Tegelwerk op verwarmde vloer leidt tot expertise op korte termijn

Het zal wel niet de eerste keer zijn dat na een tegelplaatsing al eens een anomalie opduikt. Dat kan gaan van kleine scheurtjes in de voegen tot barstvorming in de tegels zelf die verder aanleiding kunnen geven tot algemene degradatie van de vloer. Vooral op de zogenaamde ‘kritieke ondergronden’ vraagt de voorbereiding van een tegelwerk om extra aandacht. Indien een probleem zich voordoet, is het belangrijk om met de nodige zorg en professionele kennis te zoeken naar de oorzaak zodoende duurzame herstellingsmogelijkheden te kunnen overwegen.

Verschillende vloerverwarmingssystemen

De begrippen “droog systeem”, waarbij de verwarmingselementen in de isolatielaag verzonken gemonteerd zitten en het “nat systeem”, waar de leidingen doorheen de dekvloermortel lopen, zijn onlangs vervangen door het A-type (buizen in de dekvloer) en het B-type (buizen in de vloerisolatie). Daarnaast is er nog een C-type waarbij de verwarmingsleidingen zich in een tussenlaag bevinden tussen dekvloer en isolatie, en een D-type (systeem met holle plaatelementen). Ook de opbouwdiktes worden steeds dunner die ook voor vloerkoeling kunnen zorgen tijdens de zomer. Regelmatig voorkomende systemen die tegelzetters zelf kunnen plaatsen zijn vooral Permatop (Blanke) en Becotec Therm (Schlüter). Daarnaast zijn ook matten met elektrische leidingen zeer populair geworden in badkamers en douchecellen, zowel voor de vloer als voor de wand. Een verwarmde wand wordt vaak ook de “knuffelmuur” genoemd en wordt zeer veel toegepast in creatieve Italiaanse douches.

Opstartprotocol

Vooraleer een tegelwerk aan te vatten op een verwarmde vloer zijn er toch enkele belangrijke spelregels in acht te nemen. In de literatuur van het WTCB (Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf) beschrijft men er de te volgen procedures heel duidelijk. In het WTCB-tijdschrift 1989-4.4. meldt men: “Het in werking zetten van de verwarming zal gebeuren door het systematisch opdrijven van de temperatuur met 5 K/24 h, vertrekkend van koude toestand tot de maximaal voorziene werkingstemperatuur van het verwarmingselement. Deze werkingstemperatuur moet lager zijn dan de maximaal toegelaten temperatuur voor de bindmiddelen gebruikt in de dekvloer. De terugkeer naar de begintemperatuur zal tevens progressief gebeuren, m.a.w. met 5 K/24 h. De maximaal voorziene werkingstemperatuur wordt gedurende minimum 3 dagen aangehouden ten einde de dekvloer zijn maximale beweging te geven alvorens de vloerbedekking aan te brengen.”

Ook in het WTCB-Contact nr. 50 (2-2016) wordt zelfs voor innovatieve vloerverwarmingssystemen deze opstartprocedure sterk aanbevolen: “Het strekt tot aanbeveling om het vloerverwarmingssysteem, vóór het aanbrengen van de vloerbedekking, reeds een eerste maal een opwarmings- en afkoelingscyclus te laten doorlopen. Deze cyclus wordt ook wel het ‘opstartprotocol’ genoemd. Voor meer details over het opstartprotocol van vloerverwarmingssystemen van de nieuwe generatie kan men terecht bij de fabrikanten.”

Het is al evenzeer sterk aanbevolen en dus zeer belangrijk om vóór de definitieve ingebruikname van de vloer de opwarmings- en afkoelingsprocedure nog eens te herhalen zodat de onderliggende lagen (in dit geval de zwevende dekvloer) hun zogenaamde krimp- en uitzettingscyclus op een geleidelijke wijze hebben kunnen ondergaan. Op die manier voorkomt men extra spanningen in de vloer en worden thermische schokken vermeden die aanleiding kunnen geven tot schade.

