Vers Bloed: Yves Vanhercke houdt van uitdagingen

In de rubriek Vers Bloed gaan we op bezoek bij een tegelzetter die de grote sprong heeft gewaagd. Als startende zelfstandige weet Oostendenaar Yves Vanhercke (40) dat er doorzettingsvermogen nodig is om voldoening te beleven aan het vak.

Vertel eens Yves, hoe ben je in het vak beland?

“Op school heb ik metaalbewerking gestudeerd. Ik heb een tijdje in dat wereldje gewerkt, maar ik voelde me al snel een robot. Het werk was monotoon, je moest elke dag terug naar dezelfde plek. Op een moment is dat niet uitdagend meer, dus schreef ik me in voor een opleiding als tegelzetter. Van de bouw wist ik eigenlijk heel weinig af, maar het vooruitzicht om in de winter en bij regenweer te kunnen binnenwerken, beviel me wel. Ik had ook voorbeelden in mijn familiale omgeving. Mijn schoonbroer was een vloerder en mijn broer een kasseienlegger.”

Hoe zou je je als persoon naast het werk omschrijven?

“Ik heb een positieve instelling. Met één zwakte. Als ik moe ben, dan kan ik chagrijning worden. Sommige mensen krijgen dat van een lege maag, bij mij steekt het op als ik te weinig heb geslapen. Maar de meeste mensen in mijn omgeving weten dat hoor. (lacht) Naast het werk hou ik me bezig met mijn zoon. Die voetbalt als hobby en dan breng ik hem iedere zaterdag met veel plezier naar de trainingen.”

Wat vind je het leukste aan de stiel?

“Je blijft je werk altijd zien en dat is toch een belangrijke meerwaarde. Neem nu de binnenmuur van een metser; die wordt nadien weggestoken door het pleisterwerk. Maar een vloerder werkt mee aan de presentatie van een huis. Het bloed, zweet en tranen dat hij in terrassen of badkamers steekt, levert een esthetisch resultaat op dat iedereen achteraf kan zien. Daarnaast is vloeren denkwerk. Eén fout kan veel ellende meebrengen, dus daarin schuilt de uitdaging. Fijn werken is waar ik eer uit haal en het motiveert me te zien dat het me vaak beter lukt dan anderen. Het zelfstandigenbestaan heeft ook zo zijn voordelen, al had ik het nooit gekund zonder dat mijn vriendin het papierwerk voor me deed. Maar je bent meer op je gemak en je kan je zaakjes beter regelen.”

En wat vind je het moeilijkste?

“Als vloerder ben je nogal afhankelijk van andere onderaannemers. Het komt vaak voor dat de muren niet recht zijn. Je merk dat het steeds sneller moet gaan voor dezelfde of een lagere prijs. Maar dan wordt de hete aardappel snel doorgeschoven naar degene die daarna komt. Plezant is het niet om de fouten van anderen te moeten rechtzetten door extra lijm te moeten bijsmeren. Het kost tijd, maar ik vrees dat het erbij hoort. Toveren gaat niet, maar ik probeer het altijd zo goed mogelijk te doen. Van het langdurig knielen heb ik gelukkig niet veel last. Wel van mijn polsen. Tegels van groot formaat zijn in, maar iemand aanwerven om mee te helpen formaten van 40×40 op hun plaats te leggen, is natuurlijk veel te kostelijk. Dat moet je zelf doen. Onlangs deed ik een terras waarvan de tegels 40 kilo wogen… da’s zwoegen.”

Tegelzetter is daarom ook een knelpuntberoep. Heb je tips voor beginners?

“Ik begrijp wel waarom het een zwaar beroep is. Veel andere stielen zijn fysiek minder belastend en daardoor aantrekkelijker voor jongeren. Je moet het gewoon graag doen, anders hou je het niet vol. Vooral in het begin is het lastig, maar het is net dan dat je moet doorbijten. Niet onmiddellijk opgeven. In het begin heb je last van twijfel. Het moet zodanig juist en perfect zijn, je zou er haast gek van worden. Mijn beste vriend bijvoorbeeld is gestopt na één maand. Maar duw je door die beginfase, dan wordt vloeren een mooie stiel.”

Met welk materiaal werk je het liefst?

“Mijn blauwe tegelsnijder van Kauffman. Voor terrassen of voor vloerverwarming werk ik het liefst met de lijm Webercol XXL. Dat plakt ongelooflijk goed en daar heb ik het meeste vertrouwen in. Het bewijs? Eens het aan je nagels kleeft, hangt het er de week nadien nog aan. Voor de levelling clips gebruik ik Fix Plus, die breken netjes af zodat er geen breekmes aan te pas moet komen en je het voegwerk proper kan uitvoeren.”


Tekst: Piet Andries