Tegelzetten is in 2020 voor de derde keer op rij een knelpuntberoep. Maar voor deze twaalf supergemotiveerde aspirant-zelfstandige tegelzetters is het veel meer dan dat: een oud verlangen dat ze eindelijk durven volgen. “Ik zeg hen: investeer in kwaliteit, en hop, je bent vertrokken!”

Wie is het dozijn cursisten dat aan de Vaartdijk in Mechelen sinds november 2019 in de leer is bij tegelzetter Patrick Van Ael? Willen mensen tegels zetten, gewoon omdat er vraag naar is? “Het zit dikwijls dieper dan dat”, zegt Steven Paredis, Coördinator Technische Opleidingen bij Crescendo CVO. “Je weet hoe het vaak gaat: een jongere moet zo lang mogelijk naar school, een zo hoog mogelijk diploma behalen. Want ‘gestudeerd’ hebben, staat vaak nog hoger aangeschreven. Met als uiteindelijk resultaat dat die persoon vaak een beroep uitoefent waarvan hij ongelukkig wordt. Al die tijd wilden ze eigenlijk iets doen met hun handen.

Onze voelsprieten bleken juist, want de cursus was meteen volzet.

Zo hebben we in de opleiding tegelzetten momenteel enkele cursisten met een hoger diploma, zoals informatica of leerkracht. Of nog een scenario: een jongere moet afhaken in het ASO en op veertien jaar een beroep kiezen. De keuze moet zeer jong gemaakt worden. En dan zitten ze vast in een bepaalde richting. We krijgen daar echt vaak mee te maken. Deze mensen willen bewust iets leren om er écht hun beroep van te maken.”

Topvaklui voor de klas

“Hier werken dan ook alleen maar gemotiveerde topvaklui als leerkracht, die er iets van willen maken”, vervolgt Steven Paredis. “En die de liefde voor het vak doorgeven. De cursisten komen naar de opleiding met hoge verwachtingen. Aan de inrichters van een opleiding om daaraan te voldoen. Dat begint al met de beschikbare werktuigen. Nog voor de inschrijvingen begonnen, hebben we ons atelier ingericht met kwaliteitsvolle professionele werktuigen. Dit in samenspraak met tegelzetter Patrick van Ael, die al twintig jaar ervaring heeft. Je kan ook iemand vanop een bureau uit een brochure de goedkoopste tools laten bestellen, maar dat zou unfair zijn ten aanzien van onze cursisten. Die willen leren, willen werken, en dat kan alleen met echt professioneel materiaal.”

Een redelijk forse investering, nog voor er inschrijvingen zijn… Is dat geen risico? “Dat is altijd zo. Maar onze voelsprieten bleken juist, want de cursus was meteen volzet. We kiezen er voor de klas te beperken tot twaalf cursisten. Want je hebt echt die individuele begeleiding nodig.”

De hele familie komt controleren

De motivatie is er, maar met enthousiasme alleen kom je er niet in de markt van vandaag, zo beseft men bij CVO Crescendo zeer goed. De hedendaagse tegelzetter heeft af te rekenen met een kritisch publiek. “De voegen mogen maar twee millimeter zijn, maar alles moet wel perfect vlak liggen. Er is geen marge meer voor kleine foutjes. Soms komt zefls de hele familie controleren!” Patrick kent het allemaal. “Tsja, mensen zijn gewoon veel slimmer vandaag. Het minste probleem en hop, ze zitten te tikken op een forum. Mr. Google weet alles… Het moet dus allemaal gewoon juist zijn. Ik wil de cursisten dan ook duidelijk maken: tegelzetten is een mentaliteit! Je moet streven naar 100% perfectie. Als je van meet af aan zegt: ‘98% is wel oké’, dan loopt het gegarandeerd fout. En mooi werk geeft niet alleen een heel mooi resultaat, maar ook grote voldoening en veel tevreden klanten.”

Ambacht

Patrik van Ael: “We leven in een tijd van gratis info overal, en dat geldt ook voor de vakman. Iedereen maakt Youtube-filmpjes. Voor een beginnende tegelzetter kan dat erg verwarrend zijn. De ene zegt een ontkoppelingsmat te gebruiken van 1200 euro terwijl iemand anders een filmpje lanceert om te zeggen dat het niet nodig is. Als opstarter sta je al financieel onder druk. Dus wat kies je dan? Maar als de tegels op een vloerverwarming los komen, dan kan dat wel eens zware gevolgen hebben. Je moet je dus wel dieper ingraven in de materie.”

Tegelzetten is een delicaat werk. Je moet een bepaalde fijngevoeligheid aanleren

Een gedegen opleiding met een persoonlijke band tussen meester en leerling is vandaag, zelfs met Google en Youtube, eigenlijk nog even belangrijk als bij de middeleeuwse ambachten. En echt vakmanschap is nu net de filosofie van Crescendo CVO, dat ook nog veel andere opleidingen aanbiedt; daarbij ook ambachten zoals steenkappen of houtsnijwerk.

De allround cursus tegelzetten bereidt de cursist voor op de markt van vandaag in al zijn aspecten. “Het begint met theorie,” vervolgt Patrick Van Ael. “Dan hebben we het over het wettelijk kader, over materiaalkennis, over kennis van de ondergronden. De praktijk begint simpel: het aanmaken van de lijm, het voelen van de materialen… Zo gaat dat verder naar complexere zaken, zoals Schlüter-systemen of trappen betegelen.” Overhaasten is uit den boze. “Tegelzetten is een delicaat werk,” zegt Van Ael. “Iedereen wil graag meteen aan de slag, bijvoorbeeld als diender. Maar dat is een wat ongelukkige term. Als beginneling moet je een heel proces doormaken. Je moet een bepaalde fijngevoeligheid aanleren.”

Werkplek-leren in de school

Crescendo CVO biedt kansen om te leren tegelen “in het echt”, en dus niet alleen in kunstmatige didactische douchecabines. “Hier is kans genoeg voor renovatie. Dit jaar zullen de cursisten een volledige hal aanpakken. Dat is heus niet om goedkoop te renoveren! Naast het eindresultaat is de cursisten prikkelen heel belangrijk. We zitten in een oud gebouw, en dat biedt nog didactische voordelen. Laatst hadden we een klas waar alle tegels opbraken op één lijn. Dat is natuurlijk pedagogisch interessant! Wat gebeurt er als er bepaalde spanningen in de ondergrond zijn? Het is werkplekleren – maar dan ín het centrum.”

Partnerships

Steven Paredis waakt er ook over om de opleiding te verankeren in het bredere professionele veld. Hij onderhoudt contacten met producenten en tegelfirma’s. Sommigen reageren heel positief en sponsoren met tools of tegels, anderen antwoorden dan weer niet op mails. “Maar we hebben een nauwe band met een aantal tegelhuizen. Het is belangrijk dat onze cursisten weten dat ze daar altijd terecht kunnen voor technische ondersteuning. We drukken hen dan ook op het hart om niet zomaar allerlei merken door elkaar te gaan gebruiken. De merken bieden duidelijke instructies voor hun eigen producten, en hoe die op elkaar inspelen. Ja, dat is merk-gebonden info, maar het geeft je een duidelijke leidraad.”

Wees niet bang

Het is een complexe en niet altijd zachtzinnige wereld waarin de Mechelse leerling-tegelzetters zich binnen anderhalf jaar zullen moeten zien waar te maken. Maar als Patrick van Ael hen één ding op het hart wil drukken, dan is het wel: wees niet bang. Zie het als een kans. “Als je echt iets wil bereiken, zorg dan eerst en vooral voor een goede opleiding. En vervolgens moet je niet de snelste of goedkoopste willen zijn. Nee, je investeert in kwaliteit en hop, je bent vertrokken!”

Het is na drie maanden misschien te vroeg om al te evalueren. Toch de vraag: wil het tot dusver lukken? Patrick Van Ael knikt. “Goed begonnen is half gewonnen, zeggen ze in de bouw. De cursisten hebben in die korte periode al een enorme evolutie doorgemaakt. En dat is een plezier om te zien! Voor mij is het een succes.”


Patrick van Ael: lesgeven, een verrijking

Na een dag tegelzetten nog een avond lesgeven: het is niet evident. Maar voor Patrick van Ael is lesgeven vooral een manier om zijn beroep te beleven in een andere, ruimere context. En wat hij erin stopt, krijgt hij dubbel en dik terug.

“Het mooie hieraan, dat zijn de mensen. Het is mooi te kunnen delen. Ik krijg er energie van. Als je je vak al twintig jaar uitoefent, is het wel eens leuk om het in een nieuw jasje te steken.”

“Het is een erg diverse groep studenten. Zo hebben we een Syrische vluchteling, die in Syrië altijd getegeld heeft om zijn gezin te onderhouden. En toen hij dan hier kwam, op vlucht voor de oorlog, zeiden ze hem: ‘je kan het niet’. De normen liggen hier immers hoger. Dus schoolt hij zich bij. Als hij bezig is, dan fonkelen zijn ogen. Enorm vriendelijke man, en zijn verhaal is eigenlijk mooi en triest tegelijk. Lesgeven in deze context wordt zo een menselijke verrijking. Je hoort vaak klachten over ‘die vluchtelingen’ enzovoort. Maar die mensen zijn ook gewoon tegelzetters, of artsen, net zoals wij.”


Crescendo CVO: nog meer plannen met tegelzetters

“Crescendo CVO blijft groeien en telt vandaag zo’n 8.000 cursisten, verspreid over meer dan dertig lesplaatsen in de provincie Antwerpen, Vlaams Brabant en de Vlaamse Rand rond Brussel”, aldus Marianne Verwimp, Adjunct-Directeur voor Kwaliteitsontwikkeling en Communicatie.

“Wij breiden elk jaar nog uit met vooral diplomagerichte opleidingen en zetten in op specifieke doelgroepen. Het centrum overweegt om in de toekomst op flexibele wijze tegelzetters te vormen. Zodat mensen kunnen kiezen voor een kort of een langer traject, over veel of weinig avonden gespreid. Zo zou je, als je meer tijd te investeren hebt, al op zes maanden in plaats van twee jaar klaar kunnen zijn voor de arbeidsmarkt. Een optie die vooral ook interessant is voor uitkeringsgerechtigde werklozen. Maar ook jongeren in tweede-kans onderwijs kiezen graag de intensere cursussen van één jaar.”


Foto’s: CVO CRESCENDO

Innovatie is traditie bij Breton. Dit keer verwacht de Italiaanse marktleider in machine tools alles van de software applicatie Vein Matching: “Het ziet er naar uit dat in 2020 Vein Matching de snelst groeiende trend zal zijn.” Het volautomatisch matchen van de nerven en adering van acht natuursteenblokken tegelijk kan dan ook enorme tijdwinst opleveren. CEO Augusto Suppi legt uit.

Never ending story

“In gesprekken met onze Belgische klanten, maar ook met vele anderen uit verder afgelegen landen, zoals in het Midden-Oosten, merkten we dat tal van bedrijven die zich specialiseren in het verwerken van generfde materialen echt veel moeite hadden met het ‘vullen van de ruimte’ met doorlopende nerven. De overtreffende trap van voortreffelijkheid bereiken, zoals klanten dat verwachten, bleek alleen weggelegd voor de allerbeste ambachtslui. Klanten verwachten immers van te worden ondergedompeld in een ruimte waar de geaderde tekeningen echt een never ending story vertellen rondom de vormen gecreëerd door de architect.”

Vein Matching: de app

Breton wilde graag die voortreffelijkheid bereikbaar maken voor meer van zijn klanten, zo legt Augusto Suppi uit.

