Opinie: er heersen immense evoluties binnen deze sector 

Het piept en kraakt in de wereld van robuuste steen en fijne keramiek. Met verschuivingen over en door elkaar heen, lijken deze twee grote broers wel op tektonische platen die hun positie rondom de aardkorst al duwend en trekkend trachten te bepalen.

De keramieken en composieten zetten zich immers met grootse budgetten op de internationale markt en vuren een arsenaal aan nieuwe producten, grotere formaten, dunnere platen en nog performantere toepassingen af. Dat dit uiterst resistente en modieuze materiaal wordt bejubeld bij een breed publiek, is ongetwijfeld te danken aan haar innovatieve karakter. Uiteraard tot groot jolijt van vele architecten, en soms tot vermeende spijt van de -vasthoudende- tegelzetter.

Dit artikel verscheen in Polycaro 60

Lees alle artikels van deze editie online

of

PDF downloaden

Dat de steenwereld deze grootse veranderingen niet langer met lede ogen aanschouwt, mochten we onlangs nog vernemen. De oeroude reus die de natuursteensector is, recht vandaag de rug, schudt steenpuin van zich af, en laat door middel van consolidaties en schaalvergrotingen, massieve investeringen in digitalisatie en duurzamere productieprocessen, en met fonkelnieuwe producten, innovatieve afwerkingen, trendy design en nooit eerder geziene toepassingsgebieden zien dat ook de natuursteensector klaar is voor de toekomst.

Maar wat betekent dit nu op microschaal?

Dat de eindklant een nooit eerder gezien aanbod aan materialen, kleuren, texturen en formaten krijgt voorgeschoteld, mag één ding zijn. Maar wat met de tegelzetters? Ook zij krijgen door al deze technologische evoluties een por in de zij en worden aangespoord om op de kar van vernieuwing te springen. Wie de uitdaging aangaat om zijn bot geschreven potlood terug aan te scherpen met fonkelnieuwe kennis, zal -naar mijn bescheiden mening- het verschil in de markt kunnen maken, en met het oog op de tienjarige aannemersaansprakelijkheid daarenboven het risico op probleemsituaties in de praktijk indijken.

Maar hoe doe je dat dan, hoor ik jullie verzuchten. Het antwoord is eenvoudig en misschien ook moeilijk tegelijk: investeer in kennis. Dat het huidige opleidingsaanbod ruimte biedt voor meer vakspecifieke opleidingen is, denk ik, niet gelogen. Gelukkig kloppen de meesten onder jullie aan bij vakkundige federaties en wetenschappelijke onderzoeksinstituten die met 100% zekerheid weten hoe het moet. Maar eens je dat weet, hoe voer je het dan uit? Een jonge, gedreven organisatie die een plaatsje verdient in dit voorwoord, is ons eigen Belgische BITA. Met haar nevenbeeld NITA in Nederland biedt deze innovatieve tegelschool praktijkgerichte opleidingen aan waarin wordt gewerkt met nieuwe materialen, de beste technieken en volgens de laatste wetenschappelijke richtlijnen. Dat er ook een Europese EITA klaar staat om van start te gaan, bewijst dat de oprichting ervan geen slag in het water was.

Ja, er heersen immense evoluties binnen deze sector en ze duwen iedereen richting vernieuwing.

Voor sommigen een angstaanjagend gegeven, maar voor zij die vooruit denken is de heersende innovatietrend een duidelijk signaal en een startschot voor het heruit vinden van zichzelf.

En schuilt net daarin niet de kracht van goed ondernemerschap?

Veel leesgenot en een verrijkend 2018 toegewenst!


Lies Paelinck
Hoofdredacteur