De gefragmenteerde weg van mozaïste Sarah Landtmeters


P: ‘Mozaïste’, wat een sierlijk woord. Hoe omschrijf je jouw beroep?

“Mozaïst is een van oorsprong Italiaans beroep. Een mozaïst kapt marmer op een manuele manier tot kleine fragmenten of mozaïekstukjes die worden gebruikt voor het inleggen of decoreren van mozaïekvloeren. Dit kunnen zowel nieuwe projecten zijn als restauraties van bestaande mozaïeken. Voor gevelpanelen maken we gebruik van Venetiaans vol gekleurd glas (smalti).”

P: Wist je als kind al dat je later mozaïste zou worden?

“Neen, dat heeft zich pas veel later geopenbaard. De weg die ik heb afgelegd is er eentje met vele zijwegen. Als klein kind was ik eigenlijk een buitenbeentje. Mijn vader was architect en had een Franse mama. Mijn moeder was beeldhouwster en Noors. Mijn vader sprak dus Frans tegen mij, mijn moeder Noors. Nederlands leerde ik al spelend op straat met kinderen uit de buurt en op school. In Noorwegen bestaan geen meisjes- of jongensscholen, dus hier ben ik steevast opgegroeid in gemengde scholen. Ik had één vriendin en voor de rest speelde ik met de jongens. Ik had immers een hekel aan die flauwe groepen roddelende meisjes. Maar ook aan het naar school moeten gaan op zich. Heel de dag werd mij daar opgelegd wat ik moest doen, dat strookte niet met wie ik was. Als klein kind verstopte ik mij vaak in huis om niet naar school te hoeven gaan!

Dit is de positieve noot die Covid-19 ons brengt: we worden verplicht om trager te leven. Hierdoor hechten we meer waarde aan het echte leven zoals echte ambachten met echte materialen, in plaats van het monotone materialisme en oppervlakkige geraas.Sarah Landtmeters

Ik hield heel veel van dieren, die waren altijd eerlijk. Ik kwam terecht in de paardenwereld en wou daar mijn beroep van maken. Maar thuis waren ze het daar niet mee eens. Ik moest studeren, zodat ik later een echte goede job kon uitoefenen. Mijn ouders hebben waarschijnlijk wel wat afgezien met mij. Ik was de enige in de hele familie die nooit echt heeft gestudeerd, daar waar alle anderen universitaire studies hebben gedaan. Na veel discussie mocht ik in het vijfde Middelbaar overschakelen naar een kunstrichting. Maar “van kunst kan je niet leven, doe dat maar als hobby”, klonk het thuis. Na het Middelbaar onderwijs kon ik niet kiezen wat ik verder wou studeren. Hetgeen ik echt wilde was uitgesloten. Wij kenden iemand die als schminkster werkte in Hollywood en dat vond ik wel ‘cool’. Zo besloot ik grime te studeren en kwam vervolgens in film en tv terecht. Toen ik uiteindelijk een stageplaats in Hollywood kreeg, vertrok ik niet. Ik was verliefd geworden en bleef hier voor de liefde.

Al snel werd duidelijk dat het schminken voor film en tv niks voor mij was. Al die uren wachten tussen opnames door vond ik oersaai. Ik bleef echter actief in dezelfde nichesector, en werd na een paar jaar zelfstudie en meelopen met anderen, klankman. Ik zeg bewust ‘klankman’, want er waren toen zo weinig ‘vrouwelijke klankmannen’ waardoor het woord ‘klankvrouw’ niet eens bestond.”

P: Dat is wel een heel aparte invalshoek om tot mozaïst te komen. Wat deed jou de switch maken?

“Mijn kindjes. Toen die eraan kwamen, besloot ik een punt te zetten achter mijn carrière. Als klankman voor Het Journaal had ik geen vaste uren. Ik vond dit echt niet te combineren met kinderen hebben. Ik wilde hen zelf kunnen opvoeden, zoniet had ik er liever geen. Een crèche of nanny, dat zag ik niet zitten. Wel wist ik dat ik terug de creatieve kant uit wou. Creativiteit zit in mijn bloed, alleen was er in mijn jeugd niet echt de ruimte voor om het ‘vrij spel’ te geven.