“Daarom ontwikkelden we software die het voor iedereen mogelijk maakt om acht slabs tegelijk te verwerken: Vein Matching. Onze klanten kunnen nu heel makkelijk een hele ruimte ontwerpen waarin de nerven en adering van alle gekozen materialen perfect matchen langs alle muren en hoeken. Dit project exporteren ze dan naar een 3D pdf-bestand en dat gaat naar de architect die het ontwierp. Na goedkeuring moeten ze alleen nog de slabs inladen in een Breton zaagmachine, de barcode inlezen en de cyclus opstarten. Je kan dus zonder tussenstappen overgaan van ontwerp naar productie.”

Jobs die vroeger een uur duurden, zijn nu klaar in vijftien minutenAugusto Suppi

Onverwacht extraatje

Lesher Natural Stone is een natuursteenbedrijf in het Amerikaanse Middletown aan de Oostkust, gerund door vader en dochter Frank en Alexia Lesher en gespecialiseerd in “bijzondere” (lees: lastige) projecten. Tot voor 2018 pakten ze die ambachtelijk aan: moeilijke projecten met matchende nerven werden eerst op de grond uitgestald met tape. “Vein matching was het meest tijdrovende deel van onze job; het duurde vaak wel een week om één project te voleindigen.” Zo was dat nu eenmaal, en de Leshers hadden eigenlijk niet eens de ambitie daar verandering in aan te brengen. “We waren helemaal niet op zoek naar vein matching software. We kregen het samen met andere dingen in een pakket,” zegt Frank Lesher. “Ik dacht eigenlijk niet dat het van veel nut zou zijn. Ik ben blij dat ik mag zeggen dat ik ernaast zat!”

Stroomlijnen van productieproces

De Leshers besloten het ongevraagde extraatje toch maar een kans te geven. Ermee leren omspringen bleek geen probleem. Vein Matchiing is zeer intuïtieve software, en na luttele dagen had Lesher’s team het volledig in de vingers. De kleine app toonde al snel zijn grote kracht: “Jobs die normaal gezien een uur duurden, waren nu al klaar in vijftien minuten.” Een snellere doorstroom betekende ook: meer volume kunnen verwerken, meer vrije opslagruimte, minder arbeidskosten per stuk, en 15 tot 20% minder onbruikbare reststukken door het ergonomisch verzagen van de slabs. Alles bij elkaar betekende dat: méér competitieve prijzen. Voor een bedrijf dat niet echt veel rechttoe-rechtaan werk doet, maar precies al die moeilijke gevallen waarvoor Vein Matching nu net is ontwikkeld, bleek de software dé catalysator voor het stroomlijnen van het productieproces. Vandaag zet Lesher Breton Vein Match in voor de helft van al zijn karweien.

Betere klantrelaties

De app verbeterde ook de klant-relaties bij Lesher. “De mogelijkheid van 3D-visualisatie is een grote hulp bij presentaties aan klanten. Dat ze hun volledige toekomstige keuken in 3D kunnen zien, voordat er aan de slabs zelfs maar is geraakt, vinden ze zeer indrukwekkend en bijzonder nuttig.” De klanten kunnen zelfs effecten van licht en schaduw simuleren in hun virtuele kamer, en zich zo een helder beeld vormen van het effect op de nerven van het zonlicht zoals het zich verplaatst door de kamer. Klanten kunnen dan ook intekenen op een project, exact zoals ze het voor ogen hebben. Wat het risico op onaangename verrassingen en de bijbehorende klachten en gerechtszaken aanzienlijk vermindert.

Meer integratie met machines

Tevreden klanten zoals de Leshers zijn er genoeg, aldus Augusto Suppi.

“Ik kan alleen maar zeggen dat Vein Matching van meet af aan een succes was. Alle klanten die het al zagen, waren enthousiast en, eerlijk gezegd, merkten we dat in sommige onderhandelingen de software hét doorslaggevende element bleek om de klanten te overtuigen van de superioriteit van onze Genya freesmachine, of van de Combicut machine voor gecombineerd zagen (waterjet en zaagschijven).”

Breton werkt dan ook stevig door aan een nóg betere integratie van de Vein Matching app met zijn machines. “Zaagmachines van de laatste generatie Genya (degene die we presenteerden op de laatste Marmomac) kunnen voorzien worden van een functie die labels print en bevestigt op de slabs, in het midden van wat de gesneden stukken zullen worden. Zo kunnen de plaatsers heel makkelijk de uiteindelijke positie van elk stuk terugvinden.” En de firma biedt ook zélf steun vanuit het hoofdkwartier in Treviso. “We kunnen van hieruit met Vein Matching onze klanten helpen met het maken van ontwerpen op basis van foto’s van slabs die honderden kilometers verder zijn gestockeerd. En die dan ter plaatse bij hen worden versneden.”

Belang van innovatie

Mogelijkheden zien waar anderen die niet zien, innoveren waar anderen dezelfde aanpak herhalen, dat was de mentaliteit waarmee Marcello Toncelli vanaf de stichting in 1963 vanuit het niets doorgroeide naar marktleiderschap. En het is ook de mentaliteit achter dit laatste nieuwe snufje, zo besluit Augusti Suppi: “We denken dat we met deze Vein Matching een sterke impuls geven aan innovatie in de industriële en commerciële processen in een sector waarin deze processen tot dusver maar erg traag evolueerden. En dat is van het grootste belang, want beschikken over de juiste tools om te voldoen aan verwachtingen van de klant, dat is het verschil tussen de verwerkingsbedrijven die louter overleven en zij die waarlijk bloeien!”


Vein Matching: de troeven

  • 75% sneller in verzaagklussen met matchende nerven en adering
  • minder werktijd en arbeidskosten = meer competitieve prijzen
  • 15 à 20% minder restafval van slabs
  • minder risico: klanten kunnen alles in 3D perfect visualiseren en daarop intekenen

Nieuwe materialen, nieuwe zaagtechnologie

Vernieuwingen biedt Breton niet alleen aan in software, maar ook in de machines zelf – nog altijd de core business. Daarop vol inzetten is vandaag van vitaal belang, zegt Suppi. Het gaat daarbij niet om sleutelen aan details om het gebruiksgemak nog wat meer op te drijven. Nee: de uitdaging is gewoon om alles sowieso verzaagd te krijgen. De markt wordt immers in stijgende mate overspoeld met producten die de keuze van de klant vergroten”, aldus Augusto Suppi. “Dan denken we aan grotere formaten, dunnere diktes, grotere hardheid,… wat vaak gepaard gaat met broosheid. Maar deze mogelijkheden ten volle benutten, betekent ook dat er nieuwe technologie komen (en nieuwe strategieën) om al deze zaken efficiënt te verwerken, en zo meer diverse en gesofistikeerde vloeren, meubels en afwerkingen te bekomen.” Een voorbeeld daarvan is de innovatieve Huracan technologie, die zeer flexibel is zodat je vlot maxi-slabs kan verzagen tot de formaten gewenst door de klant.”


After Sales

Nog een punt van het hoogste belang is de after-sales service. Die verloopt vooral vanuit Treviso, legt Augusto Suppi uit. “De after sales service lost meer dan 90% van de downtime van machines op via een hotline. In de overblijvende gevallen sturen we een technieker uit de regio of er komt er ééntje over uit Italië. Je moet weten dat België makkelijk te bereiken is vanuit Breton. De luchthaven van Treviso, met vlotte low-cost connecties met zowel Zaventem als Charleroi, is maar een klein halfuurtje rijden vanaf hier. En de luchthaven van Venetië is ook maar op een uur.”


Foto’s: BRETON

Keramiek en verlichting: beide sectoren maken een periode door van revolutionaire vernieuwingen. De volledig vernieuwde showroom van Carimar in Eigenbrakel (open sinds oktober 2019) verenigt het beste van beide werelden. De nieuwste keramische creaties van topfabrikanten belicht door de nieuwste led-creaties, eveneens van topfabrikanten. Een geraffineerd lichtconcept verzorgd door het familiebedrijf Hugo Neumann.

Kaleidoscoop aan keramiek

De nieuwe showroom van 1200 m² moest vooral op zijn Marie Kondo’s decluttered zijn, aldus verantwoordelijke Stéphanie Ribant, “om de circulatie meer comfortabel te maken en om de mogelijkheden van keramiek vol tot hun recht te laten komen.”

Tenslotte: “het gaat bij keramiek al lang niet meer om simpele vloerbekleding alleen! Tegels vind je vandaag overal: slaapkamer, salon, dressing… En dat in alsmaar meer innovatieve vormen: warm hout, rijkelijk geschakeerde texturen, elegante marmers, of bruut beton. Je vindt ze aan de muur als origineel behangpapier, ze updaten je werkblad of vergadertafel, ze duiken op in een boekenkast als gesofistikeerde tussenschotten, en je kan je zelfs wagen aan een slim spel met profielen, in de trant van Le Corbusier.”

Verlichting als kunst en wetenschap

Een heuse uitdaging is het, om die kaleidoscoop aan afwerkingen en toepassingen realistisch te presenteren. De Led-revolutie helpt daarbij. Eric Neumann, CEO en Principal Designer van Hugo Neumann, spreekt over zijn lichtleveranciers zoals een agent van keramische topmerken over “zijn” merken: als ambachtslieden, als kunstenaars.

Wat vinden we in Eigenbrakel, bij de decoratieve lichtpunten? “Deense creaties van Louis Poulsen, Italiaanse van Kundalini, en niet te vergeten de altijd zo Italiaanse douce folie van Karman!” Hugo Neumann is, sinds 1929 al, een familiebedrijf met twee duidelijk verschillende maar perfect complementaire métiers: enerzijds exclusieve importeurs van een topselectie aan lichtfabrikanten, en anderzijds lichtconsultants. “Onze eerste zorg is om de aard van het project te begrijpen en de noden en wensen te identificeren. Soms met een onverwachte oplossing!”

Altijd blauwe hemels

Op een dergelijke verrassing stoot je zodra je binnenkomt in Eigenbrakel: de receptieruimte. “Die plek is zó belangrijk, en er wordt zo weinig over nagedacht…”, zucht Eric Neumann.

“De showroom-ploeg van Carimar brengt hier een goed deel van elke dag door. Daarom dachten we: waarom trakteren we hen niet op een blauwe hemel met een stralende zon. Dat het hele jaar door, los van het seizoen! De uitvinder van dit licht, een kunstwerk waardig, is de Italiaanse fabrikant Coelux. Het decoratief hang-element is van het eveneens Italiaanse Kundalini, en bestaat uit handgemaakte Mexicaanse keramiek met een oude bronzen metalen cilinder.”

Licht naar wens

Als er één ding is dat licht in een toonzaal niet behoort te doen, dan is het wel de aandacht op zichzelf vestigen. Overdonderen of verblinden is uit den boze. “In de toonzaal vind je een lineair profiel van Linear dat kan gaan van een zeer warm (2.500K) naar een kouder licht (5.000K).” K staat voor Kelvin, wat hier staat voor de kleurtemperatuur. “Die is heel erg precies te controleren, wat het risico uitsluit op verblindend licht.”

Naast de toonzaal voor het brede publiek heeft Carimar ook twee zones voor zijn professionele klanten: architecten, interieurarchitecten en ontwerpers. Hier worden de mogelijkheden tot controle van het licht tot het uiterste gedreven. In de studio is er een elegant Oval lichtelement, dat naar believen de sfeer kan scheppen van kaarslicht (2.200K) tot middagzon-bij-blauwe-lucht (6500K). “Dit element werd gecreëerd door een heel sterke, jonge, ambitieuze startup uit Nederland: archilumO.”