Scheurvorming en technische vragen

In voorkomend geval ging het om een vloerplaatsing van keramische tegels van het tegenwoordig veel voorkomend formaat 120 cm x 240 cm x 6 mm. Deze tegels werden verlijmd op een traditionele vloerverwarming van het type ‘A’ (verwarmingselementen in de dekvloer), waar blijkbaar de dubbele verlijmingstechniek (buttering/floating) zou zijn toegepast. Binnen het jaar na de voeg- en siliconeactiviteiten ontdekte de bouwheer reeds kleine scheurtjes in bepaalde tegels die vooral heel duidelijk te zien waren met tegen- of schemerlicht.

Bij de melding van dit fenomeen werd verdedigd dat het WTCB stelt dat een tegelwerk enkel gecontroleerd mag worden vanop 1 meter afstand bij natuurlijk licht, waarbij controles bij tegenlicht of strijklicht niet toegelaten zijn (WTCB TV 237 – Hfst. 7 ‘Oplevering’). Vanzelfsprekend is dit meer dan logisch en correct, maar men stelde hierbij toch de vraag of deze paragraaf van toepassing is op tegels die scheurtjes of barstjes vertonen na de ingebruikname?

Daarnaast is het aan de specialisten, met name de tegelzetter en leverancier/fabrikant om zich de vraag te stellen of dit fenomeen eigen is aan het materiaal wegens interne spanningsvelden door hun extreme formaat, of het werkelijk te wijten is aan een loutere plaatsingsfout? Allemaal vragen die uiteindelijk in de schoot van de minnelijk expert belanden, of die in het slechtste geval aan de gerechtsdeskundige dienen worden voorgelegd.

Wat is de evidente prioritaire vraag die een deskundige stelt na opgemerkte anomalieën op een verwarmde vloer: “Werd de vloerverwarming opgestart volgens de criteria dat het WTCB voorschrijft in zijn Technische Voorlichtingen en/of WTCB-Contacten? In sommige gevallen, met name bij moderne (computergestuurde) verwarmingsinstallaties, kan men gelukkig al een “bewijs van opstart” opvragen.

Expert of deskundige?

De handtekening van een “expert” impliceert vooral specifieke kennis, deskundig onderzoek, en technisch-wetenschappelijk onderbouwd oordeel in eer en geweten. Doch rijst de vraag in de praktijk hoe ver de kennis van een deskundige dient te reiken in een zaak waar specifieke specialisatie primeert? Meestal zijn burgerlijk ingenieurs, architecten, technisch adviseurs of bouwdocenten logischerwijze de aangewezen personen om te beslissen over een al dan niet terecht geclaimd technisch bouwprobleem. Echter is er een duidelijk verschil tussen de stabiliteit en constructie van een gebouw, en de afwerking ervan. Veralgemeende kennis is in specifieke gevallen onvoldoende om een kwalitatief, objectief en gedetailleerd onderzoek uit te kunnen uitvoeren. De onderzoeker van een afwerkingsdispuut moet zonder enige twijfel de technisch-wetenschappelijke nagel op de kop kunnen slaan. Het gaat er in geval van een misgelopen tegelwerk niet meer over de onderliggende opbouwlagen alleen, maar evenzeer (lees: vooral!) over het achterhalen van drogings- en proceduretermijnen die aan de tegelplaatsing vooraf gingen.

In voorkomend geval trok de particulier aan de alarmbel na een betegeling op vloerverwarming. Bij het opmaken van het verslag na het onderzoek van de expert of gerechtelijk deskundige dient ervaring en knowhow steeds parallel te lopen met officiële literatuur. Bij ons grijpt men terecht automatisch naar de TV’s (Technische Voorlichtingen) van het WTCB, of Europese Normen die van toepassing kunnen zijn en die bij voorkeur opgenomen werden in de Belgische norm NBN (bvb. NBN EN 14411 voor keramische tegels). Er is dus in wezen bijna geen verschil merkbaar tussen het werk van een expert of de acties van een deskundige. Van een tegelexpert wordt verwacht dat hij of zij veel kennis en ervaring heeft op het gebied van tegels en plaatsingsmethodes. Ter verduidelijking, dergelijk expert kan bijgevolg als deskundige geraadpleegd worden door de rechtbank.

