Innovatie in service en producten: misschien niet meteen je eerste associatie met de sector van de chape? Zeer ten onrechte, zo bewijst Nivolo uit Zulte, een ambitieuze nieuwkomer in de top van de Belgische chape en vloerisolatie.

Een aantal zaken die al een tijdje de regel zijn in de bouwsector in het algemeen, waren pakweg vier jaar geleden nog de uitzondering specifiek in de sector van de chape en vloerisolatie, zegt mede-zaakvoerder Jonas Vanthuyne.

“Dan hebben we het over digitalisering, steeds snellere oplevertermijnen, flexibele planning (Lean planning, Bim-model…) waardoor aannemers elkaar korter opvolgen. Er wordt van de sector vandaag echt verwacht dat hij innovatief uit de hoek komt. Bijvoorbeeld: vroeger bepaalde de architect de opbouw, nu moet rekening gehouden worden met zovele zaken. De EPB-verslaggever, het akoestisch bureau, het inschatten van risico’s (bijvoorbeeld brandveiligheid met de branddoorgiftefactor)…”

Planning

Hoe reageert Nivolo op die steeds strenger wordende eisen? “De drie pijlers waar wij voortdurend op hameren,” vervolgt Benjamin Talpe, de andere helft van het duo aan de top van Nivolo, “zijn planning, opvolging en kwaliteit.” Laten we overlopen. Ten eerste planning. Een goede voorbereiding is immers het halve werk.

“We bezoeken elke werf op voorhand,” zegt Jonas Vanthuyne. “Of het nu gaat om een megaproject of een veranda van 20m2, dat maakt geen verschil. We hebben continu vier projectleiders op de baan, om overal bezoeken af te leggen. Waar is er parkeerplaats, is er (stromend) water, zijn er speciale zaken om op te letten? Aan alles wordt gedacht, en zo komen onze chappers quasi geen onverwachte hindernissen tegen. Ze moeten niet nog eens de architect bellen: wat kan, wat kan niet? Zodra de ploeg komt is het eigenlijk gewoon de slang uitrollen en pompen maar. Zo kan de ploeg zich concentreren op de kwaliteit, op het werk zelf zonder te worden afgeleid. Alles is immers voorzien.”

Nivolo

Opvolging

Ten tweede: opvolging. “Als je belt komt je terecht bij onze commerciële binnendienst en helpen we je snel verder. Een offerte kan je indien mogelijk de dag zelf of alleszins binnen de drie dagen verwachten. Daaraan koppelen we afspraken en werfbezoeken aan vast en die kunnen binnen de vijf werkdagen, of afhankelijk van het stadium waarin de werf zich bevindt, een week voor uitvoering van de werken. Een klacht? Ook hier krijg je snel een reactie op met daarin onze volgende stappen. En we streven ernaar er binnen de 72 uur met een oplossing te zijn. Werven moeten vooruitgaan!”

Vloerders

In het hele proces is de vloerder een cruciale schakel, zegt Benjamin Talpe.

“Of hij nu onze klant is of niet, hij moet er wel op voort werken. We overleggen alles op voorhand ofwel met hemzelf ofwel met de bouwheer of architect in functie van de vloerder. Om welk type vloer gaat het? Waar komen de voegen? Want als wij de voeg hier plannen, en hij elders, dan moet hij gaan dichten en opnieuw slijpen. Daar wordt hij ook niet gelukkig van, want het belet hem de kwaliteit af te leveren die de klant van hem verwacht. Al dat soort van zaken vermijden is voor ons een groot aandachtspunt. De vloerder kan altijd op ons rekenen, vooraf én achteraf. En ook: voor een vloerder kan een chape nooit vlak genoeg zijn; welnu, wij streven alvast naar het aller-vlakste in de markt!”

Innovatie & kwaliteit

Ook inzake materiaal kent de sector heel wat vernieuwing: “Met name op vlak van thermische en akoestische isolatie, waar wij met Nivolo mee op zoek gaan naar de beste oplossingen. Daarom hebben we ook veel keuze in het aanbod,” aldus Benjamin Talpe.

“Traditionele chape, vele toeslagstoffen en additieven, een breed assortiment vloerisolatie zoals gespoten PUR, PUR-platen en EPS-platen, EPS-isolatiemortel en schuimbeton als uitvullaag of als hellingsbeton voor platte daken.” De firma beperkt zich dus lang niet tot chape, maar ook dat is een hoogwaardig product, benadrukt Vanthuyne. “En noem chape vooral niet stabilisé want dat is een hemelsbreed verschil! Wij kiezen voor topcement. Die is natuurlijk duurder, maar onze druksterkte zit in de buurt van cementen met additieven – en dit zonder additieven”.

Nivolo

Ook zandkwaliteit is belangrijk. “We werken daarom met Rijnzand met een minimale korrelverdeling van 0/5 tot 0/7, dit afhankelijk van de locatie van de leverancier en de werf,” zegt Benjamin Talpe. “Op zand en cement kan je altijd besparen. Maar dat is kortetermijndenken, dat leidt tot verzanding en barsten, kortom een mindere kwaliteit”

Geen prijsbreker, een rendabiliteitsspeler

Met deze allround-aanpak zorgden de twee zaakvoerders voor constante groei sinds Talpe in 2015 het bedrijf overnam, toen het nog Bracke Bouw heette. Vanthuyne stapte er een jaar later in, en de naamsverandering naar Nivolo kwam er begin 2020. Het ging in die jaren van vijf vrachtwagens naar een twintigtal, van vier mensen op kantoor naar 16 en een navenante groei in de ploegen.

“70% van onze opdrachten komt van terugkerende klanten,” aldus Vanthuyne. “Dan hebben we het over grote projecten, sociale woningen die aan strenge eisen moeten voldoen, sleutel op de deur, of particulieren die, op aangeven van hun architect, voor ons kiezen.”