Dit artikel verscheen in Polycaro 70

Lees alle artikels van deze editie online

of

PDF downloaden

Tijdens een opendeurdag van Academie Wilrijk bezocht ik de afdeling  Mozaïek van Maestro Gino Tondat, de enige echte mozaïst die volgens de traditionele Italiaanse methode werkt in België. Toen ik die klas binnen stapte, wist ik het onmiddellijk: dit is het. Het klaslokaal was overstelpt met bezoekers en ik had niet eens het geduld te wachten om met Tondat te kunnen spreken. Ik stapte naar het secretariaat, schreef me in zonder er verder bij na te denken, en ging terug naar huis. Dit was het begin van een nieuw hoofdstuk in mijn leven. Ik volgde de opleiding van vijf jaar mozaïek en twee specialisatiejaren.”

P: Is het op de Academie dat je de knepen van het vak leerde?

“Na lang zeuren mocht ik al in mijn eerste studiejaar met Gino mee naar werven. Hij gaf me enkel het vuile werk want marmer kappen kon ik nog niet, maar dat vond ik niet erg. Met een papa als architect deed ik als kind ook vaak werfbezoeken. Toen hielp ik hem de lintmeter mee vast te houden, van een digitale meter was toen nog totaal geen sprake!

Beetje bij beetje leerde ik zo het vak: in de Academie kreeg ik het kappen van marmer onder de knie, bij Gino op de werf maakte ik me de echte knepen van het vak eigen.

Gedurende die zeven jaar opleiding werkte ik bij Alter Ego Decor waar ik mijn creatieve bloed opnieuw kon laten stromen, tot op het moment dat ik klaar was om te starten als zelfstandige.

Er was echter wel een groot probleem: het beroep ‘mozaïst’ zoals dat in Italië bestaat, bleek geen echt beroep te zijn in België. Hier bleek je ‘mozaiekwerker’ te zijn, en dit viel onder de titel van tegelzetter. Wou ik in orde zijn met de Belgische wetgeving om gereglementeerd op werven te kunnen werken, dan moest ik het diploma van tegelzetter behalen. Er zat niets anders op. Zo trok ik naar de Commissie in Brussel en ben ik dus officieel aannemer tegelzetter! Maar vraag mij niet om een hele badkamer te betegelen want dat heb ik nooit gedaan. Jaren later schaften ze dat diploma af. België is toch een apenland!”

P: Ok, je werd zelfstandig… maar niet alleen?

“Jaren werkten Gino en ik samen: twee zelfstandigen, leraar en student met eenzelfde gedeelde passie. We konden het ook ontzettend goed met elkaar vinden. Op een dag kwamen we erachter dat we wel héél erg goed overeen kwamen… Misschien zagen we elkaar wel liever dan we dachten? We werden een verliefd koppel met liefde voor ons vak en liefde voor elkaar.

Wat later besloten we om samen een bvba op te starten. ‘Mosaico di Due’ was geboren; een bedrijf dat overloopt van passie voor mozaïek.”

P: Hoe ziet een werkdag in het leven van Sarah Landtmeters eruit?

“Iedere dag is anders. In het atelier werken we altijd aan verschillende projecten tegelijkertijd en elke werf is verschillend. Het leuke is dat ik niet alleen mozaïek maak, maar dat ik ook teken en ontwerp. Dat wil zeggen dat wij mozaïekprojecten van A tot Z kunnen realiseren: ontwerpen, maken, plaatsen, afwerken. Klanten die een nieuwe vloer willen, dat vind ik de leukste projecten. Als je dan ook nog eens ‘carte blanche’ krijgt, dan ontvang ik dat als een geschenk uit de hemel.

Art Nouveau is mijn lievelingsperiode. Een nieuwe vloer mogen tekenen met Art Nouveau-motieven is ronduit fantastisch! Oude tekeningen kopiëren doen we niet. Onze klanten krijgen louter unieke stukken! Wanneer je na afloop feedback krijgt van de klant waarbij hij zegt dat jouw werk het mooiste stuk is van de hele verbouwing, dan weet je dat je werk geslaagd is.”

P: Wat vind je boeiend/moeilijk aan je job?

“Boeiend? Dat het eindeloos is. Moeilijk? Dat mozaïek maken traag gaat, gemiddeld leg je één m² per dag. Tijdens het maken weet ik al hoe het eindresultaat eruit zal zien, waardoor ik al zin krijg om aan het volgende te beginnen.”

P: Waar zie jij nog veel toekomstpotentieel in je vakgebied/de sector?

