Wim Nelis (Potier Stone): ‘Het wordt hier alsmaar zotter’


Hij praat zacht, maar zijn woorden zitten vol passie voor natuursteen. Daarom zette Wim Nelis met volle overtuiging mee zijn schouders onder BNSA, de Benelux Natural Stone Association. De nieuwe federatie wil iedereen verenigen die van dicht of van ver betrokken is bij natuursteen. Met bestuurslid Wim Nelis hebben ze alvast een vurige pleitbezorger in hun rangen.

Hoe zou je jezelf voorstellen?

“Ik ben zaakvoerder van Potier Stone. In 2013 ben ik hier toegekomen en in 2017 heb ik de aandelen gekocht. Dus eigenlijk ben ik nog vrij nieuw in de natuursteen. Dat geeft me een andere kijk dan wie al gepokt en gemazeld is in de sector. Voor mij is alles mogelijk, want ik zie geen belemmeringen. Zo hebben we hier al heel veel dingen uitgedokterd en uitgevonden.”

Je was al voorzitter van de werkgroep Natuursteen van de confederatie Bouw. Nu ben je ook bestuurslid bij de BNSA. Waarom vond je dat belangrijk?

“De werkgroep Natuursteen is er vooral om de belangen van de aannemers te verdedigen die met natuursteen werken. De BNSA ziet het veel ruimer. Daar gaat het zowel om de aannemers, als de importeurs, als de groeves. Eigenlijk iedereen die ook maar iets met natuursteen te maken heeft. Van de bron tot het eindproduct. Het is onder andere de bedoeling dat wij reclame maken voor de natuursteen.”

Waarom is BNSA nodig?

“De natuur maakt zo’n mooi product voor ons. Wij proberen dat op alle mogelijke manieren na te maken wat veel energie en grondstoffen kost. Terwijl je voor natuursteen geen ovens nodig hebt om te bakken. Dat maakt ons materiaal veel duurzamer. En het wordt ook mooier met de tijd. BNSA legt een heel grote focus op die duurzaamheid. Het grote probleem is dat fabrikanten van keramiek bezig zijn met marketing, maar in de natuursteen is er geen marketing voor de platen, want die kun je bij verschillende leveranciers halen. Daarom hadden we het idee om samen promotie te maken voor de natuur.”

“Naast de marketing willen we ook samen met de confederatie bouw inzetten op opleiding. Bijvoorbeeld voor salesmensen in de keukenzaken zodat ze de juisten dingen vertellen over de stenen. Daarom heb ik ook graag dat klanten hier bij ons komen, zodat we hen uit eerste hand kunnen informeren over de steen. Om hen te zeggen wat mogelijk is en wat niet. Waar ze moeten op letten. We stellen hen ook vragen zodat we weten welke steen we hen wel en niet moeten voorstellen. En verder willen we plaatsers opleiden, maar ook mensen die bij de dienst naverkoop zitten. Op die manier willen we een totaalproduct afleveren.”

“Want er leven nog veel misverstanden bij particulieren. Zoals dat natuursteen niet te onderhouden is. Maar klanten worden niet altijd goed geïnformeerd en daarvoor moeten we als sector in eigen boezem kijken. Als een steen een behandeling nodig heeft, moeten wij, als steenkappers, die behandeling erop zetten. Dus geen busje meegeven aan de klant met de boodschap: hier smeer dat er maar op.  Als je een auto koopt, zit de verf er ook al op. Wij krijgen er toch geen pot bij met een verfborstel om hem te schilderen tegen roest. En daar hapert het schoentje nog veel.”

2

Zie je nog andere noden in de sector?

“De bouw in het algemeen moet leren zijn afspraken na te komen. Als je zegt dat je binnen twee maanden gaat starten, wordt het makkelijk over zes maand… Dat is godgeklaagd. In de bouw maken ze ook geen prijzen. Het duurt verschrikkelijk lang voor je er al een ontvangt. Keur je een offerte goed, dan duurt het verschrikkelijk lang voor je een planning krijgt. Dan komen ze een keer naar de werf, werken ze het voor 95% af, maar die laatste 5 % geraakt niet in orde, want dan zitten ze al op een andere werf. Het is zo makkelijk om in de bouw het verschil te maken als je service levert en kwaliteit. Ik heb in onze firma iemand die niets anders doet dan service bieden. Maar die betaalt zichzelf terug door de goede reclame die we daardoor krijgen. Pas op, hier draait er ook eens een wiel af, maar wij proberen dat er wel weer snel op te leggen.”

Je bent zelf relatief nieuw in de sector. Wat deed je daarvoor?

“Ik werkte bij bouwgroep Van de Walle, waar ik verantwoordelijk was voor al het vastgoed dat verkocht werd. Daarvoor was ik werfleider. Potier Stone zat in de groep Van de Walle, en Geert Van de Walle heeft mij gevraagd om hier de sturing te verzorgen. Ik trof een zeer gemotiveerd en gedreven team aan met tonnen vakkennis, die in de markt waarin wij toen actief waren, onvoldoende benut werd.