Hoe gaat dat? “Stel er zijn drie offertes, en wij zijn niet altijd de goedkoopste. Maar de architecten die met ons samenwerken weten dat niet enkel de prijs van belang is. Ze zijn onze manier van werken gewend en weten dat met ons werken de rendabelste keuze is. Wij stellen ons op als partner voor de architect of de projectleider, wij trekken met hem aan dezelfde kar en adviseren hem op alle mogelijke vlakken. Zo ontstaat er een professionele vertrouwensrelatie. Met andere woorden: we zijn een rendabiliteitsspeler, geen prijsbreker.”


Digitale tracering van alle gebruik

Een concreet voorbeeld van hoe Nivolo het chappen binnenbrengt in het tijdvak van de 4.0 economie, is de tracing-app. “Onze planning kan heel erg ver gaan,” zegt Vanthuyne terwijl hij zijn smartphone bovenhaalt. “Kijk: per vrachtwagen en per mengeling op de werf weten we exact hoeveel zand en cement erin zit. Zo zien we dat deze chapper is beginnen pompen die dag om 6u33, de pot eerste mengeling is 0,139 kuub en de zand-cement verhouding is correct. Met de GPS-locatie erbij. Zo is er nooit discussie over verbruik. We delen de verpompte kub door de vierkante meter en je hebt de gemiddelde dikte. Is de offerte hoger gemaakt, bv. voor acht centimeter en het is maar zeven: je betaalt maar zeven.”

Nivolo


Consolidatie in de sector

De chape-sector beleeft momenteel een schaalvergroting, zegt Talpe. “Mensen denken nog steeds dat de chapper een lokale aannemer is maar wij werken in heel Vlaanderen, van Antwerpen tot De Panne. Er zijn slechts enkele chape-bedrijven in Vlaanderen zoals wij, met een grotere capaciteit dan wat lokaal nodig is.” Zeggen hoeveel van de markt deze grote chapebedrijven in handen hebben, is moeilijk. “Als je rekent in vierkante meter, dan denk ik dat deze bedrijven zo’n 75% ervan voor hun rekening nemen. Lokale chappers ondervinden vandaag dezelfde problemen als in de andere sectoren waar er vertrouwd wordt op stielmannen om fijn werk af te leveren. Dat wil zeggen: geen opvolging binnen de familie, en ook geen jonge kandidaat-overnemers. Velen zetten dan ook hun activiteit voortijdig stop. Dit is nu eenmaal de realiteit en één van de factoren van de schaalvergroting in onze sector.”


Tekst: Kristof Dams – Foto’s: NIVOLO

Arianna Toncelli, Corporate Strategy Director, is zeer duidelijk: het nieuwe logo van Breton is meer dan relooking. Het staat voor een revolutie. Breton bouwt niet langer zomaar machines: de machines zélf bouwen aan de toekomst van natuursteenverwerking.

Post-Covid Relance

Breton had 2020 helemaal gepland. Het bedrijf zou rustig wereldwijd zijn nieuwe logo & corporate branding uitrollen. Daarbij niet ingepland: de coronacrisis. Die de regio Veneto bepaald niet spaarde. CEO Luca Toncelli tijdens de eerste golf: “Sharpen your knife, om Stephen Covey te citeren, and get ready for the future. Zodat je voorbereid bent eens dit alles voorbij is. (…) Per aspera ad astra.” Dat laatste is Latijn voor “door een (bittere) strijd naar de sterren”. Breton besliste om te investeren: een extra 25 miljoen euro, met garantie van de Italiaanse overheid (Garanzia Italia). En dat was ook goed nieuws voor Breton-klanten, zei Toncelli: “We blijven investeren, zodat ook onze klanten een competitief voordeel kunnen houden. Dat is vooral belangrijk in deze periode, wanneer bedrijven een moment van bezinning beleven. Wij steunen hun heropstart, door een antwoord te bieden op hun specifieke, immer groeiende noden.”

PaaS

Wat betekent dit concreet? Een vraag voor Intelligence Manager Federico Milan: “Tussen de diverse oplossingen van Breton vind je computersystemen om de productiviteit van verwerkingsbedrijven te verhogen, om voorspellende data te krijgen over hun levensduur, om processen te plannen en bij problemen oorzaak-gevolg verbanden te identificeren. Daarbij zijn we niet bang van innovatieve concepten zoals machine learning. We vervolledigen dit aanbod door een breed scala aan diensten zoals de online aankoop van reserveonderdelen, een vlotte toegang tot alle machine-gerelateerde documentatie of tenslotte softwareoplossingen die een groot aantal bewerkingen mogelijk maken, van keukenontwerp tot kostprijsberekening.” (Meer info: zie kader.) Door deze Product-as-a-Service (PaaS) visie kon Breton doorheen de crisis ook vlot vanop afstand contact houden met zijn klanten.

Going digital

“Het nieuwe logo staat voor de keuze om onze corporate identity helemaal te bouwen rond baanbrekende technologie,” zegt Ariana Toncelli. “Het hele identiteitssysteem van Breton wordt vernieuwd. Met als doel: de groep te versterken, steeds meer synoniem te worden met mondiaal leiderschap, onderzoek en innovatie”. Innovatie is voor iedereen belangrijk, maar bij Breton is het speciaal belangrijk. Digitale innovatie is al de focus sinds een kwarteeuw. Midden de jaren 1990 slingerde het bedrijf zich in de toen opkomende markt van CNC-machines met digitale besturing. Met succes. Op korte tijd stootte de firma aan de Via Garibaldi in Castello di Godego door tot de wereldtop.

Digital Hub

Het bedrijf beet zich daarop helemaal vast in de digitale technologie. Productontwikkeling vandaag gebeurt in de ‘Digital Hub’, waar een team van ingenieurs, wiskundigen en datawetenschappers continu werkt aan het ontwerpen, ontwikkelen en verbeteren van softwareoplossingen. Industrie 4.0 dus, en dat betekent ook de creatie van nieuwe functies in het bedrijf, zoals die van Operation Manager. Luca Toncelli: “Binnen een steeds meer data-gedreven paradigma is de Operation Manager een steeds meer onmisbare figuur. Hij hanteert een mix van innovatieve en technologische instrumenten (zoals IoT, Big Data of Analytics) en gebruikt data-analysesoftware om de keuzes van het bedrijf te sturen en de processen te optimaliseren.” Of anders gezegd: Silicon Valley in Treviso.