Dan is er nog Favo, een lichtsysteem met bijenraatstructuur van de Duitse fabrikant Sattler. “Dit maakt een compleet nieuwe aanpak van belichting mogelijk. Met de drie afzonderlijk te bedienen individuele lichtpunten van FAVO kan je diverse belichtingsscènes creëren, afhankelijk van je behoeften. Of je nu sterk of zwak licht wil, diffuus of dramatisch: je hebt het allemaal in eigen handen via een draadloze schakelaar of, nog handiger, je smartphone. Je kan in een oogwenk, voor je presentatie van die dag de juiste lichtsetting creëren!”

Wonder van de fysica

Een wonder van techniek bevindt zich ook in de rails in de Studio en het Atelier. “Om reliëf te brengen, om te differentiëren tussen matte of glanzende, heldere of donkere stalen, hebben we een dubbele verlichtingsrail van onze Duitse partner Bruck onzichtbaar aangebracht. Deze rail is voorzien van projectoren waar in een wonder van lichttechnologie zit. Namelijk een creatie van één van de uitvinders van Led, de Japanse professor Shuji Nakamura, winnaar van de Nobelprijs voor fysica 2014. Het gaat hier om de Soraa-lamp met zijn Snap-filters, die, zoals de schilder en zijn kleurenpalet, aan alle lichtdesigners de vrijheid schenkt om creatief te spelen met licht; en dat met één enkele lichtbron!”

De optimale presentatie van de nieuwste generatie aan keramische materialen, in al hun diversiteit: het is een uitdaging voor allen. In heel de sector is een upgrade aan de gang; vaak hoor je spreken over de nood aan een meer “museale” presentatie. De nieuwe toonzaal van Carimar wekt ons op om het aspect belichting zeker niet te vergeten. En samen met Hugo Neumann – een firma die niet toevallig ook ruime ervaring heeft in galerijen en musea – levert Carimar meteen ook een navolgenswaardig voorbeeld af.


Dermul: specialist in tegeldisplays

De meubelen voor de nieuwe showroom van Carimar werden geleverd door Dermul Showrooms & Displays uit Lokeren, dit in nauwe samenwerking met de architect van de showroom, Sébastien Nicolino. Dermul produceert displays voor tegels, natuursteen en parket en creëert complete showrooms.

Zaakvoerder Bart Dermul: “De uitdaging in dit geval school in het oude, industriële gebouw met weinig rechte wanden en vloeren en een laag plafond. De klant wou meer openheid in de showroom en nieuwe meubelen om de actuele tegelformaten te tonen. De meubelen zijn in de combinatie zwartgelakt staal en zwart laminaat en sluiten hierdoor mooi aan bij de industriële stijl van het gebouw. Het resultaat is een showroom met meer openheid, uniformiteit, veel sfeer en een high-end uitstraling.”


Nieuw! Ductile

Sinds 1970 werkt familiebedrijf Carimar met Spaanse en Italiaanse topmerken als Cotto d’Este, Inalco, Living Ceramics, Gigacer, Wow, Kronos… die er elke keer weer in slagen naar buiten te komen met opmerkelijke nieuwigheden. Zo gelooft Carimar vandaag sterk in de nieuwe collectie Ductile® van het Spaanse Living Ceramics. Ductile® is wel degelijk “ductiel”, of anders gezegd, het materiaal is plastisch vervormbaar en kan buigen zonder te breken.

carimar showroom

Stéphanie Ribant: “Wendbaarheid en gebruiksgemak zijn dé twee troeven van de Ductile®. Het gaat hier om een nieuw type keramisch materiaal (6mm dikte) met heel bijzondere kenmerken, waardoor het bekleden van binnenmuren een veel vlottere klus wordt. De chemische samenstelling maakt verzagen en perforeren heel simpel. Je gebruikt gewoon standaard boren en schijven. En de ductiliteit van de platen verzekert een vlotte installatie, zonder complexe lijmen met een hogere kost. Zo vermijdt Living Ceramics ook hoge emissies tijdens productie en transport.”


Foto’s: Carimar

Het werk van miljoenen jaren in luttele minuten. Dry Digital System maakt het mogelijk om een tegel te maken in diverse laagjes, met variaties op het motief doorheen de hele tegel, dus in 3D. Een gamechanger voor de keramische industrie, meent de firma. In elk geval is het een inspiratie voor al wie hoopt dat de toekomst meer zal brengen dan eindeloos prijsvechten met nauwelijks van elkaar te onderscheiden producten.

Eerder dit jaar, in februari, ontving Rocersa uit Villareal in het hartland van de Spaanse keramiek Castellón, een Alfa de Oro — een prijs jaarlijks uitgereikt op de Cevisama beurs in Valencia voor “een innovatie die de hele waardeketen ten goede komt”.

De firma kreeg die prijs voor een nieuwe technologie die het zelf ontwikkelde: Dry Digital System ofte DDS.

Keramiek 4.0

Ontwikkeld vanaf 2016, berust DDS op het combineren van twee technieken: digitale dry printing wordt gesynchroniseerd met digitale wet printing. De grafische mogelijkheden van beide machines versterken elkaar daarbij en dat geeft de producten veel meer naturel en diepte. Het eindresultaat is immers opgebouwd uit diverse lagen die elk hun eigen design krijgen, dat lichtjes afwijkt van het beginpatroon.

Je krijgt dus (en dat is meteen het belangrijkste verschil met de klassieke dubbellaagse technologie) een 3D-bedrukte tegel waar het motief aan de binnenkant niet eenvoudig het motief aan de buitenkant mechanisch herhaalt: zoals bij natuursteen ontwikkelt de tekening zich doorheen de hele tegel.

Pionier

“Hiermee vervaardigen we een 100 procent driedimensionaal product met digitaal ontwerp tot in het hart van de tegel”, zo verklaarde marketingdirecteur Juan José Bolaños Campos.

“Dit systeem zal een revolutie teweegbrengen in de manier waarop porseleinen tegels worden gefabriceerd. Het opent de mogelijkheid om nieuwe toepassingen in onze sector te creëren. De dagen dat we alleen maar de buitenkant decoreerden liggen hiermee definitief achter ons!”

Rocersa is een pionier in deze verbeterde vorm van 3D-printen. Met DDS is de firma de enige in Spanje die dit voor mekaar krijgt, en ook wereldwijd plaatst de firma zich in een superselect kransje.

Weg uit de race to the bottom

Het werd ook wel weer eens tijd om het verschil te maken, meende de Spaanse firma – een veertigplusser die wat betreft innovatie een indrukwekkend palmares kan voorleggen (zie kader) en die dan ook al toe is aan zijn zesde (!) Alfa d’Oro. De markt begon immers wat deprimerend aan te voelen “met weinig gedifferentieerde bedrijven en producten; een markt verzadigd met producten van een laag technisch en esthetisch niveau; een low cost oorlog in de context van globalisering.”

Instappen in een race to the bottom: het zit gewoonweg niet in het DNA van Rocersa. ”Dus zochten we producten met hoge toegevoegde waarde, die ook meer duurzaam zouden zijn en die de technologische capaciteit, al aanwezig in onze fabriek, maximaal zouden benutten.”

Einde van een “eeuwig” dilemma

Na twee jaar zoeken, testen en bijstellen was het zover: de DDS-technologie stond op punt. Deze biedt vooral een doorbraak in de projectmarkt. Wat een eeuwig dilemma leek, is dat niet meer.

“Tot nu toe hadden we in keramiek twee opties. Of je koos een product omwille van het design, en dan ontbrak het aan niveau qua mechanische prestaties. Of je koos een hoogwaardig technisch product, maar dan moest je het stellen met een standaarddesign. Als het ging om vloeren voor intens gebruik kon je met een gerust hart alleen maar tegels leggen in ongeglazuurd porselein, en die kwamen in slechts een handvol kleuren, allemaal een beetje peper en zout. Met de komst van DDS ben je niet langer verscheurd door die keuze: of een aansprekend design, of sterke prestaties. Voor het eerst in de wereld van de keramiek combineren we op het hoogste niveau esthetiek en techniek, zonder ook maar iets prijs te geven.”

Duurzame productie

Nog een sterk punt van de DDS-technologie: het gaat om “droge” productie, zonder glazuur en met gebruik van slechts de noodzakelijke hoeveelheid aarde, wat leidt tot een reductie van de productiekosten.

Bovendien, zo geeft Bolaños Campos aan, maakt deze optimalisatie van de middelen van DDS ook een duurzame productiemethode: “Alleen de materialen die ook daadwerkelijk de tegel zullen vormen, worden ingezet bij het productieproces. Er komt dus geen sediment vrij dat vervolgens naar een speciale afvalverwerkingseenheid moet. Dit is een aspect waaraan Rocersa al sinds vele jaren alle mogelijke aandacht besteedt.”

Nieuwe synergieën

DDS is een gamechanger voor de hele industrie, aldus nog de marketingdirecteur. Er is een voor en een na.

“Het Dry Digital System vraagt om synergiën met bedrijven uit andere sectoren zoals bijvoorbeeld fabrikanten die nieuwe machines zullen moeten ontwikkelen. Of neem nu onze samenwerking met Digit-S, ook uit Castellón, die een nieuwe software ontwikkelden die de machines toestond om met elkaar te communiceren.”

Deze software, genaamd Patrón Digital Cerámico, maakt het mogelijk om een eenduidige referentie van het product en de belangrijkste kenmerken te handhaven. De ontwerpgegevens die digitaal worden opgeslagen in een speciaal voor dit doel ontwikkelde Pattern Management-software worden telkens vergeleken met deze referentie, wat het mogelijk maakt om eventuele afwijkingen in de productie op te sporen en te corrigeren.

Revolutie of evolutie?

DDS is zeker een revolutie maar tegelijkertijd toch ook een terugkeer naar vroeger, naar de “pure chemie” van oudere keramische technieken. Het gaat niet langer om het printen van de buitenkant. En het kan ook een nieuw tijdperk van creativiteit inaugureren.

“Tot besluit kunnen we zeggen dat tot DDS de keramische industrie heel erg hard zijn best heeft gedaan om andere materialen te imiteren: hout, steen, marmer, cement… Vandaag, met Dry Digital System technologie, kunnen we een totaal nieuw natuurlijk product creëren, dat een stap verder gaat, en 100 procent hun eigen identiteit hebben.”

Ook dat is op zich weer een ecologische kwestie: “Wij willen maximaal materialen reproduceren die vandaag de dag te lijden hebben onder overexploitatie. Daarom net willen we ook dat het eindresultaat identiek is aan wat er uit de groeven komt. Met DDS is dit mogelijk. We kunnen nu keramische producten produceren met natuurlijke afwerkingen. Zo simuleren we het werk van miljoenen jaren in enkele minuten!”


Rocersa: 42 jaar van innovaties

Vandaag, en dat sinds 42 jaar, plaatst Rocersa zich in de spits van de keramische sector. Met zijn export naar meer dan honderd landen is de firma een leider, niet alleen op het Iberisch schiereiland, maar wereldwijd.

  • 1977: Rocersa begint eraan in Vila-Real (Castellón). Meteen is het bedrijf innovatief, met de productie van grootformaat keramische tegels.
  • 1989: Rocersa is het eerste bedrijf dat werkt met warmtekrachtkoppeling en warmteterugwinning, zaken die later een prominente plaats zullen opeisen in de hele sector.
  • 1998: Rocersa verwerft een productie-eenheid in Alcora, en beslist om daar het nieuwe zenuwcentrum van het bedrijf te vestigen, dit tot heden
  • 2014: Rocersa begint met de productie van Porcelánico van 20 mm. Het is het eerste bedrijf wereldwijd om in zetten op dit type product.
  • 2016-2019: Rocersa ontwikkelt DDS.

