Volg mee: een technische expertise natuursteen op verwarmde vloer

’Aanbevelingen’ en ‘Richtlijnen’ zijn net zoals ‘Normen’ en ‘Technische Voorlichtingen’ geen wet op zich. Maar ze worden wel als maatstaf genomen indien er zich een probleem voordoet. En dat is nu net waar het schoentje soms knelt. Welke norm of richtlijn heeft de meeste draagkracht tijdens een expertise op de werf? Wij probeerden uit te vissen hoe een deskundig onderzoek in de praktijk in z’n werk gaat en mochten onlangs een technische expertise op een verwarmde vloer bijwonen.

Praktische case

Jammer genoeg lopen niet alle tegelwerken gesmeerd. En op termijn kunnen anomalieën van diverse aard opduiken. Meestal worden er bij de oplevering van een vloerwerk weinig of geen opmerkingen genoteerd. De klant/particulier is meestal een leek en merkt tijdens de tegelwerken niet of de tegelzetter effectief werkt volgens de regels van het vak. Men gaat dus op het einde van de rit eerder af op het esthetische aspect waarbij het afgeleverd werk van de vloerlegger meestal op zicht O.K. is. Maar er kunnen altijd addertjes onder het gras zitten…

In het verre Limburg waren we te gast in een nieuwbouw alwaar een natuursteen, met name een gekalibreerde kalksteen 60 cm x 60 cm op een traditionele vloerverwarming van het type A was geplaatst. Het is namelijk zo dat vloerverwarmingssystemen door het WTCB (Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf) in vier verschillende categorieën zijn ingedeeld (vroeger beperkte men zich tot het “nat” en “droog” systeem):

  • type A: verwarmingsbuizen zitten in de dekvloer
  • type B: de verwarmingselementen zitten verzonken in de isolatie, net onder de dekvloermortel
  • type C: de verwarmingsleidingen zitten tussen de dekvloer en het isolatiemateriaal, in een uitvullaag
  • type D: systeem met holle plaatelementen

Experten en deskundigen

Het is evident dat enkel basiskennis of eenzijdige specialisatie onvoldoende is om de handtekening van ‘Deskundige’ of ‘Expert’ onder een officieel document te mogen plaatsen. Vandaar meestal bouwingenieurs, architecten, gespecialiseerde technisch adviseurs, of bouwdocenten logischerwijze de aangewezen personen zijn om zich objectief te kunnen buigen over technische problemen die zich in de bouw kunnen voordoen. In de boeiende (lees: moeilijke) wereld van de afwerking is veralgemeende kennis immers niet voldoende om een goed onderzoek uit te kunnen uitvoeren. Om de titel van deskundige waardig te zijn moet de onderzoeker de technisch/wetenschappelijke nagel op de kop kunnen slaan. Bij het opmaken van een correct verslag dient knowhow steeds parallel te lopen met officiële literatuur. Bij ons zijn dit veelal de TV’s (Technische Voorlichtingen) van het WTCB (Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf) en Europese Normen.

We vatten de soorten expertises samen als volgt:

  • 1) Minnelijk onderzoek: is een relatief snelle procedure en kan in twee delen opgesplitst worden:
    • Eenzijdig: één van de partijen doet beroep op een specialist om de werken te beoordelen. Rechter oordeelt over de waarde van het verslag.
    • Gezamenlijk (ook expertise op tegenspraak genoemd): beide partijen komen overeen om samen een expert aan te stellen. Waarde wordt gelijkgesteld met deze van een gerechtelijk onderzoek.
    • Tip: het aanstellen van een minnelijk expert kan gevoelig kostenbesparend zijn voor beide partijen!

 

  • 2) Gerechtelijke expertise: de rechter (Rechtbank van Eerste Aanleg) stelt zelf een expert aan
    • Verslag is nog altijd niet bindend (enkel adviserend karakter)
    • Is duur en van lange duur vooraleer er een uitspraak komt
    • Daarnaast is er nog de ‘Verzoeningscommissie Bouw’:
    • Is een commissie die samengesteld is uit consumenten, vertegenwoordigers (testaankoop bvb), architecten en aannemers
    • Behandelt enkel technische geschillen die betrekking hebben op de private woningbouw
    • Is een snelle procedure
    • Is relatief goedkoop
    • Beide partijen moeten wel akkoord zijn

Algemene vaststellingen

Het nazicht van de verwarmde vloer uit witsteen (afzettingsgesteente) verliep in voorkomend geval redelijk vlot. De deskundige ondervroeg eerst partijen met het oog op het schetsen van een duidelijk beeld met betrekking tot de mogelijke professionele fouten. Alle betrokken partijen waren aanwezig: de eigenaar, de architect, de uitvoerder van de isolatielaag, de dekvloerplaatser, de installateur van de vloerverwarming, én de tegelzetter van dienst.