Open Leadership

En Silicon Valley is ook de hele HR-filosofie van het bedrijf. Innovatie is voor Breton meer dan alleen maar een asset in de concurrentiestrijd. Het is een filosofie, een levensvisie, die breed gedragen wordt door leidinggevenden en werknemers. Het gaat hier niet om een Manhattan-project in de diepste geheimhouding. Het verloopt integendeel volledig open, in samenwerking met universiteiten en researchcentra. En om innovatie mogelijk te maken is ook het hele organigram van het bedrijf de laatste jaren doorheen gehutseld. De scherpe grens tussen diensten en hiërarchische niveaus moest daarbij sneuvelen. Inspiratie vond Breton in de ideeën aangaande “Open Leadership” van Paolo Bruttini (°1965), een Bolognese “psycho-socio-analist” en specialist ‘Team Theories and Techniques’.

Bij Breton worden opdrachten nu toevertrouwd aan fluïde teams van 10-15 personen die spontaan worden samengesteld voor individuele situaties binnen een project. Teams die werken zonder senior managers – een model dat Bruttini “sociocratie” noemt. Breton ondertekende ook Bruttini’s Open Leadership Manifesto. Dat als volgt begint: “Een leider kan niet langer controleren. De medewerkers controleren, de klanten controleren. De leider creëert de condities die anderen kunnen controleren.” Voorts luidt het nog: niet bezig zijn met baas te zijn en “leiden is dienen”.

Dit is, zeer in het kort, de corporate identity die Breton met zijn nieuwe logo wil overbrengen. Innovatie is de mantra van vele bedrijven. Maar Breton, zoveel is duidelijk, voegt de daad bij het woord.


De DIGI-HUB van BRETON

  • Sentinel: Bewaakt de prestaties en geeft real-time voorspellingen over de CNC-machines.
  • SkyNet: Verzamelt gegevens van de diverse machines van de verwerkingslijn, geeft info over het proces en past automatisch de parameters aan.
  • Smart Business Intelligence: Real-time analyse van de status en data van de hele fabriek via een aanpasbaar dashboard. Vindt snel oorzaak-gevolg relaties en stuurt mogelijke proces- of productafwijkingen bij.
  • Smart Doc-service: Alle machine-, lijn- of installatiehandleidingen altijd bij de hand, altijd up to date.
  • Spare Parts: Rechtstreeks online reserveonderdelen of materialen kopen.
  • XPressTop Platform: MES-software (Manufacturing Execution System) voor verschillende bewerkingen van keukenontwerp tot kostprijsberekening.

BRETON: omzetgroei van 35% in 3 jaar

Breton heeft de wind in de zeilen. Het begon in 1963 toen Marcello Toncelli, een Toscaanse spoorwegarbeider, zich vestigde in de Veneto om er natuursteenverwerkende machines te bouwen. Vandaag is de firma voor 80 tot 85% gericht op export. Dit in heel Europa, maar ook Brazilië, India, de Verenigde Staten, Canada, Turkije en China. Er zijn de machines alsook de eigen composieten, vooral het bekende BretonStone. Zo vind je vandaag tussen de klanten niet alleen natuursteenverwerkende bedrijven, maar ook Jaguar, Renault of Boeing. En er zit geen sleet op. In de laatste drie jaar steeg de jaaromzet met 35% tot 280 miljoen euro. In dezelfde periode wierf het bedrijf 300 extra werknemers aan tot een totaal van duizend.


Tekst: Kristof Dams – Foto’s: Breton

Spontaan: dat is hoe BITA werd geboren en bloeide. Want goeie knowhow over technische innovaties, die hoef je niet te verkopen, dat verkoopt zichzelf. Voorzitter Bert Uittenhove blikt terug én vooruit.

Per (on-)geluk

BITA, Belgian Innovative Tile Academy, ontstond eerder per toeval in 2016. Uittenhove: “Mijn goeie vriend Peter Goegebeur, een ouwe rot in het vak met enorme technische bagage, moest in mijn buurt een opleiding geven. Alleen had iemand zijn kat gestuurd en zo zat hij zonder materiaal. Dus belde hij mij om in te springen. Dat ging heel vlot en we werden nog gevraagd. Zo waren we vertrokken.” In het eerste jaar werkte de tandem nog puur op verplaatsing, vooral via de partners die ze snel vonden. “We hebben nooit moeten bedelen. Vandaag hebben we 21 partnerbedrijven”, zegt Bert Uittenhove. Een vzw-structuur kreeg vorm en na een jaar startte de bouw van een eigen opleidingscentrum in Zedelgem: het BITAtelier.

Opleidingen in de lift

De opleidingen (zie kader) zitten in de lift: “In 2017 hadden we 51 cursisten, in 2019 waren dat er reeds 1507! We zijn nu een erkend opleidingscentrum dat werkt via de KMO-portefeuille (voordeliger voor de deelnemers!) en dat getuigschriften kan uitreiken. Confederatie Bouw en Tecno Bouw vragen ons om opleidingen te verzorgen. We staan eigenlijk veel verder dan ooit de bedoeling was!” Daarnaast is er de BITA Technofoon. “Momenteel krijgen we zo’n dertig oproepen per maand vanop de werf en vanuit verscheidene tegelhandels. In de meeste gevallen kunnen we de problemen telefonisch oplossen.”