Foto’s: Rocersa

Noem het niet zomaar “showroom” van VM-tegels, wat eind februari in Oostkamp de deuren opende. Noem het eerder het tegelpaleis van de toekomst. Drieduizend-plus vierkante meter vloeroppervlak over vier verdiepingen: een zéér forse investering als tastbaar teken dat de familie Vanhollebeke (vader, moeder en zoon) voor de tegelbranche rotsvast gelooft in de toekomst van bricks boven clicks: “Tegels en natuursteen kies je niet op een computerscherm. Mensen willen alles zien en voelen.”

En ze zagen en voelden dat dit iets anders was, de genodigden op woensdag 20 februari, bij de officiële opening door Jan De Keyser (burgemeester van Oostkamp), daarin bijgestaan door voormalig Vlaams Viceminister-president Bart Tommelein. “Ik ben danig onder de indruk”, zo noteerden we uit de mond van een bekende speler uit de natuursteen- en keramische branche die misschien al véél gezien had, maar dít nog niet. “Dit is architecturaal een uniek gebouw. Faut le faire anno 2019. Een investering van deze ordegrootte in een nieuw B2C tegelpaleis, in tijden van e-commerce en dat in Oostkamp. Dat vraagt lef en moed! Velen die ik hier vanavond sprak zeiden hetzelfde. Het algemene gevoel is duidelijk: het gaat hier om meer dan “een” opening van “een” showroom in Vlaanderen.”

We wilden een toonzaal die grenzen zou verleggen. Een gebouw dat ervaring en vooruitstrevendheid, liefde en lef met elkaar zou verenigen. Kortom, iets dat in België nog niet vertoond was.Martin Vanhollebeke

En iets uitzonderlijks, dat was ook duidelijk wat zaakvoerder Martin Vanhollebeke voor ogen had. “Wat we wilden, was een baanbrekend concept op vlak van zowel esthetiek, functionaliteit als ecologie. We wilden een toonzaal die grenzen zou verleggen. Een gebouw dat ervaring en vooruitstrevendheid, liefde en lef met elkaar zou verenigen. Kortom, iets dat in België nog niet vertoond was. En daarin zijn we, denk ik (al zeg ik het zelf) best in geslaagd!”

Groot maar gezellig

Overvloedig daglicht, ultramoderne verlichting en hedendaagse inrichting zijn de basisconcepten van het gebouw dat zich uitstrekt over vier verdiepingen. Op het gelijkvloers vind je naast de inkom, de ontvangstbalie en de sales afdeling vooral zeer veel presentatiezones en de tegeltuin. Op de eerste verdieping wandel je door de VM-woning: een inspirerend huis barstensvol interieurideeën. Ook hier vind je de nodige presentatieplatformen.

De tweede verdieping is een evenementenruimte met een binnen- en een buitengedeelte: “Deze ruimte met terras stellen wij ter beschikking van bouwgerelateerde bedrijven voor onder andere productvoorstellingen of netwerkavonden. Alle faciliteiten van keuken tot sanitair zijn hier aanwezig. Een exclusieve service op een toplocatie met ruime parkeergelegenheid!”

Dankzij een flexibele inrichting kan de showroom telkens aangepast worden naar de nieuwste trends. Elk bezoek belooft een nieuwe verrassing te worden.Martin Vanhollebeke

Enorm veel plaats dus, maar dat heb je vandaag de dag gewoon nodig, meent Martin Vanhollebeke: “Anders kan je nooit al die XXL-formaten tot hun recht laten komen. Het mooie is echter: het nieuwe gebouw beschikt daartoe over de ruimte maar behoudt tegelijkertijd de vertrouwde, huiselijke sfeer die klanten zo waardeerden in ons oude adres aan de Kortrijksetraat.” Niet dat het re-creëren van een vertrouwde, gezellige sfeer de hoofdbedoeling is, verduidelijkt Martin Vanhollebeke. “Dankzij een flexibele inrichting kan de showroom telkens aangepast worden naar de nieuwste trends. Elk bezoek belooft immers een nieuwe verrassing te worden.”

Speeltuin van de architect

Eerder dan over een nieuwe showroom alleen, spreekt Martin Vanhollebeke over een nieuw toekomstgericht totaalproject; een nieuw begin voor VM-tegels, een frisse start, na 25 jaar in de business. Dit ook gesymboliseerd door feit dat zoon Thibaut Vanhollebeke nu naast zijn beide ouders mede-zaakvoerder is. Waar in het verleden VM-tegels quasi exclusief voor eindgebruikers werkte, zijn nu de voorschrijvers een doelgroep waar vol op wordt ingezet. En die in de nieuwe showroom dan ook een hele verdieping voor zich alleen krijgt, namelijk de kelder. Om zich eens goed in uit te leven: “Verdieping -1 is wat wij hier de ‘speeltuin van de architect’ noemen: een creatieve ruimte met het stalenkabinet en de nicheproducten. Ook voor hen wil VM TEGELS een laboratorium zijn waar zij hun ideeën de vrije loop kunnen laten.”

Tegelverkoop, een contactsport

Ultramodern is het gebouw zeker, maar een investering van dergelijke omvang in een fysieke winkel, in tijden waarin iedereen zich bezint over zijn e-commerce verhaal, is dat wel nog van deze tijd? Martin Van Hollebeke weet zeker van wel.

Wij verkopen meer dan producten alleen, wij verkopen emotie!Martin Vanhollebeke

Want tegels verkopen is en blijft een contactsport: “We geloven absoluut dat mensen ook vandaag nog hun tegels en natuursteen in de winkel willen blijven kopen, en dat ze dat zullen blijven doen. Het gaat om hun huis tenslotte, dus willen ze alle materialen in het echt zien en voelen. Kleuren kan je niet perfect inschatten op foto. En de aanraking, de feel, die kan je al helemaal niet online oproepen. Wij verkopen meer dan producten alleen, wij verkopen emotie! En daarbij is ook het persoonlijke contact met de klant zeer belangrijk. Mensen willen een vast aanspreekpunt en gaan een vertrouwensrelatie aan met hun verkoper.”

Kwaliteit aan de bron halen

De persoonlijke selectie van de meest kwalitatieve producten is een andere belangrijke factor in de strategie van VM-tegels. En dit zowel in keramisch als in natuursteen, want VM-tegels doet het allebei. Zo reist het voltallige salesteam wel eens naar Modena, “het mekka van tegeldesign”, kwestie van in contact te blijven met de nieuwste producten en trends. En VM-tegels importeert ook rechtstreeks natuursteen uit het Verre Oosten. “Ik ben vaak in China, India of Vietnam opdat ik met lokale producenten in een geest van openheid en vertrouwen zou kunnen samenwerken. Dat is een win-win voor iedereen. En voor ons zit het voordeel er natuurlijk in dat we zeker zijn van absolute topkwaliteit.”

Geloof in de toekomst

VM-tegels heeft in de kwarteeuw dat het bestaat al een heel divers parcours afgelegd, met een paar haarspeldbochten. Zo werd de eerste vestiging in het Oost-Vlaamse Destelbergen in 1996 al na drie jaar opgegeven, om zich volledig te kunnen concentreren op Oostkamp, waar in 1995 een tweede vestiging werd geopend. 2008 was een ander belangrijk moment: toen besliste VM-tegels om méér te doen met het stockmagazijn van 2.500 m² dat in 2000 was gebouwd. De firma begon er met de organisatie van stockverkoop en een succesformule was geboren, wat in 2015 zou leiden tot de opening van een stockverkoop-filiaal in Deinze.

Dit nieuwe gebouw is de bekroning van 25 jaar service en innovatie waarbij de klant centraal staat. Want die blijft de belangrijkste persoon binnen ons bedrijfMartin Vanhollebeke

In mei 2017 volgde de eerste symbolische spadesteek van het nieuwe totaalproject. “Dit nieuwe gebouw is de bekroning van 25 jaar service en innovatie waarbij de klant centraal staat. Want die blijft de belangrijkste persoon binnen ons bedrijf”, aldus nog Martin Vanhollebeke. Die ook graag aangeeft dat 25 jaar elke dag in de weer ter meerdere eer en glorie van tegels en natuursteen, hem alleen maar méér energie heeft gegeven: “De goesting en grinta waarmee we er een kwarteeuw geleden invlogen, zijn nog even fris als toen. En we kijken zeker niet achteruit, maar vooruit. Dit gebouw bewijst het: wie bouwt voor de komende generaties, bouwt met liefde en kiest voor de beste materialen. Wij geloven dat dit project dé sleutel is tot de toekomst.”


Verwarming door BEO-veld

De gasvlam gedoofd

De toekomstgerichtheid van het hele project blijkt ook uit zijn ecologische karakter. Ook hier werden radicale keuzes gemaakt. We spreken over méér dan een dak met zonnepanelen. Daar is natuurlijk niets mis mee, maar VM-tegels zag de zaken grootser: “Wij gebruiken de meest moderne, de meest duurzame technieken. Zo legden we via 18 boringen een BEO-veld aan (Boorgat Energie Opslag) van telkens 150 m diep. Deze zijn gekoppeld aan een warmtepomp voor een zo optimaal mogelijk rendement, wat meteen ook milieuvriendelijk is.

‘s Winters is het water uit de boringen warmer dan de omgeving. Op die diepte is de temperatuur immers constant zo’n 8 à 10 graden. Deze warmte wordt gebruikt om via de vloerverwarming het gebouw te verwarmen en de ventilatoren aan te sturen. Na de warmteafgifte wordt het koude water teruggestuurd naar de bodem om daar weer op te warmen via de bodemenergie.”

En in de zomer?

“Dan vindt het tegenovergestelde proces plaats. Dan is het water in de boringen kouder dan de omgeving en wordt de koude gebruikt om via de vloerverwarming de toonzalen te koelen. Verwarmen en koelen gebeurt dus enkel op basis van de boringen en de warmtepomp. Er komt geen gas aan te pas, het vlammetje is er als het ware uitgehaald. Om een goede ventilatie van de grote toonzalen en de centrale burelen te garanderen wordt dan weer gebruik gemaakt van een centrale luchtgroep in combinatie met aparte ventilatoren, die ook beide op de warmtepomp zijn aangesloten voor het koelen en verwarmen van de lucht.”


ADESITAL: Preferred partner van VM tegels

“Adesital is sinds jaren een vaste speler op de internationale tegellijm-markt,” aldus hun Belgische business-agent Georges Vermeulen. “Adesital is geboren en getogen in Sassuolo, het hart van de Italiaanse tegelindustrie. En dat is precies de plek waar we moeten zijn om de nieuwste ontwikkelingen in het snel evoluerende tegellandschap van nabij op de huid te zitten. Elke dag werkt ons state-of-the-artlaboratorium aan verbetering en vernieuwing.”

Een aantal Adesital-producten zijn vaste waarden in ons land. “Zeer gekend op de Belgische markt zijn de houtimitatie voegsels. Bij de lijmen wordt de Flexo frequent gebruikt op grote werven, terwijl onze Extra 30 Power wordt aanzien als één van de sterkste ‘flexmortels’ op de markt.”