Minnelijk of gerechtelijk expert?

In wezen kunnen we tijdens een werfbezoek, naast andere betrokken partijen, zoals bouwheer, architect, werfleider, aannemer-tegelzetter, jurist, enz. twee soorten specialist-experten ontmoeten, in functie van de aard en vordering van het onderzoek:

1) Minnelijk: is een relatief snelle procedure en kan in twee delen opgesplitst worden:

a) Eenzijdig: Eén van de partijen doet beroep op een specialist om de werken te beoordelen. De rechter oordeelt over de waarde van het verslag.

b) Gezamenlijk (ook ‘expertise op tegenspraak’ genoemd): Beide partijen komen overeen om samen eenzelfde expert aan te stellen. De waarde wordt gelijkgesteld met deze van een gerechtelijk onderzoek.

Het aanstellen van een minnelijk expert kan gevoelig kostenbesparend zijn voor beide partijen!

2) Gerechtelijk:

  • De rechter (Rechtbank van Eerste Aanleg) stelt zelf de expert aan
  • Het verslag is nog altijd niet bindend (enkel adviserend karakter), maar de rechter volgt meestal de inhoudelijke gedachtengang.
  • Is duur en van lange duur vooraleer er een uitspraak komt

Daarnaast is er ook nog de ‘Verzoeningscommissie Bouw’. Dit is een commissie die samengesteld is uit consumenten, vertegenwoordigers (Test Aankoop bv.), architecten, aannemers, en leden van de desbetreffende federatie. Bij ons is dit een afgevaardigde van FECAMO (Fédération des Carreleurs et Mosaïstes – Nationale federatie van Tegelzetters en Mozaïekbewerkers).

Kenmerken van de Verzoeningscommissie Bouw:

  • Behandelt enkel technische geschillen die betrekking hebben op de private woningbouw
  • Is een snelle procedure
  • Is relatief goedkoop
  • Beide partijen moeten wel akkoord zijn

Onderzoek

Indien er schade optreedt in een relatief dunne vloerbetegeling die meestal tussen de 3 mm en 7 mm dik zijn volgens de indelingstabel van EITA (European Innovative Tile Academy), moet men eerst het ‘hoe’ en/of het ‘waarom’ van het probleem onderzoeken. Enkele holle klanken bij de hamertest van enkele tegels bijvoorbeeld betekenen niet meteen een foutieve plaatsing!

Meestal is het detecteren van de aangewende plaatsingstechniek een van de moeilijkste klussen daar vele factoren meespelen om een verband te kunnen leggen met de werkelijke oorzaak.

In vele gevallen is een destructief onderzoek het noodzakelijke kwaad om er zeker van te zijn dat de opbouw van het tegelwerk klopt of niet strookt met de gangbare officiële technische uitvoeringen. Individuele laagdiktes, samenstelling van de onderliggende lagen, samendrukbaarheid van de isolatie, cohesie, restvocht, overname uitzettingsvoegen, situatie randisolatie, contactoppervlak, enzovoorts, kunnen nooit zomaar ‘op zicht’ gecontroleerd worden. De hamer en beitel zijn dan meestal de eerste tools die bovengehaald worden om letterlijk dieper te gaan kijken naar de mogelijke onregelmatigheden. Slechts indien de werkelijke reden van de opgelopen schade definitief is gekend, kan men overleggen wat gedaan kan worden om zowel op technisch als op esthetisch vlak een goede en voor alle partijen aanvaardbare oplossing aan te reiken.

Sommige deskundigen gaan soms veel te kort door de bocht en geven al te snel advies om het tegelwerk volledig opnieuw uit te laten uitvoeren. Drastisch, doch in vele gevallen kunnen herstellingen in overleg met de verschillende betrokken partijen uiteindelijk geen mogelijke piste meer zijn om de duurzaamheid van het tegelwerk te garanderen. In ieder geval is een consensus meestal niet veraf indien partijen bereid zijn om naar elkaar te luisteren, de feiten voor ogen zien, en eigenzinnige conclusies niet worden opgedrongen.