Netwerk

Technische knowhow staat centraal bij BITA, maar eerder onbedoeld en spontaan (een rode draad in het verhaal) is de organisatie ook beginnen functioneren als netwerk. “We zien dat meer en meer. Leden bellen elkaar op, doen samen werven. Mensen bijeenbrengen: daar zijn we best fier op!” Ook fabrieksbezoeken helpen daarbij. “Niet alleen is het interessant te zien hoe iets wordt gemaakt; zo komen leden ook in contact met de fabrikant.” Het BITA-netwerk, dat zijn ook de Facebook-groepen, met 1000 leden in Vlaanderen en 2000 in Wallonië. BITA wil daarbij wel gefocust blijven op de core business: “Wij willen geen 5000 leden of zo. De belangen verdedigen van tegelzetters op juridisch vlak e.d., laten we over aan anderen. Wij focussen op kennis van innovatieve producten.”

Europa

BITA is ook internationaal actief. Dit ontwikkelde zich, u raadt het, heel spontaan… “Als innovatie je ding is, kom je al eens makkelijk in het buitenland terecht voor kennis ter zake, met name bij Italiaanse en Spaanse fabrikanten. Zo kom je ook in contact met mensen en organisaties die je passie delen.” Van het één kwam het ander en zo zag in 2018 EITA het licht. De European Innovative Tile Academy kent zes leden (naast België zijn dat Italië, Nederland, Duitsland, Spanje en Tsjechië) en “dat begint aardig te lukken”, dixit Uittenhove.

What’s next?

Welke toekomst voor BITA? “Moeilijk om daarop een zicht te krijgen,” mijmert Uittenhove. “Met Corona heeft alles stilgelegen. We deden wel eens een online-cursus, maar dat is verre van ideaal. Je moet materialen kunnen vastpakken, uitproberen. Pas in augustus deden we opnieuw een ‘echte’ cursus, maar beperkt tot tien deelnemers.” En als Corona eenmaal onder controle is? “Vraag is of voor de bouw de klap, die tot dusver uitbleef, alsnog valt. En wat het effect op opleidingen zou zijn.” Ambitie is er zeker: BITA zoekt uitbreiding in Wallonië (Franstalige lesgevers zijn al aangesteld) en wil ook jongeren enthousiasmeren voor het boeiende knelpuntberoep van tegelzetter. “Daartoe gaan we werken met jongerenorganisaties en scholen in heel België. Om overal te gaan zeggen wat voor technisch veeleisend en vooral mooi beroep tegelzetter wel is.”

2021 kan mooi worden, of niet. Het is voor iedereen afwachten. Aan de motivatie van de BITA-bestuursleden, die dit alles doen naast hun dag-job, zal het alvast niet liggen. Bert Uittenhove besluit: “De voorbije jaren zijn bijna al mijn zondagen hieraan opgegaan. Maar goed, als je hiermee bezig bent, kan je intussen niks verkeerds uitspoken!”


BITA-opleidingen: handen uit de mouwen

“Een BITA-opleiding begint met een goed half uur theorie, bijvoorbeeld over normering. Maar dan is het recht naar de praktijk. En dat is geen pure demonstratie: deelnemers steken zélf de handen uit de mouwen. Het is ook geen eenrichtingsverkeer: zelf leren we nog altijd bij.”

De leerstof? De meest prangende technische uitdagingen van onze tijd. U kent ze:

  • Grote natuursteen versus keramisch XXL: welk verschil?
  • Mozaïek in natte cellen
  • Dun grootformaat op vloerverwarming
  • Tegelschade: hoe voorkomen?
  • Beter leren meten
  • En veel meer…

Meer info? www.bitacademy.be


Tekst: Kristof Dams – Foto’s: BITA

Tegelzetten is in 2020 voor de derde keer op rij een knelpuntberoep. Maar voor deze twaalf supergemotiveerde aspirant-zelfstandige tegelzetters is het veel meer dan dat: een oud verlangen dat ze eindelijk durven volgen. “Ik zeg hen: investeer in kwaliteit, en hop, je bent vertrokken!”

Wie is het dozijn cursisten dat aan de Vaartdijk in Mechelen sinds november 2019 in de leer is bij tegelzetter Patrick Van Ael? Willen mensen tegels zetten, gewoon omdat er vraag naar is? “Het zit dikwijls dieper dan dat”, zegt Steven Paredis, Coördinator Technische Opleidingen bij Crescendo CVO. “Je weet hoe het vaak gaat: een jongere moet zo lang mogelijk naar school, een zo hoog mogelijk diploma behalen. Want ‘gestudeerd’ hebben, staat vaak nog hoger aangeschreven. Met als uiteindelijk resultaat dat die persoon vaak een beroep uitoefent waarvan hij ongelukkig wordt. Al die tijd wilden ze eigenlijk iets doen met hun handen.

Onze voelsprieten bleken juist, want de cursus was meteen volzet.

Zo hebben we in de opleiding tegelzetten momenteel enkele cursisten met een hoger diploma, zoals informatica of leerkracht. Of nog een scenario: een jongere moet afhaken in het ASO en op veertien jaar een beroep kiezen. De keuze moet zeer jong gemaakt worden. En dan zitten ze vast in een bepaalde richting. We krijgen daar echt vaak mee te maken. Deze mensen willen bewust iets leren om er écht hun beroep van te maken.”

Topvaklui voor de klas

“Hier werken dan ook alleen maar gemotiveerde topvaklui als leerkracht, die er iets van willen maken”, vervolgt Steven Paredis. “En die de liefde voor het vak doorgeven. De cursisten komen naar de opleiding met hoge verwachtingen. Aan de inrichters van een opleiding om daaraan te voldoen. Dat begint al met de beschikbare werktuigen. Nog voor de inschrijvingen begonnen, hebben we ons atelier ingericht met kwaliteitsvolle professionele werktuigen. Dit in samenspraak met tegelzetter Patrick van Ael, die al twintig jaar ervaring heeft. Je kan ook iemand vanop een bureau uit een brochure de goedkoopste tools laten bestellen, maar dat zou unfair zijn ten aanzien van onze cursisten. Die willen leren, willen werken, en dat kan alleen met echt professioneel materiaal.”

Een redelijk forse investering, nog voor er inschrijvingen zijn… Is dat geen risico? “Dat is altijd zo. Maar onze voelsprieten bleken juist, want de cursus was meteen volzet. We kiezen er voor de klas te beperken tot twaalf cursisten. Want je hebt echt die individuele begeleiding nodig.”

