Betegeling op vloerverwarming geen koud kunstje

De slogan ‘tegelzetten is een kunst’ wordt alom sterk gepromoot, onder meer op de volledig vernieuwde website www.tegel-zetter.be. Terecht, want de razendsnelle evolutie van materialen en systemen zorgt ervoor dat tegelzetters die weigeren meedraaien in de technische carrousel rapper dan ze denken achteruit boeren. Zeker omdat de vloerder tegenwoordig van alle markten thuis moet zijn.

Onderstaande projectbeschrijving illustreert dat: in een kapsalon moeten natuursteentegels op een traditioneel verwarmde vloer worden geplaatst.

Technische evolutie

Zowel in nieuwbouwwoningen als in renovatieprojecten duiken steeds vaker nieuwe systemen en plaatsingsmethodes op die de toekomst van onze tegelzetters mee zullen bepalen. Die snelle opvolging beperkt zich echter niet tot de tegelwerken alleen. Want meer en meer worden ook -weliswaar meestal kleine- taken van andere techniekers overgenomen, zoals het gieten van de dekvloer, bepleisteren of uitvlakken van muren, bekleden van raam- en deurkozijnen, enzovoort. Zelfs de plaatsing van een modern vloerverwarmingssysteem wordt de laatste jaren steeds frequenter door de tegelzetter uitgevoerd. Dankzij goed georganiseerde opleidingssessies van fabrikanten, gecombineerd met doeltreffende werfbegeleidingen, wordt de toekomstige tegelzetter multifunctioneler dan hij ooit is geweest!

Daartegenover staat echter het groeiend succes van doe-het-zelf bouwpakketten die door de (handige?) bouwheer zelf worden geplaatst. Dit was ook het geval in Belsele, waar een ervaren tegelzetter een opdracht aanvaardde om gekalibreerde natuursteentegels op een reeds uitgevoerde verwarmde dekvloer te plaatsen.

Minicursus dekvloeren

In blijde verwachting van het TETRA II-project dat zal gaan over isolerende ondervloeren, onderscheiden we naast de aard van het materiaal, nog steeds drie soorten ‘chapes’ en dit in functie van hun uitvoering:

Hechtende dekvloeren zijn deze die door hun samenstelling en uitvoering aan de draagvloer hechten (bijvoorbeeld op een betonplaat). Aandachtspunten bij de uitvoering van een hechtende dekvloer zijn:

  • Ondergrond vet- en stofvrij maken;
  • Aanbrandlaag aanbrengen door middel van een cementpap (barbotine);
  • Dekvloermortel goed verdichten;
  • Geen wapening vereist, wel ter hoogte van dikteverminderingen.
  • Cementdekvloeren
    • Gangbare dikte 30 à 50 mm;
    • Voor de uitvoering van dikkere dekvloeren dienen ze onderling aangebrand te worden;
    • Bij dikteverminderingen boven leidingen of kokers steeds minimum 30 mm voorzien of ter plaatse zorgen voor een efficiënte wapening.
  • Anhydrietdekvloeren
    • Gangbare dikte is ongeveer 40 mm;
    • Het is in dit geval geraadzaam de dikte van 70 mm niet te overschrijden, tenzij de fabrikant het anders voorschrijft.

Niet-hechtende dekvloeren worden gescheiden door een scheidingslaag (heel vaak een dubbele folie). Ze worden meestal toegepast:

  • Op plaatsen waar het risico op opstijgend vocht groot is;
  • Bij de plaatsing van vlekgevoelige natuursteen;
  • Waar belangrijke vervormingen van de ondergrond te verwachten zijn (vb. schotelvorming van de dekvloer tijdens het uithardingsproces);
  • Waar voldoende opbouwhoogte mogelijk is

De ondergrond waarop de folie komt, dient vlak te zijn. Een uitvullaag is dan ook noodzakelijk om deze effenheid te bekomen (anti-blokkage van de glijdlaag) zodat beide lagen makkelijk over elkaar kunnen schuiven bij laterale bewegingen.