Sedert twee jaar werkt VM-tegels samen met Adesital. “Een moderne, vooraanstaande en snel evoluerende firma als VM-tegels kon natuurlijk niet achterblijven,” aldus nog Georges Vermeulen. “In hun prachtige nieuwe toonzaal werden trouwens heel wat panelen verlijmd met onze Adesint!”

info@investiva.be| +32 (0)4 75/53.14.69 | www.adesital.it 

Vloerverwarming bij een renovatie is niet zo evident als in een nieuwbouwwoning. Wie niet over voldoende opbouwhoogte beschikt, kan zijn warmevoetendroom vaak opbergen. Vloerverwarming is niet alleen een behaaglijke manier om de woning te verwarmen. Het is ook een pak esthetischer dan bijvoorbeeld radiatoren. Geen wonder dat het systeem erg populair is en zonder veel nadenken wordt geïntegreerd in vele nieuwbouwwoningen. Maar bij renovaties is dit echter veel minder evident.

No panic, dankzij het dunlagige systeem van Schlüter-Systems zijn deze problemen echter verleden tijd.

Schlüter®-BEKOTEC-THERM, dunlagig vloerverwarmingssysteem

Bij de renovatie van een prachtig herenhuis in de Antwerpse Diamantwijk gekenmerkt door oude elementen en hoge plafonds wilde de eigenaar op een beperkte oppervlakte vloerverwarming integreren. Met daarop tegels van 120 x 120 cm. Het beloofde een waar huzarenstukje te worden, want op sommige plaatsen was er gewoon te weinig hoogte om een dekvloer te plaatsen.
Geen wonder dus dat niemand stond te springen om hier ook maar enige vorm van garantie op te bieden. Maar toen aannemer Moshe Grunhut van Multi Bouw aanklopte bij Schlüter-Systems voor informatie over bewegingsvoegen en het zo discreet mogelijk voorzien ervan, vond hij toch een partner waarmee hij samen de uitdaging aanging.

“Na een grondige analyse, kwamen we snel tot de oplossing. We besloten BEKOTEC-THERM te voorzien als dunlagig vloerverwarmingssysteem. En niet enkel in de voorziene ruimte, maar om het systeem te voorzien op quasi de volledige gelijkvloers”, verduidelijkt Adam Nobels, technisch adviseur van Schlüter-Systems.

Maar dat vereiste snel schakelen. Verwarmingsinstallateur Herman Van Mensel had al voorzien om met radiatoren te werken en stond initieel sceptisch tegenover het idee. Nadat hij had kennis gemaakt met het systeem, was hij echter snel overtuigd en bereid om over te schakelen op BEKOTEC-THERM-vloerverwarming.

Vanaf dan verliep de samenwerking tussen alle partijen vlot. Hoofdaannemer, verwarmingsspecialist, chappers en vloerders zorgden voor een vlekkeloze installatie. Ze werden daarin bijgestaan door specialisten van Schlüter-Systems.

Extra isolatie mogelijk

“Schlüter®-BEKOTEC-THERM-EN 23 F is een systeem met een opbouwhoogte van slechts 31mm (vloerverwarming en dekvloer). Wat een enorme plaatswinst oplevert ten opzichte van een klassiek systeem dat werkt met minimum 6cm”, aldus Adam Nobels. “BEKOTEC geeft ons niet alleen de kans om in renovaties sneller te kiezen voor een vloerverwarming, maar ook om eventueel extra isolatie toe te voegen.”

“De basis van het systeem is een noppenplaat die alle spanningen van de dekvloer wegneemt. Waardoor er geen schotelvorming van de dekvloer meer mogelijk is. Bovendien zijn er dankzij de vorm van de noppenplaat geen zetvoegen meer nodig in de dekvloer. Handig, want dergelijke zetvoegen zijn dikwijls een storend element omdat ze praktisch nooit overeenkomen met het legpatroon van de tegels.”

“Indien er tegels of natuursteen op het systeem geplaatst worden, dient BEKOTEC-THERM gecombineerd te worden met de ontkoppelingsmat Schlüter®-DITRA 25 om een barstvrije tegelbekleding te kunnen garanderen. Bijkomend voordeel hiervan is dat door de dampdruknivelleringslaag er geen wachttijden zijn tussen het plaatsen van de dekvloeren de betegeling. Zo kan er tot vijf weken bouwtijd ingekort worden. Door de onderling communicerende luchtkanalen is meteen een gelijkmatige warmtespreiding van het tegeloppervlak gegarandeerd.”

Reactief systeem

“Er is trouwens nog een belangrijk, verwarmingstechnisch voordeel”, verzekert aannemer Moshe Grunhut. “Door de dunnere dekvloer, verkrijgen we een reactief systeem dat sneller opwarmt. Niet alleen genieten bewoners zo sneller van een aangename temperatuur, ze besparen ook energie. De aanvoertemperatuur kan immers lager, en ze gebruiken enkel de warmte op de momenten dathet nodig is.”

“Ook het risico op mogelijke oververhitting van de woning is verleden tijd. Nochtans een probleem dat zich de laatste tijd steeds vaker stelt in woningen met traditionele vloerverwarming die een goede isolatie combineren met het gebruik van grote glaspartijen.”

Sinds decennia is Ardex een reus in bouwchemie. Maar tot voor kort had de firma geen goed antwoord klaar als het ging om drainage en ontkoppeling. Daarom nam het in 2014 een specialist in de materie over: het Duitse Gutjahr. Dat daarmee nu ook zijn eerste stappen zet in de Belgische markt.

Die introductie in België kwam er sneller dan ze bij Gutjahr/Ardex eigenlijk hadden voorzien, zo legt nationaal accountmanager Eric Pattenier uit. “In 2017 begonnen we met onze binnensystemen IndorTec®: Flexdrain gootsystemen en Therm vloerverwarmingssystemen. Met de buitensystemen wilden we eigenlijk wachten tot we genoeg mankracht hadden. Maar aangezien de vraag er was, zijn we er per 1 januari 2018 toch maar mee begonnen, ook in België.”

Alles zwevend

Het is dan ook meer specifiek in het buitentegelwerk (terrassen, buitentrappen, dakterrassen en gevels) dat Gutjahr excelleert. “We zijn daarin zéér gespecialiseerd met 25 tot 30 verschillende opbouwen, afhankelijk van de opbouwhoogte, de ondergrond of het type natuursteen of keramisch materiaal. Belangrijk is ook dat we alle systemen zwevend aanbrengen, dus niet verbonden met een eventuele betonvloer. Daarom kunnen we ook op EPDM of bitumen een opbouw genereren. Geen nood dus om, wat je heel erg vaak ziet, twee of drie matten te gebruiken. Wij kunnen in één keer de tegels erin kloppen of verlijmen. Naast “droge” tegeldragers hebben we er ook “natte”, speciaal voor natuursteen. Zo kunnen we niet alleen veel hoogte winnen en gewicht besparen, maar kunnen we het ongekalibreerde natuursteen mooi gelijkmatig op de drainage steldrager aanbrengen.

Gutjahr TerraMaxx PF: geen storende dilatatievoegen meer

Hét paradepaardje binnen de buitensystemen van Gutjahr is wel Gutjahr TerraMaxx PF. “Dankzij dit systeem kunnen we zonder dilatatievoegen halfsteens werken, en ook met smalle voegen vanaf 3mm. Dat is mogelijk dankzij een flexibele vulstof: een voeg die in een tube zit met het uiterlijk van een cementgebonden voeg en de flexibiliteit van een siliconen voeg. Zo wordt élke voeg een dilatatievoeg en kunnen we eender welk terras aanleggen: in S-vorm, L-Vorm… maar ook gewoon vierkant natuurlijk. En dit zonder dat er één dilatatie zichtbaar is. Alle tegels kunnen dezelfde voegbreedte behouden. Een systeem dat vooral ook heel goed gaat in combinatie met de 20mm keramische tegels die nu zo erg in trend zijn.”

Capillair passieve matten

“Al onze matten zijn ook capillair passief. Dat wil zeggen: al het vocht dat door de natuursteen, voegen of door een klein scheurtje heen loopt wordt over de mat afgevoerd richting afvoer (goot of hemelwater) maar kan door de zon niet meer capillair omhoog getransporteerd worden. En net dat is 9 op de 10 keer het probleem. Want vaak zeggen ze in de bouw ‘ik heb vorstschade’. Maar de meeste schade op terrassen ontstaat in maart-april, als de zon weer gaat schijnen. Er zit dan vocht van de winter-herfst onder de tegels en zo krijg je dampspanning. En dat is wat er gevaarlijk is. Want het zijn de thermische spanningen die dit met zich te weeg brengt, die de schade veroorzaken. Eén enkele liter vocht kan wel tot 1700 liter waterdamp omzetten, en die damp voert de schuifspanningen en de thermische spanningen tot een hoogtepunt. De Gutjahr-matten zijn zodanig hoog (minimaal acht millimeter) dat er wel zes, zeven millimeter water in de matten zou kunnen staan. En dat is gigantisch veel. Normaal gesproken gebeurt dat natuurlijk nooit.”

Barrièrevrij van buiten naar binnen

Gutjahr heeft zoals gezegd ook ontkoppelingsmatten voor binnen. “Eén ervan is ook zwevend, de Gutjahr IndorTec Flexbone 2E. Deze mat is echt een probleemoplosser wanneer er getegeld moet worden op vloeren die hechtingsonvriendelijk zijn zoals garagevloeren die verontreinigd zijn door olie, calciumsulfaat vloeren met een nog te hoog restvocht percentage of met een calcium huidje, gescheurde vloeren, houten vloeren of verschillende vloeren in éen ruimte. En dan hebben we een aantal verbonden systemen, zoals de Gutjahr Flexbone VA ontkoppelingsmat die meteen ook een afdichting is. En een derde: de Gutjahr IndorTec Therm E: ontkoppeling, afdichting en elektrische vloerverwarming in één.” De binnen systemen van Gutjahr sluiten ook perfect aan bij de oplossingen voor buiten. “Met onze systemen kunnen we ook, wat de trend is, binnen bij buiten betrekken. Daarvoor hebben we een gootsysteem waardoor we barrièrevrij kunnen werken. Dit is uniek omdat we het gootsysteem waterpas kunnen aanbrengen, dus niet op afschot. Optisch is dat natuurlijk heel fraai, want als je met een bakgoot gaat werken, die moet je altijd op afschot aanbrengen. Anders loopt het water niet weg. En ons systeem slaagt er ook in om véél water af te voeren. De gootsystemen zijn volledig open en zijn standaard voorzien van een vuilfilter.”

Welke klanten?

Wie zijn de klanten voor Gutjahr? “We leggen momenteel contacten met architecten en aannemingsbedrijven die een bepaald soort klanten hebben. Laten we zeggen veeleer de luxesector. Maar we werken ook vaak samen met bijvoorbeeld gemeenten.” Men moet niet denken dat de firma alleen maar grote projecten zou aanpakken, zo accentueert Eric Pattenier. “Kijk, Ardex is niet dé leverancier voor projecten van duizend huizen. Daar zijn we gewoon niet op ingericht. Terrassen, trappen, in combinatie met een zwembad: dat is wat we doen. Zo hebben we voorgevormde drainage traptreden; die je aanbrengt op de trap en voorziet van epoxy of cementmortel. Maar dat hoeven echt geen grote trappen te zijn. Ook kleinere trappen e.d. kunnen veel schade veroorzaken wanneer ze hersteld moeten worden en daarom zijn wij ook zeer geïnteresseerd in de “kleinere projecten”. Kwaliteit boven kwantiteit: daar zijn Ardex en Gutjahr sterk in en daar blijven we ook onze focus op leggen.

Belangrijk is vooral een goede opvolging van het project. Elk project noopt tot een specifiek advies. “Standaardadviezen werken niet met buitenterrassen. Je zou dat heel graag willen, omdat je dan heel snel kan reageren. Maar echt elk terras is anders. Daarom volgen we de zaken nauw op. We zorgen ervoor dat architect en aannemer de juiste informatie hebben, de correcte detailtekening, voor een perfecte uitvoering op de werf. Want het blijft uiteindelijk handwerk.

