Frans Van Den Vonder: expert in restauratie van oude natuursteen

Wanneer het op restauratie aankomt, is bouwonderneming ‘Restauratie Van Loy’ in Herselt al een halve eeuw toonaangevend. Het multifunctionele bedrijf is gespecialiseerd in het uitvoeren van restauratiewerken aan monumenten en gebouwen, vooral kerken en kastelen, en beschikt daarvoor over een eigen steenkapperij. Het is daar dat ik meestergast Frans Van Den Vonder ontmoet om hem honderduit te laten vertellen over zijn expertise in de oude artisanale restauratietechnieken van natuursteen.

‘Restauratie Van Loy’ telt 38 vakmensen, waarvan 3 in de steenkapperij, en heeft zijn werkterrein vnl. in de  provincies Antwerpen, Brabant, Limburg en Oost-Vlaanderen.

“Momenteel geven we de Abdijkerk van Averbode een opknapbeurt”, begint Frans Van den Vonder (61), “net als het Kasteel van Rullingen en de Witte Molen in Aarschot. Terwijl we voordien 5 steenkappers nodig hadden om één kerk aan te pakken, is dat nu één steenkapper voor 5 kerken, omdat men momenteel bij voorkeur fragmentarisch vernieuwt i.p.v. grotere oppervlakten. Daarnaast mocht het vroeger zichtbaar zijn dat oude door nieuwe steen vervangen werd, terwijl het weinige dat nu gerestaureerd wordt even oud als het geheel moet lijken.”

Het leren van de stiel

“In 1975 werkte mijn broer als beeldhouwer aan de Sint-Romboutskathedraal in Mechelen. Men kon daar nog wel enkele extra handen in de steenkapperij gebruiken en zo begon ik. Men legde mij een ruwe blok Franse witte Massangis voor, tekende daar lijnen op en ik moest een kant vlak maken. Kappen, punten, boucharderen. Daarna werd er een nieuwe lijn op aangebracht en diende ik de steen haak te kappen, vervolgens een ander vlak haaks op het eerste kappen en zo moest ik op een week tijd een ruwe blok keurig vierkant maken. Mijn handen stonden vol blaren. Ik kon amper mijn gereedschap nog vasthouden. Maar zo leerde ik alle verschillende bekappingen en bewerkingen met hamer en beitel; de stiel. Ook omdat ik omringd werd door uitstekende vakmensen die me snel en spontaan alle knepen leerden. Door al die kennis te combineren, ontwikkelde ik mijn eigen werkmethode.”

Ter plaatse

“Na 6 jaar in Mechelen, ging ik voor 3 jaar naar Antwerpen waar ik o.m. aan de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal werkte. Vroeger was het de regel dat het steenkappen ter plaatse diende te gebeuren. Zo stond ik daar dan met 16 anderen in een volledig afgesloten barak te kappen. Stel je voor; zonder de minste verluchting met zijn allen op stenen meppen van ’s morgens tot ‘s avonds.

Na nog een jaar in een ander bedrijf te hebben gewerkt, begon ik in 1985 bij ‘Restauratie Van Loy’. En dat was ook meteen de allereerste keer na 10 jaar kalksteenkappen dat ik een blauwe hardsteen uit Soignies te bewerken kreeg.

Ik hou deze baan al zo lang vol omdat ik niet graag ander werk zoek en slechts op 6 km van het bedrijf woon. Bovendien ben ik al 32 jaar ploegbaas, ken het reilen en zeilen door en door en organiseer zelfstandig het werk. Ik denk ook dat, als je ergens goed in bent, het moeilijk en frustrerend moet zijn om iets helemaal anders goed onder de knie te krijgen. Maar ik hoop dit werk vol te kunnen houden tot ik op mijn 65ste met rust ga, want fysiek word ik er ook niet beter op.

Met hamer en beitel werk ik sneller dan een CNC-machine geprogrammeerd kan worden.

Het is niet gemakkelijk om nieuwe steenkappers aan te trekken en al helemaal niet om die ook te behouden. Zelf verzorgde ik een tijdlang opleidingen, maar het is frustrerend om vaststellen als die mensen wat later vertrekken naar beter, minder vuil werk en met een mooi pensioen.