De hele familie komt controleren

De motivatie is er, maar met enthousiasme alleen kom je er niet in de markt van vandaag, zo beseft men bij CVO Crescendo zeer goed. De hedendaagse tegelzetter heeft af te rekenen met een kritisch publiek. “De voegen mogen maar twee millimeter zijn, maar alles moet wel perfect vlak liggen. Er is geen marge meer voor kleine foutjes. Soms komt zefls de hele familie controleren!” Patrick kent het allemaal. “Tsja, mensen zijn gewoon veel slimmer vandaag. Het minste probleem en hop, ze zitten te tikken op een forum. Mr. Google weet alles… Het moet dus allemaal gewoon juist zijn. Ik wil de cursisten dan ook duidelijk maken: tegelzetten is een mentaliteit! Je moet streven naar 100% perfectie. Als je van meet af aan zegt: ‘98% is wel oké’, dan loopt het gegarandeerd fout. En mooi werk geeft niet alleen een heel mooi resultaat, maar ook grote voldoening en veel tevreden klanten.”

Ambacht

Patrik van Ael: “We leven in een tijd van gratis info overal, en dat geldt ook voor de vakman. Iedereen maakt Youtube-filmpjes. Voor een beginnende tegelzetter kan dat erg verwarrend zijn. De ene zegt een ontkoppelingsmat te gebruiken van 1200 euro terwijl iemand anders een filmpje lanceert om te zeggen dat het niet nodig is. Als opstarter sta je al financieel onder druk. Dus wat kies je dan? Maar als de tegels op een vloerverwarming los komen, dan kan dat wel eens zware gevolgen hebben. Je moet je dus wel dieper ingraven in de materie.”

Tegelzetten is een delicaat werk. Je moet een bepaalde fijngevoeligheid aanleren

Een gedegen opleiding met een persoonlijke band tussen meester en leerling is vandaag, zelfs met Google en Youtube, eigenlijk nog even belangrijk als bij de middeleeuwse ambachten. En echt vakmanschap is nu net de filosofie van Crescendo CVO, dat ook nog veel andere opleidingen aanbiedt; daarbij ook ambachten zoals steenkappen of houtsnijwerk.

De allround cursus tegelzetten bereidt de cursist voor op de markt van vandaag in al zijn aspecten. “Het begint met theorie,” vervolgt Patrick Van Ael. “Dan hebben we het over het wettelijk kader, over materiaalkennis, over kennis van de ondergronden. De praktijk begint simpel: het aanmaken van de lijm, het voelen van de materialen… Zo gaat dat verder naar complexere zaken, zoals Schlüter-systemen of trappen betegelen.” Overhaasten is uit den boze. “Tegelzetten is een delicaat werk,” zegt Van Ael. “Iedereen wil graag meteen aan de slag, bijvoorbeeld als diender. Maar dat is een wat ongelukkige term. Als beginneling moet je een heel proces doormaken. Je moet een bepaalde fijngevoeligheid aanleren.”

Werkplek-leren in de school

Crescendo CVO biedt kansen om te leren tegelen “in het echt”, en dus niet alleen in kunstmatige didactische douchecabines. “Hier is kans genoeg voor renovatie. Dit jaar zullen de cursisten een volledige hal aanpakken. Dat is heus niet om goedkoop te renoveren! Naast het eindresultaat is de cursisten prikkelen heel belangrijk. We zitten in een oud gebouw, en dat biedt nog didactische voordelen. Laatst hadden we een klas waar alle tegels opbraken op één lijn. Dat is natuurlijk pedagogisch interessant! Wat gebeurt er als er bepaalde spanningen in de ondergrond zijn? Het is werkplekleren – maar dan ín het centrum.”

Partnerships

Steven Paredis waakt er ook over om de opleiding te verankeren in het bredere professionele veld. Hij onderhoudt contacten met producenten en tegelfirma’s. Sommigen reageren heel positief en sponsoren met tools of tegels, anderen antwoorden dan weer niet op mails. “Maar we hebben een nauwe band met een aantal tegelhuizen. Het is belangrijk dat onze cursisten weten dat ze daar altijd terecht kunnen voor technische ondersteuning. We drukken hen dan ook op het hart om niet zomaar allerlei merken door elkaar te gaan gebruiken. De merken bieden duidelijke instructies voor hun eigen producten, en hoe die op elkaar inspelen. Ja, dat is merk-gebonden info, maar het geeft je een duidelijke leidraad.”

Wees niet bang

Het is een complexe en niet altijd zachtzinnige wereld waarin de Mechelse leerling-tegelzetters zich binnen anderhalf jaar zullen moeten zien waar te maken. Maar als Patrick van Ael hen één ding op het hart wil drukken, dan is het wel: wees niet bang. Zie het als een kans. “Als je echt iets wil bereiken, zorg dan eerst en vooral voor een goede opleiding. En vervolgens moet je niet de snelste of goedkoopste willen zijn. Nee, je investeert in kwaliteit en hop, je bent vertrokken!”

Het is na drie maanden misschien te vroeg om al te evalueren. Toch de vraag: wil het tot dusver lukken? Patrick Van Ael knikt. “Goed begonnen is half gewonnen, zeggen ze in de bouw. De cursisten hebben in die korte periode al een enorme evolutie doorgemaakt. En dat is een plezier om te zien! Voor mij is het een succes.”


Patrick van Ael: lesgeven, een verrijking

Na een dag tegelzetten nog een avond lesgeven: het is niet evident. Maar voor Patrick van Ael is lesgeven vooral een manier om zijn beroep te beleven in een andere, ruimere context. En wat hij erin stopt, krijgt hij dubbel en dik terug.

“Het mooie hieraan, dat zijn de mensen. Het is mooi te kunnen delen. Ik krijg er energie van. Als je je vak al twintig jaar uitoefent, is het wel eens leuk om het in een nieuw jasje te steken.”