“Ik heb toen beslist dat we ons zouden concentreren op de binnenhuisarchitecten en dat we op het hogere segment gingen mikken. Daarin zijn we nu marktleider. Met een boutade zeg ik altijd: ‘Wij starten eigenlijk waar de rest stopt’. We doen veel speciale dingen, het wordt alsmaar zotter. Zo concentreren we ons op het inwerken van dingen die storend zijn zoals de drukknop van een toilet of kranen. Maar eigenlijk maken we daar te weinig promotie voor. We hebben hier zelfs een handtas met natuursteen. Ik zie overal opportuniteiten en in veel meer dan interieur alleen.”

“Eigenlijk was vastgoed mijn wereld niet. Daar werd veel wind verkocht. De natuursteensector is helemaal anders. Veel meer down to earth. Ik kan hier mijn passie kwijt. We werken met mooie materialen en maken mooie dingen. Dat is meer iets voor mij.”

Je kwam op vraag naar hier, maar waarom wilde je zelf die overstap maken?

“Uit persoonlijke ambitie, een nieuwe uitdaging. Ik had geen band met natuursteen. Ik kende arduin, carrara en travertin, dat was het. Maar mijn wereld is hier echt opengegaan. Dus had Van de Walle mij gevraagd om me in een ander product in te werken, had ik dat misschien ook gedaan, maar ik weet niet of ik er dezelfde passie zou in gevonden hebben. Want het is wel een passie geworden. Ik sta al te popelen om weer naar Italië te vertrekken om te zien of er nieuwe dingen zijn en om van het goede leven te genieten. Het aangename aan het nuttige koppelen. Als je er bent kun je even goed eten en een glaasje drinken. Al heb ik de Vlaamse keuken nog liefst van al.”

2 De bar, een huzarenstukje met natuursteen, metaal en licht

Je bent industrieel ingenieur van opleiding. Waarom koos je daarvoor?

“Ik tekende vroeger graag. Dat was eigenlijk het enige wat ik graag deed, daarom heb ik bouw gestudeerd. Ik had even goed kunstacademie kunnen doen. Maar in onze tijd was dat geen job. Nu nog wordt daar minachtend over gedaan. Ik heb veel getekend in mijn opleiding, maar daarna eigenlijk niet meer. Als werfleider moest ik vooral veel regelen en controleren of het goed gedaan was.”

“Toen ik al werkte ben ik naar de kunstacademie gegaan. Vier jaar modeltekenen. Daarna beeldhouwen. Met klei boetseren deed ik graag. Maar een paar jaar geleden ben ik gestopt omdat ik Italiaans wou leren. Ik wil me daar verstaanbaar kunnen maken. Na mijn Italiaans wil ik de tekenacademie terug oppikken. Dat creatieve blijft erin zitten. Tekenen is best wel inspannend want je moet je focussen, waardoor je aan niets anders denkt en op die manier ontspant het dan weer wel. Dus ik kan daar echt van genieten.”

Maak je je als ondernemer snel zorgen?

“Ja, eigenlijk wel. Ik heb alles zelf moeten leren. Ik heb geen ondernemersroots. Mijn vader was onderwijzer en mijn moeder huisvrouw. Bij Van de Walle werkte ik ook als zelfstandige, maar daar was weinig risico aan verbonden. Bij Potier Stone is het echt wel ondernemen, risico’s nemen, en zoals bij iedereen is het pad niet altijd even goed geasfalteerd.”

Je ziet er een rustige man uit. Klopt dat ook?

“Extern. Pas op, ik heb geen reden om te klagen hoor. Ik wil zeker niet in de schoenen staan van mensen in de horeca of event-sector. Eigenlijk ben ik hier te laat mee gestart, maar je kan de tijd niet terugdraaien. Op mijn 45 heb ik alles wat ik had opgebouwd, geriskeerd voor iets dat onzeker was. Dat kan je beter doen als je dertig bent. Dan heb je nog niet veel opgebouwd. Maar af en toe moet je ook durven. Ik kan er heel hard in opgaan als er iets fout loopt. Mijn medewerkers weten dan ook dat ze mij niet op de hoogte moeten brengen, als ze het zelf kunnen oplossen. Zo maak ik er mij niet onnodig druk in. Achteraf wordt er natuurlijk wel geanalyseerd en verbeterd.”

Waar liggen de klemtonen voor jou bij ondernemerschap?

“Ik vind dat je ethisch moet ondernemen. Dat je zorg moet dragen voor de natuur en de wereld, want we hebben er maar één. Ik zou niet graag in de geschiedenisboeken komen als de generatie die het helemaal om zeep geholpen heeft. Daar moeten we toch voor opletten. Verder zijn mensen belangrijk: klanten, leveranciers, medewerkers. Ik vind dat je waar voor je geld moet geven. Je klanten moeten tevreden zijn. Ik heb me ook voorgenomen om de beste werkgever in mijn sector te zijn. Daarvoor heb ik mijn medewerkers een paar jaar geleden al eens ondervraagd. Wat ze willen. Wat er leeft. Daar zijn we aan aan het werken.”

