Keramiek met betonlook: de expressiviteit van Project Cement

Als de term “Italiaanse zwier” valt, dan is het eerste waaraan we denken vast niet een betonnen bekistingsblok. En toch is net dat de inspiratie achter Project Cement, de zeer fraaie nieuwe reeks van Cotto d’Este, in ons land verdeeld door Carimar.

Cotto d’Este is uitgesproken wat je noemt een “architectenmerk”; dat wil zeggen met steeds een feilloos oog voor detail en design. De nieuwe lijn Project Cement, voorgesteld op Cersaie 2017 in Bologna, is dan ook veel méér dan nog maar eens een “betonlook” collectie. Deze topklasse tegels blazen de modernistische “Architeturra Bruttalista” nieuw leven in.

Beauty first

De firma uit het hart van keramiekland, Sassuolo, heeft altijd ingezet op technologische innovatie. Zo introduceerde het met Kerlite het eerste ultradunne materiaal. Maar technologische innovatie is maar een middel, en geen doel op zich. Het doel op zich is: schoonheid. Die is in Italië volop te vinden. Dit kan inspireren, maar soms ook wat intimideren…

“Vandaag schoonheid creëren in Italië, is de confrontatie aangaan met een erfgoed dat zijn weerga niet kent en dat in de hele wereld wordt bewonderd. Het geeft je een voortdurende stimulus om te innoveren en te verbeteren”, aldus Paolo Mussini, stichter van Cotto d’Este en CEO van de Panariagroep waarvan het merk onderdeel is.

De skyline bepalen

En met succes. Mussini ziet zijn collecties niet alleen de deur uitvliegen, hij komt ze ook opnieuw tegen in tal van architecturale landmarks in Italiaanse steden (en overigens ver daarbuiten). De in witte en grijze Kerlite beklede nieuwe Opera di Firenze valt niet uit de toon in de stad van Brunelleschi, en in Rome schittert Cotto d’Este in het futuristisch gerenoveerde Tiburtina TGV-station.

Maar vooral in Milaan heerst Cotto d’Este. In de zakenwijk Porta Nuova, die volop in ontwikkeling is, vind je de porseleinen gevelplaten in de meest markante en massieve gebouwen, zoals de Solaria en Solea wolkenkrabbers. Het meest trots is de firma op zijn samenwerking met sterarchitect Stefano Boeri aan diens woontoren Bosco Verticale. Vertaald geeft dat “verticaal bos”, en inderdaad, over de volledige gevel vind je groen, tussen de platen die Cotto d’Este op maat leverde. De firma noemt de woontoren “de meest innovatieve en de mooiste ter wereld”.

Brutalisme

Een andere landmark in Milaan, in zijn tijd even innovatief (al vond lang niet iedereen hem even mooi) is de Torre Velasca (1956-1958). Met zijn open, brute structuur is het één van de meest markante Italiaanse voorbeelden van de mid twintigste eeuwse stijl van het brutalisme. En net die stijl is de inspiratie voor de nieuwe serie van Cotto d’Este: Cement Project. Het gaat om een systeem van kleuren en afwerkingen dat natuurgetrouw cementeffecten reproduceert, niet alleen visueel maar ook sensorieel, en dit inclusief de grote klassieker van het genre: de betonnen bekistingsblok.

De grote brutalistische architectuur, zo verklaarde de firma bij de lancering op Cersaie, is absoluut de norm voor deze serie. De reeks wil absoluut dezelfde rigueur, dezelfde sterke expressieve kracht als de mid 20e eeuwse meesters konden oproepen, in het spoor van pionier Le Corbusier.

Drie versies

Cement Project slaagt hierin met een combinatie van drie tinten (lichtgrijs, tussengrijs en donkergrijs) en een combinatie van drie oppervlakken: Work, Cem en Land, die alle verkrijgbaar zijn in diverse diktes en afmetingen.

De Work-afwerking repliceert het effect van houten latten met een precisie die op grote, dunne keramische platen nog niet eerder werd vertoond. Hij is verkrijgbaar in Kerlite plus van 5,5 mm. Deze combineert de look van beton met de lichtheid en manoeuvreerbaarheid van grote, ultraslanke platen. Naast de Kerlite-versie is Work ook verkrijgbaar in 20 mm, perfect voor vloeren en ook voor buiten.

De Cem- en Land afwerkingen tonen cement dan weer in een pure, compacte, stedelijke stijl. Cem is verkrijgbaar in Kerlite plus van 5,5 mm, terwijl Land wordt geleverd in 14 mm dikte; een typische Cotto d’Este maat.


Cotto d’Este: hoe het begon

Er is eigenlijk maar één manier voor een zoon om het familiebedrijf binnen te stappen. Je wil het niet alleen van je familienaam hebben, je wil ook met je voornaam respect afdwingen. Dat kan best door de familietraditie te combineren met innovatie. Dit deed Paolo Mussini in 1993, toen hij het nieuwe merk Cotto d’Este creëerde binnen de Ceramica Panaria-stal, opgericht in 1974 door vader Guilermo Mussini. Paolo’s neus vertelde hem dat technologische innovatie binnen de keramische industrie van die dagen een onontgonnen gebied hadden gecreëerd met enorme mogelijkheden, namelijk porseleinen vloer- en wandbekleding van extreem hoge kwaliteit. En soms ook van een extreem geringe dikte, want de originele ultradunne plaat, Kerlite, is het succesnummer van Cotto d’Este.

En vandaag, een kwarteeuw later, is Cotto d’Este het topmerk voor het luxesegment van de Panariagroep, een leidende producent van wand- en vloertegels, nog steeds in handen van de familie Mussini. Het beursgenoteerde bedrijf heeft vandaag wereldwijd 9.000 verdelers, 1.600 personeelsleden en zes productiefaciliteiten.


Carimar: neemt modernistisch design ernstig

De Cotto d’Este Cement Project-producten worden in ons land verdeeld door Carimar, via de showrooms in Braine-l’Alleud en Namen. Een modernistisch aanbod dat uitstekend past bij andere collecties aangeboden door het bedrijf, zoals LCS Ceramics van Gigacer. Te weten een keramische tegelcollectie, geïnspireerd op de kleurentheorie van Le Corbusier.


Foto’s: Carimar/Cotto d’Este