Vers Bloed: de late roeping van Kurt De Mulder

In Vers Bloed zetten we nieuwkomers in de sector heel even op het podium. Voor de laatste editie van 2021 strikten we Kurt De Mulder. Hij is het levende bewijs dat ook late roepingen tot heel veel tegelplezier kunnen leiden.

Stel jezelf eens kort voor?

“Ik ben 46 jaar, geboren in Dendermonde, maar intussen woon ik in Sleidinge. Ik ben in Edugo (Oostakker) naar school geweest waar ik een A2 elektromechanica volgde. Daarna heb ik in Gent A1 elektromechanica gestudeerd, maar dat heb ik niet afgemaakt. Het studentenleven leidde me te veel af (lacht). Ik volgde een opleiding metsen bij de VDAB. Dat heb ik vijf jaar gedaan. Nadien werkte ik 18 jaar in de haardenwereld, waar ik onder andere veel met natuursteen werkte. Eerst negen jaar geplaatst en dan 9 jaar bureauwerk, waaronder het uittekenen en de planningen maken. Ik ben dan nog een jaar productieverantwoordelijke geweest in stalen trappen en 2 jaar geleden startte ik als zelfstandig tegelzetter.”

Een late roeping dus, hoe is die er gekomen?

“Ik wilde op mijn eigen benen staan, want ik was mijn werkplezier een beetje kwijt. En tegels vind ik een mooi product. Bovendien zie je snel resultaat. In mijn metsersopleiding hadden we ook leren tegelen. Ik heb mezelf dan nog bijgeschoold via de Confederatie Bouw. Mijn nonkel was ook vloerder, dus hij gaf me veel tips en tricks. Van hem wist ik dat tegelzetter een schone stiel is, maar ook wel lastig voor de rug. En twee collega’s uit de haardenwereld zijn intussen ook zelfstandig tegelzetter geworden, dus met hen overleg ik soms. En ik koop mijn tegels meestal bij Eurocaro in Wondelgem. De magazijnier is een ex-vloerder. Aan hem kan ik ook veel vragen, als ik aan iets twijfel.”

Welke tips waren handig?

“Met die spietjes werken. Vroeger deed ik dat niet, dan was dat altijd met die kruisjes. Maar dat levelingssysteem is echt een goed hulpmiddeltje waardoor je tegels mooi gelijk getrokken worden. En het gaat ook sneller. Verder gebruik ik nu ontkoppelingsmatten als ik vloer op OSB-platen, want dat materiaal leeft enorm. Dat is niet ideaal, maar soms kan je niet anders. En niet vergeten om een primer te gebruiken, dat deed ik vroeger ook niet.”

Wat is je corebusiness?

“Ik doe vooral renovaties. Soms doe ik ook totaalprojecten en werk ik een hele badkamer af. Dan zet ik de gyprocwanden en hang ik de badkamerkasten op. Ik zeg niet dat ik niet graag nieuwbouw doe, maar daar zit je met die grote bouwbedrijven. Daar kan je minder je ding doen. Bij een renovatie is dat vaker in overleg met de klant zelf. Er is meer rechtstreeks contact. Ik kom misschien wat introvert over, maar ik ben toch redelijk sociaal, als ik mensen een beetje leer kennen.”

Welk onderdeel vind je het leukste aan de job?

“Dat ik heel veel verschillende projecten kort na elkaar kan doen. De afwisseling eigenlijk. Het ene moment zit ik in Evergem, dan weer in Gent. Dan doe ik een vloer voor één kamer en daarna misschien weer een volledige benedenverdieping.”

Wat vind je het moeilijkst?

“Momenteel dat het materiaal moeilijk verkrijgbaar is. En ik heb het heel moeilijk met de enorme prijsstijgingen. Dat heeft geen invloed op mezelf, want ik reken dat door aan de klant maar misschien ben ik daar wat te emotioneel mee verbonden. Die mensen moeten dat wel allemaal betalen. Volgens mij wordt er ook enorm van geprofiteerd. Prijsverhogingen worden soms onder het mom van ‘het komt door corona’ doorgevoerd, terwijl dat niet altijd nodig is.”

Tegelzetter is een knelpuntberoep. Hoe zou jij mensen aanmoedigen?

“Het moet een beetje een passie zijn. Het is misschien wel zwaar, maar aan elk beroep is er wel iets zwaar. De vrijheid vind ik toch een pluspunt. En je haalt heel snel voldoening uit je werk. Betegel je een volledige badkamer betegelen, dan zie je na ongeveer 3 dagen al een mooi resultaat. Zo krijg je eer van je werk. Het contact met klanten vind ik ook fijn. Als ik het vergelijk met mijn werk als metser, dan doe ik dit veel liever. Het is fijner werk. Je kan zeggen: het is toch ook maar wat tegels achter elkaar zetten, maar dat is anders, omdat je het eindresultaat ziet. En je hebt ook zodanig veel tegels. Soms moet je ze in een bepaalde vorm leggen of er een tekening mee maken. Terwijl bij het metsen je de stenen altijd gewoon langs de draad moet leggen. Dus dit is toch veel creatiever.”