“Het is een erg diverse groep studenten. Zo hebben we een Syrische vluchteling, die in Syrië altijd getegeld heeft om zijn gezin te onderhouden. En toen hij dan hier kwam, op vlucht voor de oorlog, zeiden ze hem: ‘je kan het niet’. De normen liggen hier immers hoger. Dus schoolt hij zich bij. Als hij bezig is, dan fonkelen zijn ogen. Enorm vriendelijke man, en zijn verhaal is eigenlijk mooi en triest tegelijk. Lesgeven in deze context wordt zo een menselijke verrijking. Je hoort vaak klachten over ‘die vluchtelingen’ enzovoort. Maar die mensen zijn ook gewoon tegelzetters, of artsen, net zoals wij.”


Crescendo CVO: nog meer plannen met tegelzetters

“Crescendo CVO blijft groeien en telt vandaag zo’n 8.000 cursisten, verspreid over meer dan dertig lesplaatsen in de provincie Antwerpen, Vlaams Brabant en de Vlaamse Rand rond Brussel”, aldus Marianne Verwimp, Adjunct-Directeur voor Kwaliteitsontwikkeling en Communicatie.

“Wij breiden elk jaar nog uit met vooral diplomagerichte opleidingen en zetten in op specifieke doelgroepen. Het centrum overweegt om in de toekomst op flexibele wijze tegelzetters te vormen. Zodat mensen kunnen kiezen voor een kort of een langer traject, over veel of weinig avonden gespreid. Zo zou je, als je meer tijd te investeren hebt, al op zes maanden in plaats van twee jaar klaar kunnen zijn voor de arbeidsmarkt. Een optie die vooral ook interessant is voor uitkeringsgerechtigde werklozen. Maar ook jongeren in tweede-kans onderwijs kiezen graag de intensere cursussen van één jaar.”


Foto’s: CVO CRESCENDO

Innovatie is traditie bij Breton. Dit keer verwacht de Italiaanse marktleider in machine tools alles van de software applicatie Vein Matching: “Het ziet er naar uit dat in 2020 Vein Matching de snelst groeiende trend zal zijn.” Het volautomatisch matchen van de nerven en adering van acht natuursteenblokken tegelijk kan dan ook enorme tijdwinst opleveren. CEO Augusto Suppi legt uit.

Never ending story

“In gesprekken met onze Belgische klanten, maar ook met vele anderen uit verder afgelegen landen, zoals in het Midden-Oosten, merkten we dat tal van bedrijven die zich specialiseren in het verwerken van generfde materialen echt veel moeite hadden met het ‘vullen van de ruimte’ met doorlopende nerven. De overtreffende trap van voortreffelijkheid bereiken, zoals klanten dat verwachten, bleek alleen weggelegd voor de allerbeste ambachtslui. Klanten verwachten immers van te worden ondergedompeld in een ruimte waar de geaderde tekeningen echt een never ending story vertellen rondom de vormen gecreëerd door de architect.”

Vein Matching: de app

Breton wilde graag die voortreffelijkheid bereikbaar maken voor meer van zijn klanten, zo legt Augusto Suppi uit.

“Daarom ontwikkelden we software die het voor iedereen mogelijk maakt om acht slabs tegelijk te verwerken: Vein Matching. Onze klanten kunnen nu heel makkelijk een hele ruimte ontwerpen waarin de nerven en adering van alle gekozen materialen perfect matchen langs alle muren en hoeken. Dit project exporteren ze dan naar een 3D pdf-bestand en dat gaat naar de architect die het ontwierp. Na goedkeuring moeten ze alleen nog de slabs inladen in een Breton zaagmachine, de barcode inlezen en de cyclus opstarten. Je kan dus zonder tussenstappen overgaan van ontwerp naar productie.”

Jobs die vroeger een uur duurden, zijn nu klaar in vijftien minutenAugusto Suppi

Onverwacht extraatje

Lesher Natural Stone is een natuursteenbedrijf in het Amerikaanse Middletown aan de Oostkust, gerund door vader en dochter Frank en Alexia Lesher en gespecialiseerd in “bijzondere” (lees: lastige) projecten. Tot voor 2018 pakten ze die ambachtelijk aan: moeilijke projecten met matchende nerven werden eerst op de grond uitgestald met tape. “Vein matching was het meest tijdrovende deel van onze job; het duurde vaak wel een week om één project te voleindigen.” Zo was dat nu eenmaal, en de Leshers hadden eigenlijk niet eens de ambitie daar verandering in aan te brengen. “We waren helemaal niet op zoek naar vein matching software. We kregen het samen met andere dingen in een pakket,” zegt Frank Lesher. “Ik dacht eigenlijk niet dat het van veel nut zou zijn. Ik ben blij dat ik mag zeggen dat ik ernaast zat!”

Stroomlijnen van productieproces

De Leshers besloten het ongevraagde extraatje toch maar een kans te geven. Ermee leren omspringen bleek geen probleem. Vein Matchiing is zeer intuïtieve software, en na luttele dagen had Lesher’s team het volledig in de vingers. De kleine app toonde al snel zijn grote kracht: “Jobs die normaal gezien een uur duurden, waren nu al klaar in vijftien minuten.” Een snellere doorstroom betekende ook: meer volume kunnen verwerken, meer vrije opslagruimte, minder arbeidskosten per stuk, en 15 tot 20% minder onbruikbare reststukken door het ergonomisch verzagen van de slabs. Alles bij elkaar betekende dat: méér competitieve prijzen. Voor een bedrijf dat niet echt veel rechttoe-rechtaan werk doet, maar precies al die moeilijke gevallen waarvoor Vein Matching nu net is ontwikkeld, bleek de software dé catalysator voor het stroomlijnen van het productieproces. Vandaag zet Lesher Breton Vein Match in voor de helft van al zijn karweien.

