde de deskundige dat een volledige herplaatsing van desbetreffende vloer, alle onderliggende lagen inbegrepen, de enige optie is tot herstel maar wel na volledige uitdroging van de totale vloeropbouw.

De tegelwerken werden ontegensprekelijk uitgevoerd volgens de regels van de kunst en het goede vakmanschap. Er werd dus geen enkele plaatsingsfout gemaakt. De tegelzetter kon niets ten laste worden gelegd en ging (terecht) vrijuit.


Tekst + foto’s: tileXpert