Gutjahr recruteert

Voor de verdere introductie van Gutjahr in België zoekt ARDEX nog naar een nationaal accountmanager, zegt sales manager Benelux Jan Ebert de Jong: “Zoals gesteld is het specialistenwerk en daarvoor zoeken wij iemand die ons bestaand ARDEX-team komt aanvullen. Dat is ook de reden dat wij wilden wachten met de introductie van de buitensystemen van Gutjahr. Eerst iemand erbij in het team als productspecialist Gutjahr en dan de markt op, maar de markt van buitensystemen heeft klaarblijkelijk een probleem, want ze kan niet wachten op onze Gutjahr systemen die samen met Ardex perfect in systeem werken!”

Foto’s: Ardex

Vochtproblemen met inloopdouches: ze raken de wereld maar niet uit. Zodanig dat sommigen zelfs een terugkeer zien van de douchebak. Begrijpelijk, maar niet nodig. Want de revolutionaire technologie van de I-DRAIN® afvoergoot garandeert de tegelzetter 100% waterdichting, plus een vlotte plaatsing én een perfect design.

I-DRAIN® is een merk van Group Nivelles uit Gingelom nabij Sint-Truiden, die we voorts kennen van de merken Assenti (maatwerk badkamermeubelen met natuurstenen en solid surface wastafels) en Dzignstone (solid surface doucheplaten en wandbekleding). In deze producten zit de I-DRAIN® flowtechnology ook verwerkt; het maakt het kleine en ingenieuze element dé centrale as van de hele groep.

I-DRAIN®

Maar wat maakt I-DRAIN® nu anders dan de sifons van andere afvoergoten op de markt? Thibaut Nivelles, salesverantwoordelijke bij Group Nivelles (en zoon van stichter-zaakvoerder Bart Nivelles) legt het uit. “Group Nivelles heeft het volledige productiebeheer in eigen handen en is hierdoor niet afhankelijk van andere partijen.” Dat was niet altijd het geval: bij de start in 1994 was Group Nivelles een importeur van badkamermeubels.

“Maar al snel zagen we in dat dit niet de juiste manier van werken was. Je kan niet standaard een product in de markt plaatsen, op de manier zoals je zelf meent dat het wel goed is. Je moet altijd luisteren naar de vraag van de markt. En om daarop in te kunnen spelen was het noodzakelijk dat we alles in eigen beheer gingen doen. In plaats van te importeren, hebben we dan ook een eigen fabriek opgestart. Een paar jaar later, toen natuursteen heel hot was, hebben we een natuursteenverwerkend bedrijf overgenomen, en nog een tijdje later ook een solid surface fabriek. We willen alles in eigen beheer hebben: ontwikkeling, prototypes, marketing.”

Voortdurende R&D

Het meest geslaagde voorbeeld van die aanpak is I-DRAIN, wat intussen een verhaal is van reeds tien jaar voortdurende R&D en productverbetering. Het begon met de vaststelling dat de markt echt wel dringend nood had aan een afvoergoot voor inloopdouches die nu eens geen problemen veroorzaakte. “We hebben de bestaande systemen onderzocht en stelden op basis daarvan een lastenboek samen met een 22-tal pijnpunten. Vervolgens zijn we gaan samenzitten met ingenieurs, installateurs en eigen mensen, en hebben we zo een nieuw product ontwikkeld en in de markt gezet, waarmee we op dat moment onze tijd vér vooruit waren.”

Welke problemen werden opgelost? “Eerst en vooral: de inbouwhoogte van de traditionele sifons was vaak een pijnpunt bij het installeren van een drempelloze douche. Om dat op te lossen, zijn we totaal anders beginnen nadenken over hoe een sifon zijn job kan doen, namelijk geurafsluiting. Door het gebruik van een schroefdeel bereikten we de tot op heden laagste inbouwhoogte ter wereld, namelijk 54 mm. Hierdoor is er minder chape nodig voor het realiseren van een douche; zo lost I-DRAIN® een bouwtechnisch probleem op, en de sifon kan bij om het even welke wanddikte worden toegepast, wat hem ook geschikt maakt voor wastafels, douchebakken en afvoergoten.”

Waterdichtheid gegarandeerd

Vandaag, tien jaar later, zijn er diverse versies, formaten en designs van I-DRAIN®. Solid Surfaces vergen bijvoorbeeld een andere aanpak dan betegelde douches. Voor die laatste is er een specifiek model, zo legt Thibaut Nivelles uit. “Voor tegelvloeren hebben we een I-DRAIN® met voorgelijmde waterdichtingsdoek. Dit is echt cruciaal voor deze types afwerking. Onze producten zijn dummie-proof. Door het installatiegemak van onze drain nemen we de kans op fouten tijdens de installatie weg. We bieden niet zomaar een product aan: we bieden een totaaloplossing; we garanderen waterdichtheid aan de sanitaire installateur of tegelaar. Zeker in de Benelux wordt nog fel onderschat wat het kan meebrengen om minderwaardige producten onder de vloer te steken.”

Deze verlijmingstechniek slaat ook aan in het buitenland. “Hij is intussen bekend tot in Scandinavië; waar we heel veel verlijmingen doen voor grote fabrieken. Scandinavië is het strengst als het gaat om waterdichting. Het is al een referentie als je producten in Scandinavië op de markt mogen komen, en dat je alle tests hebt doorstaan. Waterdichting is daar echt een hot item.

Ook elders wordt onze expertise gevraagd wanneer voldaan moet worden aan de strengste normen. We hebben niet alleen ons eigen merk: we doen ook veel private label douchegoten, voor meerdere grotere spelers op de Europese markt. Dan komen ze naar ons met heel specifieke vragen voor hun markt, en wij spelen dan veeleer de rol van consulent. We gaan dan ook zorgen dat we die producten kunnen aanbieden, maar in private label vorm.”

Vlotte installatie

Een gegarandeerde waterdichting, dat is als het gaat om afvoergoten wel het belangrijkste. Maar ook een mooie troef van de I-DRAIN® is het plaatsingsgemak. “De I-DRAIN® producten zijn geschikt voor tegels in alle formaten en het installatievoordeel van I-DRAIN® is dat het verval/afschot slechts in één richting aangelegd moet worden. De tegels kunnen eenvoudig en snel worden geplaatst. Het verstelbaar rooster is bovendien aanpasbaar aan de tegeldikte. Met behulp van een uniek levelingsysteem voor de hoogte van de tegels en de roosters, stemt de tegelaar de hoogte van het rooster af op de dikte van de tegel, binnen een variatie van 3 tot 30 mm. Het is ook niet nodig om bij de installatie al te weten hoe dik de tegel zal zijn: het rooster kan nadien nog afgesteld worden. Het tegelkader zorgt voor een accurate, veilige en designgevoelige afwerking. I-DRAIN® is tenslotte ook een product dat design-wise gewoon perfect is, wat natuurlijk belangrijk is voor de eindconsument. “

Focus op tegelmarkt

I-DRAIN® is intussen ook gelanceerd in Frankrijk, Engeland en Duitsland, met telkens eigen vestigingen. Wat brengt de nabije toekomst nog meer voor het merk? “We zullen in de komende maanden ook sterk inzetten op het design van de roosters: verwacht maar een hele reeks nieuwe ontwerpen.” Voorts zien ze bij Group Nivelles N.V. ook hoe de markt wijzigt, en dat tegelzetters meer en meer de verantwoordelijkheid op zich nemen om de afvoergoot te leveren en te plaatsen.

De Limburgse firma speelt daar dan ook graag op in. “We werken momenteel aan een totaalpakketje voor de tegelhandel. Dat komt er zeker dit jaar nog!”

Wordt vervolgd…

Foto’s: Group Nivelles

Na vier jaar afwezigheid duikt vloerder-tegelzetter weer op in de VDAB-lijst van knelpuntberoepen. Polycaro peilde naar oorzaken en mogelijke remedies. De ervaringen van tegelzetter James De Smet uit Maldegem zullen velen bekend voorkomen.

“Ik heb jaren getwijfeld om iemand te aanvaarden, vooral ook omdat ik bijna altijd werk met grootformaattegels. Ik rekende dan maar op collega’s om soms bij te springen. Uiteindelijk schreef ik toch een vacature uit, zonder dat er een geschikte kandidaat op afkwam. Tot een stagiair, met wie ik vlot samenwerkte, geïnteresseerd bleek in een vast contract. Dat ging anderhalf jaar best goed, tot hij plots elders begon als coördinator en na zijn uren als vloerder in bijberoep. Dit was in januari; ik heb werken moeten verplaatsen. Gemotiveerde mensen vinden, het is echt moeilijk. Ik heb momenteel geen zin om er nog eens twee jaar mee bezig te zijn. Want je stopt er heel wat tijd en energie in. Je moet op alles toekijken. De klant mag tenslotte niet zien wie die tegels heeft gelegd.”

Sinds 2018 is vloerder-tegelzetter opnieuw een knelpuntberoep

Regionale verschillen

“Sinds 2014 was het minder een probleem, maar in 2018 is vloerder-tegelzetter opnieuw een knelpuntberoep,” bevestigt Els Van Geel van de VDAB-studiedienst. De ‘spanningsindicator’ (de verhouding tussen het aantal werkzoekenden en het aantal beschikbare vacatures) laat voor vloerder-tegelzetter grote verschillen zien tussen de provincies:

  1. West-Vlaanderen spanningsindicator 4,65
  2. Limburg 7,33
  3. Oost-Vlaanderen 13,11
  4. Vlaams-Brabant: 13,57
  5. Antwerpen: 20,32

Bekeken op het niveau van de arrondissementen zijn de verschillen nog groter. In het arrondissement Antwerpen waren er theoretisch 57 werkzoekenden beschikbaar per openstaande vacature, in Tielt was dat slechts 1 werkzoekende per openstaande vacature. Het wil niet zeggen dat in Antwerpen tegelzetter geen knelpuntberoep is, verduidelijkt Els van Geel: “De spanningsindicator is slechts één element. Daarnaast houden we ook rekening met vervullingspercentage en doorlooptijd. Uit het absolute getal van de spanningsindicator kunnen moeilijk conclusies getrokken worden: vooral de evolutie geeft hier een beeld van de krapte. Zo blijkt er in alle provincies een evolutie naar een krappere arbeidsmarkt voor de vloerder-tegelzetter. Maar je kan wel zeggen dat voor vloerder-tegelzetter de arbeidsmarkt in West-Vlaanderen veel krapper is dan in Antwerpen.”

Waar we nood aan hebben, zijn specialist-tegelzetters

Twee redenen waarom het schoentje knelt

Waarom is volgens VDAB tegelzetter een knelpuntberoep? Els van Geel: “Daar onderscheiden we twee redenen voor, namelijk de kwalitatieve oorzaak en de arbeidsomstandigheden. Vloerder-tegelzetter is een fysiek zwaar beroep. Langdurige, moeilijke werkhoudingen, bijvoorbeeld geknield, zijn belastend voor de gezondheid. De trend naar XL- en XXL-tegelformaten verhoogt nog de lastigheidsgraad. Vloerders moeten ook goede notie hebben van andere bouwtechnieken en zin hebben voor esthetiek. De vraag naar polyvalentie (kandidaten die zowel tegels, laminaat als parket kunnen plaatsen) versterkt het kwalitatief knelpunt.”

