Dunne keramische XXL-tegels zijn niet 100% waterdicht

De hype om zo weinig mogelijk voegen in een tegelwerk te voorzien, blijft aanhouden. Met als gevolg dat het evenwicht tussen techniek en esthetiek nog steeds niet in balans is. De oorzaak ligt vaak bij de moderne interieurarchitect die liefst van al geen enkele voeg wil zien maar daarbij weinig rekening houdt met de verantwoordelijkheid van de uitvoerder, in casu de tegelzetter.

Types douche

Onder natte cellen kan worden verstaan: ruimtes die in verschillende frequenties onderhevig kunnen zijn aan vocht, al dan niet onder hoge druk, hetzij voor privégebruik, hetzij voor commerciële doeleinden (publiek gebruik). We denken onder meer aan gezamenlijke sportdouches, wellnesscentra, zwembaden, bubbelbaden, privédouches,… De verschillende klassen van blootstelling aan water zijn terug te vinden in de TV (Technische Voorlichting) 227 van het WTCB.

Wat douches betreft, onderscheidt men een vijftal types:

  • Overstapdouches: een watergedicht muurtje zorgt voor het tegenhouden van het sproeiende douchewater. Gemeenschappelijke sportdouches die rechtstreeks in verbinding staan met de kleedkamers zijn hier een goed voorbeeld van.
  • Instapdouches: dit zijn douches die lager liggen dan de vloerpas, waarbij je letterlijk moet in stappen.
  • Opstapdouches: de douchebak ligt hoger dan het vloerniveau. De traditionele douchetubes zijn hier het best mee te vergelijken, waarbij de ongeveer 15 cm hoge voorzijde meestal van betegeling wordt voorzien.
  • Inloopdouches: ook wel ‘Italiaanse douche’ genoemd. Geen niveauverschil met de vloerpas. Deze douches vergen extra aandacht bij het uitvoeren van de waterdichting. Meestal wordt de volledige douchekamer of zelfs de ganse badkamer van een vloerwaterdichting voorzien.
  • Doorloopdouches: douche waarbij beide zijkanten open blijven.

Niet 100% waterdicht

Dat in cement uitgevoerde wanden en ondervloeren niet waterdicht zijn, is ondertussen al geweten. Een cementgebonden pleister- of dekvloer werkt als een spons. Eens die verzadigd is, moet ze het overtollige opgenomen water terug afgeven. Hierdoor dient men bij betegeling van een natte cel de juiste maatregelen te nemen. Kwestie van latere vochtschade te vermijden. Dunne keramische XXL-tegels hebben de eigenschap een zeer laag waterabsorptiecoëfficiënt te bezitten. Zelfs meer dan 10 keer lager dan vermeld in de norm EN 14411 (ISO 13006), onder de groep BIa. Waarbij BIa staat voor een waterabsorptie van max. 0,5%. Let wel, dunne keramische XXL-tegels zijn nooit 100% waterdampdicht!

De vuistregel is dat een waterdichtingsproduct -of systeem steeds direct achter de tegels moet aangebracht worden om een perfect resultaat te kunnen garanderen. Dat betekent dat een waterdichting onder een douchedekvloer bijvoorbeeld minder efficiënt is dan het aanbrengen van een waterdichtingssysteem op de dekvloer waarop dan de tegels worden verlijmd.

Waterdichting

De meest gebruikte en geschikte materialen voor waterdichting zijn:

Gecementeerde hardschuimplaten

Dit zijn bouwelementen met een kern bestaande uit geëxpandeerd of geëxtrudeerd polystyreen. De buitenkant is met een kunststof vezelnet versterkt en bedekt met een uit verschillende bestanddelen samengestelde cementeerlaag. Deze kunnen zowel op een voorgemonteerd skelet gevezen worden als met proppen lijm geplaatst op een blote muur. De naden waar de platen samenkomen dient men secuur te dichten. Dit kan door middel van een MS-polymeerkit die de zijkanten van de platen met elkaar verbindt, of door middel van een polyethyleen waterdichtingsband dat over de aansluitnaden wordt verlijmd. Hoeken en aansluitingen vloer/muur dienen zorgvuldig overlapt te worden (minimum 5 cm) met een waterdicht flexibel hechtmiddel.

Afdichtingsdoeken uit polyethyleen

Dit type vezelversterkte doek mag men pas aanbrengen nadat de hoeken en vloer/muuraansluitingen eerst voorzien zijn van aparte dichtingsbanden. Opgelet: deze vliezen mogen nooit met een dispersielijm gekleefd worden! Pastalijmen drogen aan de lucht. Zonder lucht kan dit type lijm (D) nooit uitharden. Tijdens het aanbrengen van de doek sluit men alle lucht af, met alle gevolgen vandien. Een beter idee is om in dit geval cementgebonden lijmen te gebruiken, bij voorkeur met de F-eigenschap (Fast). Bij dergelijke type lijmen kristalliseert het water intern in de cementspecie, waarbij veel minder verdamping van het aanmaakwater nodig is. Ook tweecomponentlijmen behoren tot de mogelijkheden maar worden minder voor dit soort toepassingen aangewend.

Waterdichtingspasta’s

Deze kant-en-klare barbotines vormen na uitharding een soort elastisch blijvend rubberlaagje. Ze dienen in twee of meerdere lagen aangebracht te worden. Dit kan eenvoudig met een traditionele schilderborstel of spatvrije verfrol. Tussen iedere laag dient moet men de droogtijd van meestal enkele uren respecteren. De tweede laag steeds in de andere richting uitstrijken! Het kan soms gebeuren dat nog een derde -meestal diagonale- laag noodzakelijk is om een gegarandeerd waterdicht resultaat te bekomen. Dit systeem is na uitvoering scheuroverbruggend, maar hoeken en aansluitingen worden toch best van speciaal daartoe geschikte waterdichtingsbanden voorzien.

Naadloze systemen

Er bestaan nog andere manieren om douchecellen volledig waterdicht te maken, zoals pistoolspuiten van vloeibare kunstsilicones onder luchtdruk en polyesteruitvoeringen. Deze systemen komen minder voor gezien de uitvoeringen wat omslachtiger zijn (aansluiting compressor, spuitmonden, spateltechnieken,…). Ook andere zelfklevende bedekkingen namen reeds hun intrede.

Afwerking

Pas na het aanbrengen van een waterdichtingsproduct -of systeem, waarbij ook de aansluiting van de waterafvoer is verzekerd met een al dan niet multi-componentenlijm, kan men de dunne grootformaattegels ongeacht hun formaat (=afmeting en dikte) verlijmen. De beste techniek hiervoor is ongetwijfeld de buttering/floatingmethode met voldoende grote vertanding aan beide oppervlakken (ondergrond/tegellegzijde). Het trekken van de lijmrillen gebeurt bij voorkeur in eenzelfde richting, waarbij de tegellijmslakken parallel met de ondergrondlijmrillen ingeduwd worden. Dat een goede voorbereiding en het gebruik van de juiste gereedschappen belangrijke vereisten zijn, lijkt ons evident. De voegkleur dient in samenspraak met architect en/of bouwheer besproken te worden. Men kan daarbij kiezen tussen een voegkleur die contrasteert met de tonaliteit van de tegelplaten of een zelfde kleur als het keramisch materiaal. En dan enkel nog de minimum voegbreedte van 3 mm verkocht krijgen aan bouwheer en/of architect om ook aan de technische voorwaarden te kunnen voldoen…