Betere klantrelaties

De app verbeterde ook de klant-relaties bij Lesher. “De mogelijkheid van 3D-visualisatie is een grote hulp bij presentaties aan klanten. Dat ze hun volledige toekomstige keuken in 3D kunnen zien, voordat er aan de slabs zelfs maar is geraakt, vinden ze zeer indrukwekkend en bijzonder nuttig.” De klanten kunnen zelfs effecten van licht en schaduw simuleren in hun virtuele kamer, en zich zo een helder beeld vormen van het effect op de nerven van het zonlicht zoals het zich verplaatst door de kamer. Klanten kunnen dan ook intekenen op een project, exact zoals ze het voor ogen hebben. Wat het risico op onaangename verrassingen en de bijbehorende klachten en gerechtszaken aanzienlijk vermindert.

Meer integratie met machines

Tevreden klanten zoals de Leshers zijn er genoeg, aldus Augusto Suppi.

“Ik kan alleen maar zeggen dat Vein Matching van meet af aan een succes was. Alle klanten die het al zagen, waren enthousiast en, eerlijk gezegd, merkten we dat in sommige onderhandelingen de software hét doorslaggevende element bleek om de klanten te overtuigen van de superioriteit van onze Genya freesmachine, of van de Combicut machine voor gecombineerd zagen (waterjet en zaagschijven).”

Breton werkt dan ook stevig door aan een nóg betere integratie van de Vein Matching app met zijn machines. “Zaagmachines van de laatste generatie Genya (degene die we presenteerden op de laatste Marmomac) kunnen voorzien worden van een functie die labels print en bevestigt op de slabs, in het midden van wat de gesneden stukken zullen worden. Zo kunnen de plaatsers heel makkelijk de uiteindelijke positie van elk stuk terugvinden.” En de firma biedt ook zélf steun vanuit het hoofdkwartier in Treviso. “We kunnen van hieruit met Vein Matching onze klanten helpen met het maken van ontwerpen op basis van foto’s van slabs die honderden kilometers verder zijn gestockeerd. En die dan ter plaatse bij hen worden versneden.”

Belang van innovatie

Mogelijkheden zien waar anderen die niet zien, innoveren waar anderen dezelfde aanpak herhalen, dat was de mentaliteit waarmee Marcello Toncelli vanaf de stichting in 1963 vanuit het niets doorgroeide naar marktleiderschap. En het is ook de mentaliteit achter dit laatste nieuwe snufje, zo besluit Augusti Suppi: “We denken dat we met deze Vein Matching een sterke impuls geven aan innovatie in de industriële en commerciële processen in een sector waarin deze processen tot dusver maar erg traag evolueerden. En dat is van het grootste belang, want beschikken over de juiste tools om te voldoen aan verwachtingen van de klant, dat is het verschil tussen de verwerkingsbedrijven die louter overleven en zij die waarlijk bloeien!”


Vein Matching: de troeven

  • 75% sneller in verzaagklussen met matchende nerven en adering
  • minder werktijd en arbeidskosten = meer competitieve prijzen
  • 15 à 20% minder restafval van slabs
  • minder risico: klanten kunnen alles in 3D perfect visualiseren en daarop intekenen

Nieuwe materialen, nieuwe zaagtechnologie

Vernieuwingen biedt Breton niet alleen aan in software, maar ook in de machines zelf – nog altijd de core business. Daarop vol inzetten is vandaag van vitaal belang, zegt Suppi. Het gaat daarbij niet om sleutelen aan details om het gebruiksgemak nog wat meer op te drijven. Nee: de uitdaging is gewoon om alles sowieso verzaagd te krijgen. De markt wordt immers in stijgende mate overspoeld met producten die de keuze van de klant vergroten”, aldus Augusto Suppi. “Dan denken we aan grotere formaten, dunnere diktes, grotere hardheid,… wat vaak gepaard gaat met broosheid. Maar deze mogelijkheden ten volle benutten, betekent ook dat er nieuwe technologie komen (en nieuwe strategieën) om al deze zaken efficiënt te verwerken, en zo meer diverse en gesofistikeerde vloeren, meubels en afwerkingen te bekomen.” Een voorbeeld daarvan is de innovatieve Huracan technologie, die zeer flexibel is zodat je vlot maxi-slabs kan verzagen tot de formaten gewenst door de klant.”


After Sales

Nog een punt van het hoogste belang is de after-sales service. Die verloopt vooral vanuit Treviso, legt Augusto Suppi uit. “De after sales service lost meer dan 90% van de downtime van machines op via een hotline. In de overblijvende gevallen sturen we een technieker uit de regio of er komt er ééntje over uit Italië. Je moet weten dat België makkelijk te bereiken is vanuit Breton. De luchthaven van Treviso, met vlotte low-cost connecties met zowel Zaventem als Charleroi, is maar een klein halfuurtje rijden vanaf hier. En de luchthaven van Venetië is ook maar op een uur.”


Foto’s: BRETON

Keramiek en verlichting: beide sectoren maken een periode door van revolutionaire vernieuwingen. De volledig vernieuwde showroom van Carimar in Eigenbrakel (open sinds oktober 2019) verenigt het beste van beide werelden. De nieuwste keramische creaties van topfabrikanten belicht door de nieuwste led-creaties, eveneens van topfabrikanten. Een geraffineerd lichtconcept verzorgd door het familiebedrijf Hugo Neumann.

Kaleidoscoop aan keramiek

De nieuwe showroom van 1200 m² moest vooral op zijn Marie Kondo’s decluttered zijn, aldus verantwoordelijke Stéphanie Ribant, “om de circulatie meer comfortabel te maken en om de mogelijkheden van keramiek vol tot hun recht te laten komen.”

Tenslotte: “het gaat bij keramiek al lang niet meer om simpele vloerbekleding alleen! Tegels vind je vandaag overal: slaapkamer, salon, dressing… En dat in alsmaar meer innovatieve vormen: warm hout, rijkelijk geschakeerde texturen, elegante marmers, of bruut beton. Je vindt ze aan de muur als origineel behangpapier, ze updaten je werkblad of vergadertafel, ze duiken op in een boekenkast als gesofistikeerde tussenschotten, en je kan je zelfs wagen aan een slim spel met profielen, in de trant van Le Corbusier.”