1. Gebrek aan (bij-)scholing

Peter Goegebeur, de bezieler van BITA (Belgian Innovative Tile Academy) die kennis van moderne plaatsingstechnieken wil propageren, bevestigt. “De evolutie van de technieken gaat zeer snel, en waar we nood aan hebben, zijn specialist-tegelzetters. De evolutie naar grootformaattegels kan het vak dan misschien ‘bemoeilijken’, anderzijds opent het deuren om je hierin te specialiseren en kan je er bijgevolg dik je boterham mee verdienen. Er zijn te veel algemene aannemers die ook tegels zetten, maar die maken het vak soms kapot.” Als expert bij schadeclaims stelt Goegebeur vast dat het hen vaak ontbreekt aan pure basiskennis: “Geen verschil maken tussen groot en klein formaat, de ondergrond niet herkennen, geen dubbele verlijming gebruiken, niet kunnen omgaan met vloerverwarming of met waterdichting in natte cellen,… Het is allemaal het gevolg van te weinig (bij-)scholing.” Het doet de reputatie van het tegelzetten geen goed. En ook: dit soort tegelzetter is een vogel voor de kat bij schadeclaims.

2. Magere instroom

Tegelzetten is in diverse formules een optie in het beroepsonderwijs of het volwassenenonderwijs (Vrije Technische Instituten -VTI). In het deeltijds beroepsonderwijs is er een specifieke opleiding tot tegelzetter, en het is ook één van de aspecten van de richting Ruwbouw/Afwerking. De opleiding kan samengaan met ervaring op de werkvloer, ofwel via een stage ofwel via het systeem Leren en Werken. Via deze diverse systemen kunnen jongeren tot 25 kunnen werk en opleiding combineren. Op papier dus tal van mogelijkheden, maar het levert dus geen stroom op van gekwalificeerde tegelaars.

Blijkens de gegevens op onderwijskiezer.be zijn er in Vlaanderen 25 scholen die een opleiding tegelzetten aanbieden in DBSO. Voor Oost-Vlaanderen, bijvoorbeeld, betekent dat telkens één school in Gent, Oudenaarde, Aalst en Dendermonde. En als we kijken naar “ruwbouwafwerking”, dan zijn er in heel Vlaanderen maar vijf scholen die het ook daadwerkelijk aanbieden.

Sociale dumping maakt de sector onaantrekkelijk voor jongeren

”De instroom van tegelzetters is schrijnend”, aldus Peter Goegebeur. “Eigenlijk hebben we geen scholen meer waar je écht een specifieke opleiding tot tegelzetter hebt. En dat is een ernstig probleem. In het zevende jaar VTI zitten stukadoors en tegelzetters samen. Dit is een ramp voor de stiel. Tegelzetten is al een specialiteit op zich, en daarbinnen heb je nog mozaïek, grootformaat, natuursteen, vloerverwarming,…” James De Smet: “Hoe vaak heb ik het al niet gehoord vanwege stagiairs: ‘Dat hebben we op school niet geleerd.’ Tsja, de tijd staat niet stil en de techniek ook niet.”

Peter Römers, pedagogisch begeleider Bouw voor het Gemeenschapsonderwijs, wijst erop dat scholen wel leren werken met grotere formaten, maar het plaatsen van XXL tegels binnen een schoolse context is niet altijd evident. “Overigens, de opleiding is vormgegeven op basis van de beroepskwalificatie (geschreven door de sector) waarin we de leerling een goede sterke basis meegeven waarmee hij op de werkvloer aan de slag kan.”

Goegebeur is wel tevreden over de opleidingen via Leertijd geboden door Syntra: “We zien ook een lichte stijging van volwassenen die avondonderwijs komt volgen; zo’n één à twee avonden per week. Daar hebben we nu een aantal laatstejaars tussen 25 en 30. En daar zien we wél de mogelijkheid om een goede tegelzetter te vormen. In Wallonië heb je hetzelfde systeem, bij Espace Formation.”

knelpuntberoep tegelzetter

Schenk leerjongens vertrouwen

Goegebeur wijst ook bedrijven op hun verantwoordelijkheid: “Wat zien we vaak bij leercontracten? Die jonge kerels komen om iets te leren; in plaats ervan mogen ze met zakken zeulen of de werf opkuisen. Veel te zelden mogen ze effectief iets uitvoeren. Een leerjongen moet de stiel dan eigenlijk stelen met zijn ogen.”

Peter Römers herkent het probleem. “Binnen de afwerkingsberoepen is de afwerkingsgraad cruciaal waardoor bedrijven hier extra voorzichtig mee omgaan en dit niet zomaar aan leerlingen overlaten. Er moet een vertrouwensband groeien tussen de leerling en zijn mentor in het bedrijf. Vandaaruit kunnen stapsgewijs en onder begeleiding competenties aangeleerd worden aan de leerling.” Niet altijd makkelijk, aldus James De Smet. “Ik kan het me niet permitteren, zeker niet in de hogere prijsklasse waarin ik werk, om een werf te hebben die in het honderd loopt. Dan verlies ik meteen die architect. Ik geeft het toe: daardoor ben ik misschien té kieskeurig.”

Oplossingen: welke remedies zijn er?

Peter Goegebeur denkt aan méér specialisatie in scholen. “In Italië gaat het zo. Daar word je of mozaïst of ‘lastrificatore’, d.w.z. plaatser van grote formaten.” Maar gespecialiseerde academies van dit type is niet de richting die het Belgische onderwijs momenteel kiest. Daar trekt men de kaart van Duaal Leren (zie onder); een systeem waarbinnen doorgedreven specialisatie wel degelijk mogelijk is – maar bedrijven zullen daarin zélf een grote verantwoordelijkheid dragen.

Een andere oplossing is dat de sector het zélf doet, tenminste waar het bijscholingen betreft. En dat is al aan het gebeuren, zegt Peter Goegebeur. “Vorig jaar bereikten we met BITA, in samenwerking met bedrijven en importeurs, een kleine 700 professionelen. De bedoeling is niet om een typische demonstratie te geven, waarbij vooraan wordt getoond hoe het moet en iedereen die knikt. Als wij een workshop geven, halen we mensen uit publiek. Maar we beperken dat ook. Dat hebben we moeten leren. Vroeger, toen ik voorzitter was van Fecamo West-Vlaanderen, deden we seminaries met 120-140 man. Dat is te veel. 25-30 mensen, dat is genoeg. Dan kunnen ze participeren. Want pas als je de materialen voelt, leer je iets.”

Zwaar beroep

Komen we bij punt twee aangehaald door de VDAB: de lastige arbeidscondities. James De Smet kan er zich wel wat bij voorstellen. “In de bouw werken blijft corvee. Bij sommige stagiairs zie ik dat het niet alle dagen even goed lukt met zware tegels of ‘dallen’. De meeste mensen werken ook liever niet bij een zelfstandige: het zijn soms lange uren. Ik zie hoe ze liever bij een aannemer gaan werken. En vaak zie ik jongens die bouw gaan studeren, zonder de intentie er ooit in te werken. Nadien trekken ze naar een fabriek, waar ze in twee ploegen werken en méér verdienen dan door elke dag bij een aannemer met stenen te sleuren.”

Qua arbeidsomstandigheden is er wel veel verbeterd, de laatste jaren, zo beklemtoont Peter Goegebeur. “Vroeger was het écht serieus hard labeur. Een zak cement was vijftig kilo; nu is het 25, of je mag hem niet optillen. En qua veiligheid: met alle kwartsstof dat ik heb opgesnoven… ik zou er eigenlijk niet meer mogen zijn! Maar vandaag kan je echt niet meer zeggen dat het een ongezond beroep is. Je kan het jezelf makkelijker en veiliger maken. Gebruik de juiste gereedschappen. En gebruik dat stofmasker. Gelukkig is die gêne nu wat aan het verdwijnen. Vroeger zag je nooit PBM’s (persoonlijke beschermingsmiddelen); nu is dat toch wel courant.

Veel hangt af van het persoonlijk engagement van de tegelzetter

Sociale dumping

Zoals bij andere bouwberoepen is er in tegelzetten een grote instroom van buitenlandse (Oost-Europese) “gedetacheerde” werkkrachten. Nog los van het probleem van de concurrentievervalsing is het ook inhoudelijk geen oplossing, zegt Peter Goegebeur: “Niets tegen buitenlanders, natuurlijk, het zijn goede werkers die hier hun gading komen zoeken in de bouw, en dat is alleen maar positief. Maar ze scholen zich niet bij, specialiseren zich niet en werken niet volgens Belgische normen. Ze doen stukadoorswerk, dakwerk, schilderwerk… en ook tegels. Dat zit verkeerd.”

Leerjongens die komen om iets te leren mogen met zakken zeulen of de werf opkuisen

De sociale dumping maakt de sector van het tegelzetten ook onaantrekkelijk voor jongeren; de Bouwunie schat dat er in de periode 2012-1017 méér dan 18.000 bouwarbeidersjobs op deze wijze verloren gingen, terwijl het aantal gedetacheerde werknemers in dezelfde periode bijna verdubbelde tot 48.000. De Bouwunie is dan ook tevreden met de nieuwe Europese detacheringsrichtlijn (gestemd eind mei 2018), volgens welke gedetacheerde en lokale werknemers voor hetzelfde werk op dezelfde plaats ook identieke arbeids- en loonvoorwaarden krijgen.

Beroepstrots

Indien goed opgevolgd door het beleid, is dit een grote stap voorwaarts, in het herwaarderen van het beroep tegelzetter. Wat kan er nog gebeuren? Misschien eens duidelijk maken dat tegelzetter niet alleen een zwaar maar vooral ook een heel fijn beroep is. James De Smet: “Het is absoluut een mooi beroep, waarbij elke dag anders is. En dat zouden we wel eens wat meer mogen zeggen!”

Peter Goegebeur: “Met tegelzetten kan je ten eerste best een aardig centje verdienen, want als je je werk goed doet, heb je dus eigenlijk geen concurrenten. En dat geldt ook voor al de vernieuwingen in het beroep tegelzetten die volgens sommigen leidt dat het een knelpuntberoep wordt. Het is ook net door die innovaties zoals XXL tegels, dat men zich kan onderscheiden op de markt en als specialist naar voren treden. Daar kan je dik je boterham mee verdienen, maar je dient je uiteraard bij te scholen.

Nu, j­e hebt in essentie twee types tegelzetters. Er zijn er die vo­­oral ‘meters doen’ en op het einde van de dag blij zijn dat ze veel geld hebben verdiend. En dan zijn er die hun werk graag fijn uitvoeren en ‘s avonds met voldoening kijken naar hun snijwerk. Ik denk daarbij aan mijn vader zaliger en mezelf toen we vroeger mozaïek zetten. We zetten toen geregeld een stap achteruit, keken of er eentje scheef zat, maakten het met een breekmes los en plaatsen het terug recht. Het moest perfect zijn.”

Goegebeur ziet die beroepstrots ook terugkomen, en helpt daar ook een handje bij. “Met de federatie van tegelzetters Fecamo organiseren we om de twee jaar het Belgisch Kampioenschap Tegelzetten tijdens Stone & Tile, waarbij junioren en senioren een aparte competitie hebben. En met het internationale netwerk van BITA gaan we binnenkort ook jongeren uitwisselen, bijvoorbeeld met Italië; Frankrijk, Spanje. Zodat ze kunnen zeggen: ‘De baas is content, ik mag naar het buitenland.”