  • Ook hier voldoende verdichten (bij voorkeur trapsgewijs);
  • Wapening voorzien in de onderste helft van de dekvloer;
  • Bewegingsvoegen dienen aangebracht te worden volgens de regels van het WTCB (www.wtcb.be) ten gevolge van thermische en hydraulische (restvocht) krimp.
  • Cement
    • Nominale dikte: minimum 50 mm;
    • Leidingen en kokers bij voorkeur vooraf in te werken. De meting begint vanaf de uitvullaag.
  • Anhydriet
    • Meest voorkomende dikte is 50 mm;
    • Afhankelijk van de samenstelling wordt de 70 mm best niet overschreden.

Zwevende dekvloeren worden geplaatst op een licht samendrukbare isolatielaag. Het beschermen van de isolatiematerie tegen vocht door middel van een folie is aan te raden om de isolatiewaarden te handhaven. Men onderscheidt akoestische en thermische isolatie, waarbij vooral de realisatie van een verwarmde vloer enkele belangrijke aandachtspunten vereist:

  • De isolatielaag dient vlak te zijn (PUR schuren!);
  • Best een draagkrachtige isolatie kiezen met beperkte vervormbaarheid (zie technische fiche van de fabrikant);
  • De dekvloer, net als andere gevallen; zeer goed verdichten;
  • Wapening is noodzakelijk om buigbelastingen en thermische zoveel als mogelijk schokken op te vangen;
  • Uitzettingsvoegen best voorzien om de 36 m² en 6 lm. Niet-verwarmde zwevende onderlagen worden om de 50 m² en om de 8 lm van een dilatatievoeg voorzien. Bij lange smalle oppervlaktes bijvoorbeeld wordt de verhouding 1/2 aangeraden.
  • Cementgebonden zwevende dekvloeren: nominale dikte 50 mm
  • Anhydrietgebonden zwevende gietvloeren: nominale dikte 45 mm

Omtrekvoegen zijn in het bijzonder noodzakelijk (lees: verplicht) bij zwevende dekvloeren en hebben best een dikte van minimum 10 mm, absoluut noodzakelijk bij vloerverwarmingssystemen! Bewegingsvoegen dienen steeds in de deuropeningen door te lopen (dus geen onderbrekingen!).

Wapening in de ruime betekenis

Er bestaan verschillende types wapeningnetten, vezels, en toeslagstoffen. De nieuwste producten zijn echter minder bekend, net als hun gedragingen na verloop van tijd. De functie van een traditioneel roestvrij wapeningnet (minimum 50x50x2 mm) is onder meer het verdelen van de krimpspanningen en het opnemen van de buig- en trekspanningen in de dekvloer. Een dergelijk type net kan ook dienen als overbruggingswapening bij plaatselijk verminderde diktes. Het bestaat onder meer nu ook al in opgerold kunststofnet van 100 cm breedte.

Wapeningvezels komen echter meer en meer voor. Ze bestaan doorgaans uit polypropyleen/glasvezels en worden bij de aanmaak van de dekvloermortel gelijkmatig verspreid mee in de massa gemengd. Ze zijn dus gebruiksvriendelijker dan de netten die kunnen opkrullen tijdens de ‘montage’ ervan. Bij het gebruik van kunststofvezels bekomt de dekvloer na uitharding een grotere weerstand. Bovendien is er minder aanmaakwater nodig en wordt de droogtijd van de dekvloer logischerwijze verkort, wat dan weer het risico op krimpscheuren danig verkleint. Een vezelverstekte dekvloer zorgt er dus voor dat ook sneller kan betegeld worden. Er bestaan echter twijfels rond de effectieve betekenis en werking van “kunststofvezelwapening”, aangezien nog geen enkele norm de toegevoegde waarde daarvan staaft…

Plaatsingsmodaliteiten

Naast de specifieke moderne vloerverwarmingsystemen zijn de meest voorkomende traditionele verwarmde vloeren het ‘nat systeem’ waarbij de warmwaterleidingen zich in de dekvloermortel bevinden en het ‘droog systeem’ waarbij de warmwaterbuizen verzonken zijn in de bovenkant van de isolatie waarop de dekvloer wordt geplaatst. In dit specifieke project werd een 100 m² granietvloer dubbel verlijmd op een volledig uitgedroogde zwevende dekvloer (restvochtmeting = 0,2%!). De geplaatste tegels waren van het formaat 60x60x2cm. Dit is immers de maximale grootte die het WTCB vandaag toelaat, mits het respecteren van de noodzakelijke uitzettingsvoorzieningen.