Deze eerstvolgende vragen kwamen aan bod:

  • De opbouw van de tegelvloer en respectievelijke laagdiktes vanaf de draagvloer (betonplaat): ±15 cm gespoten PUR, ±10 cm cementgebonden dekvloer.
  • De uitvoeringstijdstippen van dekvloer en tegelvloerwerken, in voorkomend geval begin mei 2014.
  • Het voorziene (automatische) opstartprotocol van het vloerverwarmingssysteem.
  • Het exacte type natuursteen (inzage technische fiche kwam pas later): kalksteen 60/60/2.
  • Gebruikte tegellijm en verlijmingtechniek (buttering/floating – vooral de dubbele verlijmingsrichting).
  • Eventuele voorraad reservetegels om in het beste geval de beschadigde tegels te kunnen vervangen.

Daarna begon de expert met wat praktische testen en lichtte volgende vaststellingen toe:

  • Bepaalde uitzettingsvoegen van de dekvloer zijn niet rechtstreeks overgenomen in het natuursteentegelwerk. Vooral ter hoogte van de deuropeningen in living en keukenwaar vormen zich parallelle rechtlijnige scheuren.
  • De opstart van de vloerverwarming vóór de vloerwerken is klaarblijkelijk niet gebeurd volgens de richtlijnen vermeld in de technische voorlichtingen van het WTCB (Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf). Na de vloerwerken zou volgens de eigenaar de opstartprocedure van de vloerverwarming dan wel gerespecteerd zijn, wat in wezen normaal zou moeten zijn met het oog op de definitieve ingebruikname…

Technische literatuur

In het WTCB-tijdschrift 1989-4.4. wordt gesteld:

”Het in werking zetten van de verwarming zal gebeuren door het systematisch opdrijven van de temperatuur met 5 K/24 h, vertrekkend van koude toestand tot de maximaal voorziene werkingstemperatuur het verwarmingselement. Deze werkingstemperatuur moet lager zijn dan de maximaal toegelaten temperatuur voor de bindmiddelen gebruikt in de dekvloer. De terugkeer naar de begintemperatuur zal tevens progressief gebeuren, m.a.w.met 5 K/24 h. De maximaal voorziene werkingsternperatuur wordt gedurende minimum 3 dagen aangehouden ten einde de dekvloer zijn maximale beweging te geven alvorens de vloerbedekking aan te brengen.”

Ook in het WTCB-Contact nr. 50 (2-2016) wordt zelfs ook voor innovatieve vloerverwarmings-systemen de opstartprocedure sterk aanbevolen:

“Het strekt tot aanbeveling om het vloerverwarmingssysteem, vóór het aanbrengen van de vloerbedekking, reeds een eerste maal een opwarmings- en afkoelingscyclus te laten doorlopen. Deze cyclus wordt ook wel het ‘opstartprotocol’ genoemd. Voor meer details over het opstartprotocol van vloerverwarmingssystemen van de nieuwe generatie kan men terecht bij de fabrikanten.”

Het is dan ook logisch en normaal dat ook na de afwerking van de vloerwerken (na uitdroging van de tegelvoegen) de vloerverwarming stapsgewijs dient aangezet te worden om thermische schokschade te vermijden.

Toegepaste controlecriteria

Zowel visueel als effectief worden op het moment van de minnelijke expertise volgende controles uitgevoerd:

  • De vlakheid van de vloer: voldoet aan de vlakheidseisen onder een rechte aluminium lat van 2 meter, zijnde gemiddeld 3 à 4 mm, gecontroleerd met een gekalibreerde wig.
  • Vervolgens wordt met een speciale duo-laser echter een niet verwaarloosbare opwelving van de vloer (2 mm in het midden tot bijna 7 mm in de hoeken en zijkanten) opgemeten.
  • Vooral aan de voor- en achterdeur, ter hoogte van de deurdorpels uit Belgische blauwe hardsteen -ook wel eens ‘Petit Granit’ genoemd- werd tevens een opvallende verzakking vastgesteld tot 5 mm.
  • Ter hoogte van een zuidgerichte glaspartij meet de expert nog een niveauverschil ter hoogte van degraderende cementgebonden voegen van om en bij de 4 mm à 5 mm.
  • De aansluiting met dorpels zijn opgevoegd met harde cementvoeg en vertonen haarscheuren in de voegrichting langsheen de dorpellengte en aansluitende vloertegels.
  • Bij het wegnemen (destructief onderzoek!) van een willekeurige plint constateert men dat de randstroken (isolatiebanden) afgesneden werden vóór de voegwerkzaamheden en er hier en daar voegmortel tussen vloer en muur vast zit.
  • De geplaatste plinten zweven tot 5 à 7 mm  boven het vloerniveau. De dilatatiesilicone is gescheurd en op sommige plaatsen zelfs volledig losgerukt.