Mogelijke redenen van scheurvorming

In voorkomend geval was de oorzaak van de scheurvorming in de dunne keramische XXL-tegels te wijten aan vermoedelijk drie verschillende factoren, met name:

  • 1. Het niet precies overnemen van uitzettingsvoegen die het warmwatercircuit van de vloerverwarming scheidde
  • 2. De niet bewezen opstartprocedure van het vloerverwarmingssysteem
  • 3. Het niet voorboren van uitsparingen in de tegels zelf. Dit is nochtans noodzakelijk om de plaatselijke spanning in de tegels zelf te verminderen tijdens het insnijden.

XXL-tegels plaatsen op vloerverwarming: belangrijkste aandachtspunten

Hoe pakt men nu het beste dergelijk keramisch XXL-tegelwerk op verwarmde vloer technisch preventief aan? Wij pikken enkele belangrijke aandachtspunten uit de EITA-checklist:

  • 1. Respecteer de noodzakelijke controlecriteria vóór aanvang van de tegelwerken zoals de toestand van de ondergrond, in voorkomend geval een cementgebonden zwevende dekvloer, in het algemeen: oppervlakteruwheid, niveau, perfecte vlakheid, hardheid, restvocht, en dergelijke meer.
  • 2. Maak een legplan in functie van het vloerverwarmingscircuit om de positie van de uitzettingsvoegen in kaart te kunnen brengen.
  • 3. Ga na of de vloerverwarming werd opgestart volgens de vereiste procedure of volgens de specificaties van de fabrikant. Veelal zal een elektronische/digitale doorgelopen procedure bewijskrachtig zijn. Het is bovendien raadzaam om vóór de ingebruikname van de vloer, na de plaatsing dus, de opwarmings- en afkoelingscyclus nog eens te herhalen. Een bruuske opstart zou het risico op schade niet vergroten, mede gezien de verschillende uitzettingscoëfficiënten van alle opbouwlagen elkaar nauwelijks kunnen opheffen bij een thermische schok.
  • 4. Zorg ervoor dat de legzijde van de tegels niet vervuild is (bv. resten van magnesiumpoeder, keramische stof, beschermviltjes, …).
  • 5. Ontkoppel bij voorkeur tegels die groter zijn dan 3600 cm², dus zeker van toepassing in voorkomend geval met keramiektegels van het formaat 120 cm x 240 cm x 6 mm. Tegenwoordig worden er tegellijmen op de markt gegooid die de ontkoppelingsmat kunnen vervangen. Let hierbij wel op: een tegellijm op zich ontkoppelt niet! Win hierbij steeds advies in bij de fabrikant of zijn technisch raadgever.
  • 6. Schets bij uw bestellingen voor uw partners-fabrikanten steeds een werkelijke weergave omtrent de werfomstandigheden, de soort ondergrond en de te plaatsen materialen.
  • 7. Pas de juiste plaatsingsmethode toe en gebruik hiervoor de juiste tegellijm (zie punt 5), aangepaste gereedschappen (lijmkamgrootte, aandruktool,…). Buttering/floating (dubbele verlijming) is steeds noodzakelijk, met de lijmrillen parallel op elkaar.Indien geen primer wordt gebruikt is het sterk aanbevolen om met de platte kant van de lijmkam de dekvloer eerst even voor te schrapen zodat de poriën alvast vooraf goed gevuld worden met tegellijm. Dit zal een gevoelige positieve invloed hebben op de hechtsterkte van de afgewerkte vloer.
  • 8. Neem een voldoende brede voeg, doorgaans 3 mm. Een van de belangrijkste functies van een tegelvoeg is de spanningsverdeling van het tegelwerk garanderen. En hoe groter de tegels, hoe minder voegen…
  • 9. Bij het gebruik van nivelleer- of levelingsystemen, dient men het adjusteren tot maximum enkele tienden van een mm te beperken, zodat mogelijke breuken in het lijmbed zo goed als uitgesloten worden en de gevolgspanningen na de uitharding van de tegellijm tot een minimum worden herleid.
  • 10. Snij de -voldoende dikke- randisolatie pas af na het opvoegen van de vloer en plaats pas daarna de plinten zodat er geen gevaar bestaat tot het blokkeren van tegels met muren, kolommen, en andere vaste delen van het gebouw.
  • 11. Neem de uitzettingsvoegen die zich in de dekvloer bevinden pal over in uw tegelwerk. In uitzonderlijke gevallen kan men door middel van het gebruik van ontkoppelingsmatten uitzettingsvoegen “verplaatsen” (geen bouwvoegen!). Hier dient men ook voldoende informatie op te vragen zodat de nodige garanties worden verschaft.
  • 12. Werk de voegopening aan de onderkant van de plinten af met een dilatatiesilicone. Vermijd hierbij driepunthechting om de elasticiteitscapaciteit van de voeg te optimaliseren.

