Het jaar van Revoir Paris: doorbraak in keramische patroontegels

“Het was een tsunami!” Het debuut van de keramische patroontegels van Revoir Paris op Cevisama leverde méér orders op dan de backoffice aankon. Daarom werd die uitgebreid én een nieuwe commercieel directeur aangeworven. Maar best, want ook de nieuwe collectie Bel-Air, die de Belle-Epoque inspiratiebronnen nog nader op de huid zit, belooft stukken te maken.

Debuut in Valencia“Met Revoir Paris voor de eerste keer richting Valencia trekken was best spannend”, zegt ontwerpster Katrien Neys, die samen met Fabrizio Fascianella en Ben Vanpée aan het hoofd staat van de firma.

“Het is tenslotte na Cersaie de grootste beurs ter wereld voor keramische tegels.” Maar de voortekenen waren gunstig. “We kwamen op zondagavond aan, en de stand was door het Spaanse bureau met wie we samenwerkten perfect in orde gemaakt. Het was precies wat we ervan hadden verwacht. Dus we begonnen er de volgende ochtend aan met een heel relaxed gevoel.” Nu, een weekje vakantie werd het niet — en gelukkig maar.

revoir paris keramische patroontegels1

“Het is niet gebruikelijk voor nieuwkomers om uit te pakken met dergelijke mooie stand. We werden echt opgemerkt. We voelden dat we een magneet waren. We schrokken zelfs nogal van de ordegrootte van de bestellingen. Voordien zaten we goed in Frankrijk en delen van Engeland, nu werd het meteen een heel ander verhaal. De hele UK, Noorwegen, de VS, Canada, Israël… De vraag was te groot voor ons om te beantwoorden. Bij de terugkeer hebben we dan ook gezegd: Ok, rewind. We pakten de backoffice aan; daar werken intussen drie mensen. En we hebben een nieuwe commercieel directeur aangetrokken in de persoon van Griet Moonen. Als we nu naar beurzen trekken, zullen we alles rustiger kunnen verwerken.”

Eén aanspreekpunt

Wat maakt nu eigenlijk het succes van Revoir Paris? Katrien Neys:

“Eén zaak is denk ik onze totale focus op patroontegels. Want ook anderen bieden die wel aan, maar vaak lopen ze wat verloren tussen al de rest: grote gerectificeerde materialen, hout-imitaties, noem maar op. Over de patroontegel-collectie is dan ook niet echt heel diep nagedacht. Wij doen het tegenovergestelde. We hebben reeds vroeg gezegd: dit is onze focus, we worden specialist.” Dat is handig voor de klant.

“Heel belangrijk is dat we één aanspreekpunt zijn voor klanten. Op een beurs als Cevisama hebben ze uiteindelijk maar een paar dagen om hun hele collectie voor dat jaar samen te stellen. Dus als ze dan bij Revoir Paris komen, dan is dat deel van hun showroom al ingevuld…”

Belle Epoque 2.0

“Handig is één zaak. Maar Revoir Paris oefent bij de eerste aanblik ook een aantrekkingskracht uit, door de schoonheid van de patronen. Katrien Neys haalt haar inspiratie uit oude cementtegels, maar vooral ook uit een minder bekende historische techniek, namelijk gietklei-keramiek (zie kader).

En met de nieuwe collectie gaat ze daarin nog verder dan vroeger. “Wat ik prachtig vind in de oude gietklei-tegels, zijn de fijne breuklijntjes die in de patronen zitten. Die lijntjes máken die tegels echt. Deze techniek passen we opnieuw toe in de Bel-Air collectie, dankzij de nieuwe technologie. Daarmee is een oude ambitie waargemaakt: “Het is gewoon onmogelijk om zo’n fijne patronen te krijgen in cementtegels. Ze hebben daar in de sector ongelofelijk op zitten knarsetanden, ikzelf inclusief, en nooit is het gelukt. Cementtegels, dat gaat allemaal manueel; je hebt eigenlijk 5 à 6 minuten de tijd om een cementtegel te gieten, anders krijg je de mal er niet meer uit, of alle kleurpigmenten hangen eraan vast. De gietklei-industrie was in zijn tijd al veel meer geautomatiseerd.”

revoir paris keramische patroontegels

Beschikt Katrien Neys over een geheime formule voor een succesvolle collectie? Niemand heeft dat, meent ze. “Er zitten veel patronen bij Revoir Paris die gewoon klassiekers zijn, en die ik dus ook niet verzonnen heb. Kwestie is van ze eruit te halen, ze hier en daar wat aan te passen, zodat ze van deze tijd worden. Gewoon copy-pasten, dat werkt niet. Kijk, iederéén, zo is mijn overtuiging, haalt zijn inspiratie overal, ook bijvoorbeeld de beste ontwerpers van stoffen. Je moet een neus hebben wat werkt en wat niet. Er is geen formule.”

Drie Collecties

Orde op zaken dus in de backoffice, en ook de collecties werden gerationaliseerd en ondergebracht in drie duidelijke sub-merken.

  1. La Madeleine: “Dit is de 20×20 serie waarmee we oorspronkelijk gestart zijn, en die intussen 45 modellen kent.”
  2. Bel-Air. “Met deze 15×15 proberen we nog dichter naar de oude tegel te gaan; door het formaat, maar ook door de patronen. Hij is ook anders door zijn R10-afwerking, een eis voor gebruik in de horeca in vele landen: VS, UK, Zwitserland… In België wordt de reeks exclusief verdeeld door Gavra uit Geel.”
  3. La Vilette. “Dit is een reeks voor de projectmarkt – die vraag leefde enorm op Cevisama. Eigenlijk is de reeks nog niet officieel gelanceerd, maar we hebben er toch al heel wat van verkocht, aan onze vaste partners.”

Geïnspireerd door een haast vergeten technologie

Niet zozeer de bekende cementtegels van weleer vormen de inspiratie voor Revoir Paris, maar wel een minder bekend en exclusiever procédé. Katrien Neys: “Mensen beseffen vaak niet dat sommige ‘cementtegels’ die ze in oude huizen en cafés zien, eigenlijk helemaal geen cementtegels zijn, maar wel keramische. De cementtegel met patronen was enorm populair in de Belle-Epoque, maar al snel doken problemen op in het gebruik, met name in de horeca, want cementtegels zijn natuurlijk erg poreus. Daarom werd de gietklei-techniek ontwikkeld om motieftegels keramisch te produceren. Maar die waren dan wel vijf keer duurder. En dus ook erg chique. Daarom vind je die dure modellen in oude huizen, hotels en café’s in de inkom en de ontvangstkamers. Ook vandaag heb je nog fabrieken die dit procédé hanteren, in Oost-Europa.”

Voor Katrien Neys zijn de keramische motieftegels van Revoir Paris dan ook allerminst een breuk met het verleden. “Wat wij doen, is in continuïteit met de geschiedenis. Omdat de technologie in de keramische wereld zo enorm ontwikkelt, is het vandaag mogelijk om een hele mooie imitatie te maken, met de betere technische kwaliteiten van keramiek, én voor een betere prijs dan met de oude techniek.”