Do’s en don’ts bij het voegen van keramisch tegelwerk

Meer dan 90% van de gemelde ‘klachten’ door eindgebruikers of opdrachtgevers handelen over de voeg van het tegelwerk. Dat leert ons een rondvraag bij handelaars, tegelzetters en eindklanten.

Het gaat dan vooral over het esthetisch aspect. De voeg vervuilt, droogt bontgekleurd op of -erger nog- wordt niet helemaal hard. Dit is natuurlijk nefast voor de betegeling. Een voeg die niet voldoet, zorgt voor ontevreden klanten, onbetaalde facturen en is slechte reclame voor tegelwerk in het algemeen.

Voorgemengde voegmortels

Nochtans wordt de voeg alsmaar belangrijker bij de realisatie van een tegelwerk. Steeds harder wordende tegelsoorten, smallere voegbreedtes, sneller opleveren, de vraag naar gekleurde voegmortels en de hoge eisen die gesteld worden aan de voeg (flexibel, duurzaam, schimmelwerend, bestendig tegen agressieve reinigingsmiddelen,…) zorgen ervoor dat zelf samengestelde voegmortels niet meer voldoen en de vraag naar door een fabrikant voorgemengde voegmortels significant toeneemt. Al te vaak zien we op werven nog ‘zelfgemengde voegmortel’. Zand en cement, gekozen op basis van prijs maar ook dikwijls op basis van gebruiksgemak. Het zogenaamde vloeibaar invoegen en napoederen.

Wanneer een tegelzetter zelf mengt, dient hij te rekening houden met volgende elementen:

  • vochtigheidsverschillen in het zand: dit is van dag tot dag verschillend en heeft een ingrijpende invloed op de kwaliteit en de kleur van de voegmortel;
  • korrelgrootte, afkomst en zuiverheid van het gebruikte zand:  hier is totaal geen controle op;
  • verhouding zand/cement: zelden correct afgewogen;
  • type cement.

Deze 3 elementen kunnen leiden tot problemen:

  • onvoldoende aanhechting aan tegels;
  • kleurverschillen en kleurschakeringen;
  • onvoldoende uitharding door een foute water/cementfactor.

Bovenstaande elementen geven aanleiding tot klachten die enkel opgelost kunnen worden door gebruik te maken van ‘voorgemengde voegmortels’.

Cementgebonden voegmortels

Elke tegelzetter kiest zijn tegellijm in functie van de toepassing, tegelsoort, type ondergrond. Dit moet ook gebeuren voor de voegmortel. Er bestaat al geruime tijd een Europese norm voor onder andere cementgebonden voegmortels, vervat in de EN 13888.

Tabel-1-FEMO

De minimale eisen die van toepassing zijn op de fundamentele karakteristieken van een cementgebonden voegmortel komen overeen met de aanduiding CG 1 (zie tabel 1).

Aan deze fundamentele eigenschappen kunnen nog bijkomende eigenschappen worden toegevoegd die de kwaliteit van de voegmortel  verbeteren (zie tabel 2).

Tabel-2-FEMO

Elke tegellijmfabrikant beschikt over een uitgebreid assortiment ‘industrieel vervaardigde voegmortels’ die binnen deze norm vallen. Het gebruik van dergelijke voegmortels wordt sterk aanbevolen. Ook vind je bij de meeste fabrikanten een uitgebreid kleurenpallet dat mooi aansluit bij moderne tegeltinten.

De juiste keuze van de voegmortel is een eerste stap in het afwerken van kwalitatief tegelwerk. Minstens even belangrijk is de tweede stap: het correct verwerken van de ‘vooraf gemengde voegmortel’.

voegen

Correcte verwerking

Hieronder vindt u de richtlijnen en aanwijzingen om een keramische tegelvloer of -wand correct op te voegen:

  • Ondervul de tegel met voldoende tegellijm, vermijd holtes.
  • Zorg dat de droogtijden van de tegellijm en de ondergrond gerespecteerd worden. Vocht in de ondergrond kan aanleiding geven tot verkleuring van de voegmortel.
  • Verwijder lijmresten uit de voeg.
  • Maak het tegelwerk altijd schoon met stofzuiger, proper water en spons. Let op voor teveel water want dit kan weer de kleur beïnvloeden. Zorg ervoor dat de vloer droog is.
  • Zorg dat er voldoende tijd over is om te voegen en te reinigen. Snel nog gaan opvoegen is uit den boze.
  • Kies de geschikte industrieel vervaardigde cementvoegmortel en meng deze met zuiver leidingwater volgens de correcte verhouding door de fabrikant aangegeven. Gebruik een maatbeker of weegschaal.
  • Meng lang genoeg en gebruik een menger, nooit met de hand! Gebruik een zuivere mengemmer.
  • Voeg diagonaal in, vol en zat.
  • Wacht voldoende lang met afsponzen. Te snel afsponsen is dikwijls dé oorzaak van bontgekleurde opdroging. De voeg is nog te nat waardoor de lichte sluier op de tegels in de voegen terechtkomt. Dit veroorzaakt verkleuring. Zodra de voeg niet meer aan je vinger ‘plakt’ kun je beginnen met afsponsen.
  • Bevochtig voor het emulgeren eerst de sluier op het tegelwerk met de sponsplank en met zo weinig mogelijk water. Maak de sluier met draaiende bewegingen los van de tegel. Gebruik sponsen/sponsplank van goede kwaliteit en ververs regelmatig het water. Gebruik eventueel 2 sponsen en emmers: één voor het opnemen van de overtollige voegmortel en één voor na te sponsen met zuiver water.
  • Lees de richtlijnen van de fabrikant grondig na.

Indien er toch nog achtergebleven sluier aanwezig is, kan met specifieke cementsluierverwijderaars een oplossing geboden worden. Volg steeds de richtlijnen van de betreffende fabrikanten.

Handtekening

We hebben het in dit artikel bewust niet over natuursteenvoegmortel en epoxyvoegmortels. Het specifieke karakter van dergelijke voegmortels vragen om een apart artikel.

Indien met al het bovenstaande terdege rekening wordt gehouden dan kan het voegwerk gezien worden als de handtekening van de tegelzetter. De kers op de taart waarmee je je als vakman kan onderscheiden.

Tekst + foto’s: FEMO