Kordaat besluit?

In een praktisch geval besloot de expert ter zake samengevat het volgende aan het einde van zijn verslag:

1) Door het feit dat de tegelzetter technische fiches bezorgt van een totaal ander type tegellijm en voegspecie, tegenstellend met de informatie die op het moment van het onderzoek werd verschaft, dient dit nader te worden onderzocht. Rekening houdende met de potentiële thermische beweging van materialen, werd de procedure van opstart niet bewezen.

Aan de hand van de hiernavolgende formule (bron/ WTCB) kan men eventueel de berekeningen van de maximale uitzetting van de materialen maken, zodoende de nodige maatregelen voorafgaand aan de plaatsingsactiviteiten te kunnen treffen:

  • ΔL = L . α . ΔT waarbij
    ΔL: de potentiële lengteverandering [m]
    L: de beschouwde lengte [m]
    α: de lineaire thermische uitzettingscoëfficiënt van het materiaal [m/m.K]
    ΔT: het beschouwde temperatuurverschil [K]

Verder bevestigt men in desbetreffende officiële technische richtlijn dat vermits de dekvloer, tegellijm en de vloertegels een verschillend uitzettingscoëfficiënt hebben en de temperatuur in het verwarmde vloercomplex niet altijd overal gelijk is (de temperatuur van de dekvloer zal in de buurt van de vloerverwarmingsbuizen hoger zijn dan aan zijn oppervlak en ter hoogte van de betegeling), kan het vloercomplex nooit gelijkmatig thermisch vervormen. Differentiële bewegingen kunnen bijgevolg thermische spanningen in de gehele vloeropbouw veroorzaken. Een thermische schok diende te worden vermeden en de uitzettingsvoegen vooral op hun plaats gerespecteerd.

2) Er werd geenszins rekening gehouden met de afmetingen van de geplaatste tegels (˃ 3600 cm²), waarbij in casu dus wel degelijk een ontkoppelend systeem of product diende aangewend te worden om de te verwachten thermische spanningen op te vangen.

3) Gelet op het feit dat tijdens het destructief onderzoek werd vastgesteld en bewezen dat de uitzettingsvoegen vanuit de dekvloer niet werden overgenomen en cruciale snijstukken niet op de juiste manier werden verzaagd, kan men ervan uitgaan dat het hier een plaatsingsvergissing betreft.

Besluit

“Het is bijgevolg aangewezen dat de tegelzetter van dienst zijn verantwoordelijkheid quod opneemt, en de nodige herstellingen uitvoert, rekening houdende met de regels van de kunst en het goede vakmanschap, naar de gebruiken van het beroep en de stand van de wetenschap!

Het detecteren van de aangewende plaatsingstechniek is één van de moeilijkste klussen daar vele factoren meespelen om een verband te kunnen leggen met de werkelijke oorzaak.

In vele gevallen is een destructief onderzoek het noodzakelijke kwaad om er zeker van te zijn dat de opbouw van het tegelwerk klopt met de gangbare officiële technische uitvoeringen.

Ontkoppel bij voorkeur tegels die groter zijn dan 3600 cm². Let hierbij wel op: een tegellijm op zich ontkoppelt niet!

Een voldoende brede tegelvoeg is van belang voor de spanningsverdeling van het tegelwerk, zeker bij grootformaattegels.

Vooraleer een tegelwerk aan te vatten op een verwarmde vloer dient men een belangrijk opstartprotocol in acht te nemen.