“Mozaïek is in België weinig gekend. In Italië gaat het er helemaal anders aan toe. Daar wordt elk groot gebouw wel van mozaïek voorzien; in de vloer, in de gevel of als kunstwerken, wandpanelen of 3D-werken. Mozaïek brengt zoveel kleur en leven! Maar hier moet alles altijd grijs, monotoon en strak zijn.

Momenteel restaureren we een huis van Victor Horta. Die huizen zijn prachtig omdat alle materialen, van hout en ijzer tot marmer en glas, boordevol zwierige bewegingen en kleurrijke tekeningen zitten! Ik ben er zeker van dat we ook vandaag architecten hebben die dergelijke huizen kunnen neerzetten, maar daarvoor heb je iets meer tijd nodig natuurlijk dan wanneer je een vierkante grijze blok neerpoot. En laat nu net dat hetgeen zijn wat de meesten niet meer hebben: tijd. Dat is dan ook een positieve noot die Covid-19 ons brengt: we worden verplicht om op een trager ritme te gaan leven. Misschien kunnen we hierdoor terug wat meer waarde hechten aan échte dingen: het echte leven, echte ambachten met echte materialen, in plaats van het monotone materialisme en oppervlakkige geraas.”

P: Hoe is het om als vrouw in de bouwsector je mannetje te staan?

“Als vrouw in de bouwsector heb ik nooit slechte ervaringen gehad. Integendeel, ik krijg veel hulp wanneer ik alleen op een werf ben. Dan komt ‘de macho’ in de mannelijke collega’s snel naar boven, waardoor ik zelden zwaar materiaal hoef te tillen! En aan een babbel zal het ook niet ontbreken. Ik ben van kinds af aan gewend om met ‘de jongens’ om te gaan, en heb geen enkel probleem met die zogenaamde ‘mannenwereld’ waarin ik werk. Maar volgens mij heeft dat vooral te maken met hoe je er zelf bij loopt, en met je karakter natuurlijk.”

P: Wie is Sarah Landtmeters naast haar job? Hoe zou je jezelf omschrijven?

“Mijn job is mijn leven. Mijn hobby is mijn werk. Mijn werk is mijn passie. Ik heb een lange weg afgelegd om datgene te vinden wat me echt beroert vanbinnen. Maar waar een wil is, is een weg. Het moeilijkste is dat je hem moet vinden. Maar eens je de juiste weg hebt gevonden, dan bewandel je die al fluitend.

Naast mijn job heb ik natuurlijk ook mijn kinderen: Luna (18 jaar) en Myrthe (16 jaar). Dit zijn ondertussen al twee vlotte en zelfstandige dames die met hun beide voeten stevig op de grond staan. Dat maakt me zeer blij. Ik weet dat ze er zullen geraken in het leven, welke weg ze ook kiezen.

Thuis loopt werk en privé een beetje door elkaar. Het atelier bevindt zich op een andere locatie, maar ook thuis is het een beetje een atelier. Zo staat er bv. een grote tekentafel in de eetkamer.

Het is niet zo dat ik ’s morgens naar het werk vertrek en ’s avonds het huishouden doe. Hier is ook niet veel verschil tussen week en weekend, maar is het elke dag een beetje feest. Een hele avond liggen zappen voor de tv, dat is iets wat wij niet kennen.”

P: Waar hecht jij grote waarde aan in het leven?

“Ik hecht veel waarde aan eerlijkheid en simpelweg aan gelukkig zijn in het leven. Doe wat je graag doet. De wereld draait immers vierkant als je je niet gelukkig voelt. Gelukkig zijn maakt dat je vooruit geraakt, en geeft je de energie om creatief aan de slag te gaan. Doe je werk met passie en met liefde, en je krijgt de mooiste resultaten.”

P: Wat maakt jou intens gelukkig?

“Wanneer Gino en ik naar Italië gaan om samen marmers uit te kiezen of glastinten te zoeken: dan is alles één. Onze liefde, onze passie, ons werk, maar ook het lekkere eten, de wijn,… Het is één geheel dat klopt.”

P: Als afsluiter: wat maakt van jou… een Leading Lady?

“Passie hebben voor je vak, dat maakt van iedereen een Leading Lady.”

www.mosaicodidue.be


Foto’s: Sarah Landtmeters (Mosaico di Due) / Myrthe Wybauw