2 ИCedricVerhelst

Wat is de grootste levensles die je ooit hebt gekregen?

“Dat er een oorzaak is waarom mensen op een bepaalde manier reageren. Als ze bijvoorbeeld kwaad zijn op je, zit daar vaak iets meer achter. De psychologie van de mens boeit me enorm. Hoe het brein in elkaar zit. Ik kende daar niets van, want ik heb een heel technische opleiding gevolgd. Mensen motiveren, analyseren en beter maken, daar wist ik niets van. Dat heb ik al doende geleerd met vallen en opstaan. En door zelf opleiding te volgen bij Carl Vande Velde om te weten hoe de mens in elkaar zit en hoe je die moet aanpakken.”

“Je hebt bijvoorbeeld verschillende breinkleuren. Blauw, geel, rood en groen. Daar had ik nog nooit van gehoord. Ik heb een blauwgeel brein. Blauw staat voor analytisch. Recht door zee. En wat geel. Dat is het creatieve. De rode zijn de sociale mensen die het graag gezellig hebben en willen dat de anderen het ook gezellig hebben. De groene zijn de gestructureerde mensen. Ik weet van elk van mijn bedienden hun breinkleur. Soms stellen ze een vraag die me vroeger zou geërgerd hebben. Maar nu weet ik dat dat komt door hun breinkleur. Dus nu weet ik hoe ik ermee moet omgaan.”

“Dat analytische komt mij als ondernemer goed van pas, maar anderzijds kijk ik te weinig naar het welzijn van mijn medewerkers. Ik heb minder dat empathische. Ik ben aan het lopen en sta al achter de hoek, maar merk niet dat mijn medewerkers niet meer aan het volgen zijn. Iemand die rood is, zal minder snel gaan, maar zal de groep we mee hebben.”

“En ik heb dat gestudeerd in functie van het aannemen van medewerkers. Want normaal als je blauw bent, ga je je heel goed voelen bij iemand die een blauw brein heeft, want die denkt hetzelfde als jij en die zal op dezelfde manier reageren. Maar als je die mens aanneemt, heb je daar weinig aan want die heeft de kwaliteiten die je zelf al hebt. Dus eigenlijk moet je de kwaliteiten zoeken die je zelf niet hebt. Je hebt daar misschien minder voeling mee, maar die persoon zal je wel beter aanvullen op de werkvloer.”

Boeiend! Wat fascineert je naast je werk?

“Kunst. Dali bijvoorbeeld. Wat hij allemaal uitgevonden heeft. Dat absurde, daar kan ik me wel in vinden. Ik ga regelmatig naar tentoonstellingen. Het laatste wat ik gezien heb is Van Eyck in Gent. En Leonardo Da Vinci in Parijs. Kort daarna was alles dicht. Je kan me af en toe in musea vinden. Ik kijk vooral naar wat ik mooi vind, wie het dan gemaakt heeft, is voor mij bijzaak.”


De favorieten van Wim

Favoriete muziek?

Ik hoor heel graag Franse chansons. Dat geeft me een vakantiegevoel. Maar ik ben heel slecht in namen onthouden. In de Italiaanse les kregen we ook af en toe Italiaanse liedjes en dat vond ik ook wel gezellig.

Favoriete reisbestemming?

Dat heb ik eigenlijk niet. Ik sta ervan versteld dat mensen een appartement kopen in het zuiden van Frankrijk en daar ieder jaar naartoe gaan. Ik wil altijd iets nieuws. Ik had me voorgenomen om wat meer te reizen om nieuwe materialen te zoeken en tegelijkertijd het nuttige aan het aangename te koppelen, maar corona gooide roet in het eten. We zijn wel van plan om eens naar Viëtnam te gaan, omdat mijn vrouw daar geboren is.

Favoriete sport?

Wielrennen. Ik vind dat zo mooi hoe diep die gasten kunnen gaan. Als je dat vergelijkt met voetbal… die liggen bij het minste op de grond. Wielrenners die slaan tegen de grond, maar kruipen met een paar gebroken ribben toch op de fiets. Dat is maf hé! De Ronde geeft toch iets in Vlaanderen. Vroeger ging ik op het terrein kijken. Maar nu volg ik dat graag in mijn zetel.

Favoriete gerecht?

Ik eet graag een goede vol-au-vent. We maken dat al eens thuis, maar ik eet het ook graag op restaurant, maar het moet goeie zijn, niet waar er een kwabbe vet in zit.

Favoriete film?

Dances with wolves. De combinatie van de beelden van de natuur en de cultuur: hoe die mensen van verschillende culturen toch samenleven. We hebben eigenlijk veel te weinig respect voor elkaars cultuur. Mochten we meer voor elkaar openstaan, zouden er niet zoveel problemen zijn.