Na de vraag aan de bouwheer of de leidingen vooraf getest werden, startte de tegelzetter met de plaatsingswerken. De “buttering” met een aangepaste spierwitte S- lichtgewichttegellijm van Mapei gebeurde aan de legzijde van de natuursteentegels met de platte kant van de lijmkam. Kwestie van het overgebleven zaagstof te mengen en een optimale hechtbrug te verzekeren. De vertanding van 12 mm zorgde dan weer voor de “floating” op de dekvloerzijde. Het viel ons op dat de vloerder om de tegels ‘volzat’ in de tegellijm te kunnen plaatsen, zijn lijmrillen parallel uitkamde. Meestal gebeurt dit willekeurig (lees: eerder slordig), maar blijkbaar had hij hier een reden voor. Door bij het aandrukken dwars over de lijmslakken heen te bewegen verspreidt de lijmmassa zich onder het totale tegeloppervlak, wat zorgt voor een maximaal contact tegel/ondergrond.

Na de professionele uitleg van de tegelzetter aanvaardde de bouwheer niet alleen de verplichte plaatsing ‘recht op recht’, maar ook de minimum voegbreedte van 3 mm tussen de tegels onderling. Bovendien werd nog een schijnvoeg aangebracht op de hoek living/keuken, om te voldoen aan de richtlijnen die het WTCB oplegt voor wat betreft de positionering van de uitzettingsvoegen. Dergelijke voegen worden achteraf in de dekvloer aangebracht door middel van een slijpschijf. Hierbij bestaat echter het gevaar dat leidingen worden geraakt en is het raadzaam een plan van de geplaatste buizen en kokers op te vragen. Meestal is vooraf opgenomen fotomateriaal een handige tool om de juiste plaats van mogelijke hindernissen te kennen. De chapist hier vooraf bij betrekken, lijkt ons allerminst een slecht idee. Aangezien in dit geval geen van beide opties mogelijk waren, nam de tegelzetter het risico om zelf de dekvloer op deze plaats op deskundige manier te ‘verzwakken’ met het oog op het realiseren van een pal doorlopende dilatatievoeg.

Oplevering

De raad van de tegelzetter om de nieuwe tegelvloer enkele dagen te laten rusten alvorens de verwarming aan te zetten volgens de gangbare opstartprocedure werd helaas door de eigenaar in de wind geslagen. Achteraf bleek de mogelijkheid om de vloerverwarming per 5°C op te starten wegens het “speciaal opstartsysteem” zelfs niet te bestaan en pompte men meteen op volle druk 15°C door de leidingen. Gevolg: in het kapsalon waar de laatste tegels werden geplaatst, liet de pas gelegde granietvloer een enorme vlekvorming zien. Die was te wijten aan een onmiddellijke activatieschok van de restvochttransfer.

Alsof de ramp nog niet groot genoeg was, ontdekte men in de aanpalende ruimte een plaatselijk lek! Dat de vloerlegger na dit rampzalig nieuws met de handen in de haren zat, valt te begrijpen. Maar geen nood, het lek was niet ontstaan ter hoogte van de gerealiseerde schijnvoeg, wel door een schoonheidsfoutje van de bouwheer zelf. Die had de vloerverwarming middels een doe-het-zelf bouwpakket eigenhandig in elkaar geknutseld en was bij de aansluiting in de fout gegaan. Exact tien dagen later werd alles mooi hersteld! Wonder bij wonder was ook alle vlekvorming op de nieuwe vloer in het kapsalon verdwenen. De nachtmerrie van de tegeltovenaar bleek dus van korte duur…