Oorzakelijk verband

Refererend naar de ‘Pocket geïsoleerde binnenvloeren’ dat door het WTCB en Universiteit Gent werd uitgegeven naar aanleiding van het IWT-project TETRA I&II, kunnen we stellen dat naarmate de isolatie vervormbaar is, de verzakking van het vloercomplex groter zal zijn. In voorkomend geval was dit perfect mogelijk en nam men dit op in het reële oorzakelijk verband gezien de dekvloer meer dan 3 maanden de tijd had om uit te drogen en andersoortige oorzaken zoals opwelving door krimpbewegingen en trekspanningen in de dekvloermortel bijna zo goed als uitgesloten konden worden. Doch, ook de meeste uitzettingsvoegen in de witsteenvloer zaten niet op hun plaats, wat uiteraard noodzakelijk is om de duurzaamheid van een tegelwerk te garanderen.

Vooral de duidelijk zichtbare scheurvorming in de deuropeningen wezen erop dat de tegelzetter de onderbrekingen die in de dekvloer aanwezig waren niet had gerespecteerd en zijn dilatatievoegen had verplaatst om in volle tegels uit te komen.

Het was dan ook logisch dat bij de minste thermische ‘beweging’ de zwakste schakel zou kunnen breken, met name in casu het dunne lijmbed en de tegel zelf!

De expert ging er bijgevolg vanuit dat het ene fenomeen (verzakking van de vloeropbouw) én het andere, met name het niet respecteren van de dilatatievoorzieningen de grootste oorzaak waren van de vastgestelde anomalieën. Het niet opstarten van de vloerverwarming vóór de aanvang van de tegelactiviteiten zouden hier zeker een grote rol, zoniet de hoofdrol hebben in gespeeld om de vastgestelde schade in een versneld tempo te brengen!

Geboden oplossingen

Na overleg en enige besluiten te hebben gevormd werd door de deskundige onder voorbehoud een voor alle partijen aanvaardbaar voorstel op tafel gelegd. Gelet op en rekening houdende met voorgaande verklaringen en commentaren, meende de expert te kunnen stellen dat mogelijks meerdere factoren aan de basis liggen van de vastgestelde anomalieën:

  • Een van de belangrijkste oorzaken was zijns inziens de samendrukking van de PUR-isolatie waarbij de vloer op termijn is gezakt.
  • Een van de secondaire maar niet minder belangrijke oorzaken zou een te late opstart van het vloerverwarmingssysteem kunnen zijn, gezien het feit dat alle lagen (draagvloer, isolatie, dekvloer, tegellijm, natuursteentegel) een verschillend krimpverloop hebben en bijgevolg ook sterk verschillende thermische vervormingen kunnen ondergaan gelet op hun verschillend uitzettingscoëfficiënt.

Ervan uit gaande dat de isolatielaag zijn maximale samendrukkingsfase heeft bereikt en de natuursteenvloer na “ontspanning” best wel zijn tijd kan meegaan, werd een oplossing voorgesteld dat door de aanwezige partijen gedwee aanvaard werd:

Plaatselijke herstellingen waren volgens de deskundige perfect mogelijk gezien:

  • de weinig gedetecteerde holklinkende vloertegels (alleen enkele snijstukken ter hoogte van de glaspartijen vertoonden een holle klank) en
  • het ontbreken van duidelijk visuele degraderende tegelvoegen (geen barstjes, noch haarscheuren):
    • het opbreken en aanpassen van de zones waar uitzettingsvoegen niet rechtstreeks uit de dekvloer werden overgenomen.
    • het verwijderen en vervangen van de oude dilatatiesilicone onder de plinten (aansluiting vloer-plint), alsmede aan de dorpelaansluitingen.

Begroting herstellingskosten

De herstellingskosten werden uiteindelijk begroot en als volgt verdeeld:

  • 20% voor de architect, die verantwoordelijk was voor het toezicht op de werf.
  • 20% voor de installateur van de vloerverwarming, die ervoor diende te zorgen dat het systeem operatief was vóór aanvang van de vloerwerken en mede verantwoordelijk werd gesteld voor de tijdige opstart van de vloerverwarming.
  • En jawel, ook nog 10% voor de eigenaar, die volgens de deskundige de anomalieën vroeger kon gemeld hebben en al enkele jaren genot van zijn vloer heeft gehad.
  • 50% voor de tegelzetter, die zijn vloerwerk niet volledig volgens de regels van de kunst en het goede vakmanschap had uitgevoerd, maar er tenslotte toch nog goed onderuit kwam.

Iedereen aanvaarde dus een stukje van de kersloze taart die toch een ietwat bitter smaakte dan de traditionele versie. Het moraal van dit verhaal hoeft geen verdere uitleg, toch?

Wenst u te reageren? Dat kan via info@polycaro.be


Foto’s: tileXpert