Ik begrijp dat wel; het vooruitzicht om een beroepsloopbaan lang in een stoffige werkruimte bij een lawaaiige stofzuiger te staan, spreekt de huidige generatie niet aan. Zij zien graag mooie meisjes voorbijwandelen, maar in het atelier ziet men die enkel op een wandkalender.

Toch leid ik sinds 2 jaar Frederic De Meyer als mijn opvolger op om de toekomst van het bedrijf veilig te stellen.

Daarnaast is het uiteraard ook de uitdaging voor de directie om voortdurend in voldoende werkaanbod te voorzien voor alle medewerkers.”

Hamer en beitel

“Mijn gereedschap is eenvoudig: hamer en beitel. De bedoeling van het aanhouden van de oude, artisanale techniek is om het afgewerkte product zo te behandelen dat het lijkt alsof het een eeuw of nog langer geleden vervaardigd werd. Ik tracht zaken zo te kopiëren zoals zij ook oorspronkelijk waren; met dezelfde voegzetting en zonder te vereenvoudigingen. Een opdracht is nooit onuitvoerbaar; als men er vroeger in slaagde om iets te vervaardigen, is het alleen maar logisch dat wij dat ook nu nog aankunnen.

Vermits het maximaal slechts om 3 of 4 stenen per project gaat, is het onbegonnen werk om daar een machine voor te programmeren. Ongeveer 50 % van onze werkstukken worden machinaal verzaagd, maar daarna is nog altijd handmatige afwerking vereist. Gebogen lijstwerk en dergelijke stukken kunnen bovendien enkel met de hand vervaardigd worden. Trouwens, met hamer en beitel werk ik sneller dan een CNC-machine geprogrammeerd kan worden. “

Bruinen zonder zon

“Mijn job is fijn en gevarieerd met taken als o.m.: het zorgvuldig opmeten en het profiel tekenen van stenen die aan vervanging toe zijn, die te inventariseren, deze informatie doorgeven aan de zagerij en tot slot de stenen handmatig afwerken. Het zijn de ‘speciallekes’, zoals pinakels en mouluren, die mij uitdagen. Geef mij maar veel details en ‘frullekes’, hoe moeilijker, hoe liever.

Meestal werken wij met reguliere Franse natuursteen zoals Massangis, Savonniere, Bravilliers en Euville, en in mindere mate met blauwe hardsteen van Soignies, Maaskalksteen, Gobertange, Balegem en Diestiaanse bruine ijzerzandsteen.

Dankzij onze oude, artisanale techniek lijkt het alsof onze nieuwe stenen een eeuw of nog langer geleden vervaardigd werden

Persoonlijk verkies ik Massangis en Bravilliers. Eerstgenoemde omdat die mooi veroudert met de oorspronkelijke steen en Bravilliers, een zachte steen, leent zich prima voor fijnere detaillering. Stenen met fijne poriën en met water verzadigd, kunnen barsten bij vrieskou. Maar Bravilliers en Euville, stenen met grove poriën, bevriezen niet zo gauw.

Het minst graag werk ik met ijzerzandsteen. In de eerste plaats vormen zand en ijzer een slechte combinatie voor de longen. Vroeger zei men: ‘Eén jaar werken met ijzerzandsteen, is 5 à 10 levensjaren minder.’ Toen waren de afzuiginstallaties natuurlijk nog totaal ontoereikend, kwam er veel meer hand- dan zaagwerk aan te pas en waren we amper of niet beschermd. Deze natuursteen kruipt letterlijk in de poriën, want na daar twee jaar mee gewerkt te hebben, is men gebruind zonder zon. Bij nachtelijk transpireren kleuren de lakens bruin. Daarnaast veroorzaakt ijzerzandsteen heel snel slijtage aan het bewerkingsmateriaal, zoals slijpschijven, net omwille van zijn inherente zachtheid. Voor heel fijn beeldhouwwerk is hij moeilijker bewerkbaar omdat ijzerzandsteen sterk dooraderd is en bijgevolg erg brokkelig.

Het project waar ik het meest fier op ben, is de Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel die we in een periode van drie decennia praktisch voor 90 % restaureerden. Op een tweede plaats kies ik voor de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Antwerpen waar we het koor, de steunberen en de borstwering restaureerden”, besluit Frans Van Den Vonder.


Foto’s: ©Restauratie Van Loy en Wouter Peeters