Ook Ton Borrenbergs ziet dat jongeren vatbaar zijn voor beroepstrots, onlangs nog in Zwitserland, op een workshop van de Europese tegelzetterfedeatie EUF naar een idee van EITA (European Innovative Tile Academy): “Ik heb daar door de werkplaats rondgelopen, waar zo’n 45-tal jonge tegelzettertjes hun werk deden. Nou, ik heb m’n ogen uitgekeken hoor. Wat die jongens daar aan het maken waren; hoe ze zich konden concentreren op hun werkstuk. En de discipline die ze hadden. Dat vond ik geweldig. Het zou in Nederland ook niet misstaan!” Of in België…

Persoonlijke inzet

Veel hangt af van het persoonlijk engagement van de tegelzetter, zo besluit Peter Goegebeur. “Een tegelzetter moet zich engageren, moet erin opgaan, moet zijn kennis en tijd delen. Hij moet eerlijk gezegd zijn vrije tijd eraan willen opofferen. Naar workshops gaan, lesgeven, adviseren, betrokken zijn bij de sectororganisaties. We moeten tonen dat de branche ons ter harte gaat. En als je dat doet, krijg je daar onmiddellijk veel voor terug. Je krijgt veel vrienden en veel interessante info. Je wordt de slimste in je veld. Natuurlijk ben je de hele tijd op pad en de echtgenotes klagen soms. Maar je kan niet alles hebben.” (lacht)


Kaderstuk: Een blik vanuit Nederland

Een gebrek aan geschoolde tegelzetters is geen typisch Belgisch probleem. Tegelexpert Ton Borrenbergs uit Nederweert (nabij Eindhoven) ziet het ook in zijn land. “De instroom is in Nederland nagenoeg aan het opdrogen. In 2016 zaten we 9% in de min. Vele regionale opleidingsscholen kiezen ervoor om geen kleine beroepen meer op te leiden, omdat ze vinden dat er niet genoeg kandidaten zijn.” Proactief zijn helpt: “Zelf zit ik op een bouwopleiding waar ik al tien jaar lang jongens ronsel. Ik heb ook goede contacten met tegelzetters. We hebben er nu 14 nieuwe. Maar krijg ik die jongens straks ook geplaatst? Da’s natuurlijk een stukje tegenstrijdig, maar de meeste tegelzetters in een straal van 20km zijn voorzien van jongeren. Ga ik echter verder, dan is de behoefte enorm, en daar zijn geen opleidingen. Er zijn zes ‘fanatieke’ opleiders in Nederland: in Heerhugowaard (Noord-Holland), in Nieuwegein, in Almelo, Horst (Limburg), in Den Bosch en ik zit in het zuiden, regio Helmond. Maar West, Noord-Oost, daar wordt niks meer aan gedaan.”

Nederland heeft twee systemen van leren en werken: BBL (Beroepsgeoriënteerd Begeleid Leren: vier dagen werken, één naar school, met salaris) en BOL (BeroepsOpleidende Leerweg: grotendeels op school, met stage en stagevergoeding). “Vroeger deden we meer BBL maar in de crisis van 2008-09 schakelde zowat iedereen om naar BOL. Bedrijven waren bereid jongeren op te leiden omdat de uurlonen lager waren. Nu zijn we weer de andere richting aan het omschakelen: bedrijven doen nu vaak het eerste jaar BOL en het tweede BBL. Je moet wel, anders trek je die jongeren niet aan.”

Nemen bedrijven daarbij hun pedagogische taak waar? “Er zijn veel uitstekende leermeesters. Maar ook krijg je vaak te horen: dikwijls is het meer assisteren: wat lijm aanzetten en zo. Zo sukkelen ze door die opleiding heen. En aan het einde krijgen ze dan te horen: eigenlijk hebben we geen werk voor je. De rol van de begeleider is heel belangrijk. Wees eerlijk met die jongeren, als je ziet dat het niet echt gaat, ga dan een gesprek aan. Creëer geen valse verwachtingen.”

Overigens is er in deze een recent opmerkelijk initiatief, dat misschien wel navolging verdient in België: “Door het enorme tekort aan tegelzetters ziet men nu de noodzaak van opleiden in, en daarom is brancheorganisatie Bovatin gestart met de campagne ‘Kies Tegelzetten’, om jongens op het VMBO (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs) alvast de keuzemodule tegelzetten te laten kiezen. En wie afstudeert met een tegelzettersdiploma, krijgt van Bovatin een baangarantie!”


Kaderstuk: Duaal leren: “Geef het een kans”

Een studie uitgevoerd door de Sociaal Economische Raad voor Vlaanderen (SERV) legde in 2015 aanzienlijke problemen bloot in het stelsel van stages en leercontracten. Meer dan de helft van de leerlingen haakte af zonder diploma. Het aantal jongeren in het Deeltijds Beroepssecundair Onderwijs nam toe (75%, t.a.v. 25% in Leertijd), maar de jongeren in DBSO hadden het moeilijk om een leerwerkplek te vinden. Zo’n 14% (1.300 à 1.400 arbeidsrijpe) arbeidsrijpe en -bereide jongeren vonden geen werkplek. Niet verwonderlijk dat de Vlaamse regering in 2015 koos om een nieuw stelsel te ontwikkelen: Duaal Leren. Een leerweg die zeker een kans moet krijgen, aldus Peter Römers.

“Het sterke aan duaal leren zal nu net zijn dat leerlingen het vak aanleren in een realistische werk/leeromgeving met al zijn typische kenmerken en probleemsituaties. De mentor kan hier direct op inspelen waardoor theorie en praktijk elkaar vinden en de leeruitkomst verhogen.  Bij duaal leren worden de competenties op de werkplek aangeleerd, ingeoefend en geëvalueerd; bij de andere vormen van werkplek-leren werden de vaardigheden op school aangeleerd en verder ingeoefend op de werkvloer.”

Bedrijven krijgen ook veel meer verantwoordelijkheid in het leerproces. “Elke erkende leeronderneming moet een ‘mentor’ hebben, die daarvoor een opleiding volgde. Deze begeleidt de leerling: toont hem de technieken, traint de attitudes, en bespreekt zijn vorderingen met de trajectbegeleider. Binnen duaal leren is een goede samenwerking tussen trajectbegeleider (school) en mentor (bedrijf) cruciaal.”

Volgend schooljaar loopt duaal leren in 187 scholen; daarbij ook een proefproject “Dekvloerlegger en tegelzetter duaal” als specialisatiejaar. Werkgeversorganisaties verwachten veel het nieuwe systeem en drukten teleurstelling uit over het afstel (in principe had het in september ’18 van start moeten gaan). “Onze werkgevers staan volop klaar met intussen al 14.500 erkende werkplekken”, aldus waarnemend UNIZO-gedelegeerd bestuurder Johan Bortier, eind 2017. Maar Peter Römers benadrukt nog eens het belang van de gedeelde verantwoordelijkheid: “Scholen zullen voldoende middelen moeten investeren voor het aanstellen van een trajectbegeleider en het organiseren van trajectbegeleiding, terwijl de bedrijven zich er bewust van moeten zijn dat ze een leerling gaan opleiden en dus ook leerkansen moeten creëren”.

Keramische terrastegels zijn heel erg in opmars. Steeds meer mensen kiezen voor keramische tegels in plaats van natuursteen tegels. En dat is ergens te begrijpen. De kwaliteit van keramische tegels voor buiten is de laatste jaren sterk verbeterd. Vele keramische tegels zijn volkeramisch en hebben een dikte van 2 cm.

Hoe plaats je best een terras in keramische tegels? Dat leggen we in dit artikel uit. We staan stil bij de belangrijkste aandachtspunten om een duurzame plaatsing te verzekeren. De ideale plaatsingsmethode van keramische tegels is dubbel verlijmen. Daarnaast worden ook vaak tegeldragers gebruikt. De plaatsing op tegeldragers bespreken we in een afzonderlijk artikel.

Algemene tip: raadpleeg voor je begint steeds de technische fiche van het specifieke product.

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met de firma Marshalls.

Stevige en waterdoorlatende ondergrond

Een goede ondergrond is essentieel om verzakkingen te voorkomen. Graaf daarom een koffer van minstens 40 cm uit. Hierin komt dan de onderfundering van steenslag of gebroken puin. Breng daarop een drainagelaag aan van 10 cm stabilisé (mengeling zand en cement) of drainagemortel (mengeling zand/grind, trascement en water). Om een goede drainage te verzekeren, moet het aandeel cement in de stabilisé beperkt blijven. De stabilisé is dan waterdoorlatend, zodat regenwater doorsijpelt via de steenslag in de bodem.

Een alternatieve plaatsingsmethode voor keramische tegels is plaatsing op een (gewapende) betonplaat met daarop een drainagemat.

Hellingspercentage van 1,5 tot 2%

Het is belangrijk dat het regenwater niet op je terras blijft liggen. Zorg daarom voor een hellingsgraad van 1,5% of 2% bij tegels met veel reliëf in het oppervlak, zoals de tegels van de reeks Slate.

Een ander voordeel van deze hellingshoek is dat niet alleen water, maar ook vuil wordt afgevoerd. Is de hellingsgraad te groot, dan spoelt enkel het water weg en blijft het vuil op de tegels achter.

Dilatatievoegen

De temperatuur van keramische tegels die in de zon liggen, bedraagt gemakkelijk 50°C. Doordat de tegels uitzetten, kunnen de voegen of de tegels barsten. Voorzie daarom de nodige uitzettingsvoegen of dilatatievoegen. Deze moeten door de volledige onderbouw (stabilisé) worden doorgetrokken. Afhankelijk van de kleur van de tegels, mogen de vlakken niet langer zijn dan 4 tot 6 lengtemeters. Maak ook uitzettingsvoegen bij aansluiting met de gevel, kolommen, zwembaden, enz. Vul de uitzettingsvoegen eerst onderaan met polyurethaanschuim en vervolgens met een voegkit.

Dubbele verlijming

Een goede hechting is van uitermate groot belang. Hiermee voorkom je opvriezende condens en loskomende tegels. Keramische tegels hebben volgens de Europese norm een waterabsorptie van minder dan 0,5%. In tegenstelling tot natuursteen tegels zuigen ze zich dus niet vast in de mortel. Het contactoppervlak moet voor terrastegels 100% bedragen.

Kies je lijm zorgvuldig uit. Ideaal is een flexlijm op basis van hars. Kies ook een lijmkam met de juiste vertanding. Breng de lijm op de tegels aan dwars op de richting van de lijm op de stabilisé. Bij een plaatsing in natte stabilisé kan je een hechtmiddel in de vorm van een poeder mengen in de stabilisé.

Tegels mengen

Wanneer je keramische tegels bestelt, zijn dit normaal gezien tegels uit eenzelfde kleurbad. Toch is het belangrijk om keramische tegels, net als natuursteen, goed te mengen. Ze imiteren immers het uitzicht van natuursteen, hout of beton. Meestal bevat een verpakking daarom tegels met verschillende tekeningen. Meng de tegels goed zodat je niet dezelfde tekeningen naast elkaar legt. Leg tegels met dezelfde tekening ook in verschillende richtingen.

Voegen

Keramische tegels bewegen bij temperatuurverschillen en wateropname. Daarom raden we een minimale voegbreedte van 5 mm aan. Als voegmiddel voor keramische tegels gebruik je een voegmortel op basis van cement of een flexibel voegmiddel zoals Weatherpoint. Volg steeds de instructies van de leverancier van het gebruikte voegmiddel. Let op dat je de cementsluier niet verwijdert voordat de voegen volledig zijn uitgehard. Zo niet, verwijder je de cement uit de voegen en verspreid je deze opnieuw over de tegels. Wacht daarom minstens vier weken om de cementsluier te verwijderen.


Vragen of opmerkingen?

Heb je vragen of wil je reageren op dit artikel? Dan kan via info@polycaro.be