Verlichting als kunst en wetenschap

Een heuse uitdaging is het, om die kaleidoscoop aan afwerkingen en toepassingen realistisch te presenteren. De Led-revolutie helpt daarbij. Eric Neumann, CEO en Principal Designer van Hugo Neumann, spreekt over zijn lichtleveranciers zoals een agent van keramische topmerken over “zijn” merken: als ambachtslieden, als kunstenaars.

Wat vinden we in Eigenbrakel, bij de decoratieve lichtpunten? “Deense creaties van Louis Poulsen, Italiaanse van Kundalini, en niet te vergeten de altijd zo Italiaanse douce folie van Karman!” Hugo Neumann is, sinds 1929 al, een familiebedrijf met twee duidelijk verschillende maar perfect complementaire métiers: enerzijds exclusieve importeurs van een topselectie aan lichtfabrikanten, en anderzijds lichtconsultants. “Onze eerste zorg is om de aard van het project te begrijpen en de noden en wensen te identificeren. Soms met een onverwachte oplossing!”

Altijd blauwe hemels

Op een dergelijke verrassing stoot je zodra je binnenkomt in Eigenbrakel: de receptieruimte. “Die plek is zó belangrijk, en er wordt zo weinig over nagedacht…”, zucht Eric Neumann.

“De showroom-ploeg van Carimar brengt hier een goed deel van elke dag door. Daarom dachten we: waarom trakteren we hen niet op een blauwe hemel met een stralende zon. Dat het hele jaar door, los van het seizoen! De uitvinder van dit licht, een kunstwerk waardig, is de Italiaanse fabrikant Coelux. Het decoratief hang-element is van het eveneens Italiaanse Kundalini, en bestaat uit handgemaakte Mexicaanse keramiek met een oude bronzen metalen cilinder.”

Licht naar wens

Als er één ding is dat licht in een toonzaal niet behoort te doen, dan is het wel de aandacht op zichzelf vestigen. Overdonderen of verblinden is uit den boze. “In de toonzaal vind je een lineair profiel van Linear dat kan gaan van een zeer warm (2.500K) naar een kouder licht (5.000K).” K staat voor Kelvin, wat hier staat voor de kleurtemperatuur. “Die is heel erg precies te controleren, wat het risico uitsluit op verblindend licht.”

Naast de toonzaal voor het brede publiek heeft Carimar ook twee zones voor zijn professionele klanten: architecten, interieurarchitecten en ontwerpers. Hier worden de mogelijkheden tot controle van het licht tot het uiterste gedreven. In de studio is er een elegant Oval lichtelement, dat naar believen de sfeer kan scheppen van kaarslicht (2.200K) tot middagzon-bij-blauwe-lucht (6500K). “Dit element werd gecreëerd door een heel sterke, jonge, ambitieuze startup uit Nederland: archilumO.”

Dan is er nog Favo, een lichtsysteem met bijenraatstructuur van de Duitse fabrikant Sattler. “Dit maakt een compleet nieuwe aanpak van belichting mogelijk. Met de drie afzonderlijk te bedienen individuele lichtpunten van FAVO kan je diverse belichtingsscènes creëren, afhankelijk van je behoeften. Of je nu sterk of zwak licht wil, diffuus of dramatisch: je hebt het allemaal in eigen handen via een draadloze schakelaar of, nog handiger, je smartphone. Je kan in een oogwenk, voor je presentatie van die dag de juiste lichtsetting creëren!”

Wonder van de fysica

Een wonder van techniek bevindt zich ook in de rails in de Studio en het Atelier. “Om reliëf te brengen, om te differentiëren tussen matte of glanzende, heldere of donkere stalen, hebben we een dubbele verlichtingsrail van onze Duitse partner Bruck onzichtbaar aangebracht. Deze rail is voorzien van projectoren waar in een wonder van lichttechnologie zit. Namelijk een creatie van één van de uitvinders van Led, de Japanse professor Shuji Nakamura, winnaar van de Nobelprijs voor fysica 2014. Het gaat hier om de Soraa-lamp met zijn Snap-filters, die, zoals de schilder en zijn kleurenpalet, aan alle lichtdesigners de vrijheid schenkt om creatief te spelen met licht; en dat met één enkele lichtbron!”

De optimale presentatie van de nieuwste generatie aan keramische materialen, in al hun diversiteit: het is een uitdaging voor allen. In heel de sector is een upgrade aan de gang; vaak hoor je spreken over de nood aan een meer “museale” presentatie. De nieuwe toonzaal van Carimar wekt ons op om het aspect belichting zeker niet te vergeten. En samen met Hugo Neumann – een firma die niet toevallig ook ruime ervaring heeft in galerijen en musea – levert Carimar meteen ook een navolgenswaardig voorbeeld af.


Dermul: specialist in tegeldisplays

De meubelen voor de nieuwe showroom van Carimar werden geleverd door Dermul Showrooms & Displays uit Lokeren, dit in nauwe samenwerking met de architect van de showroom, Sébastien Nicolino. Dermul produceert displays voor tegels, natuursteen en parket en creëert complete showrooms.

Zaakvoerder Bart Dermul: “De uitdaging in dit geval school in het oude, industriële gebouw met weinig rechte wanden en vloeren en een laag plafond. De klant wou meer openheid in de showroom en nieuwe meubelen om de actuele tegelformaten te tonen. De meubelen zijn in de combinatie zwartgelakt staal en zwart laminaat en sluiten hierdoor mooi aan bij de industriële stijl van het gebouw. Het resultaat is een showroom met meer openheid, uniformiteit, veel sfeer en een high-end uitstraling.”


Nieuw! Ductile

Sinds 1970 werkt familiebedrijf Carimar met Spaanse en Italiaanse topmerken als Cotto d’Este, Inalco, Living Ceramics, Gigacer, Wow, Kronos… die er elke keer weer in slagen naar buiten te komen met opmerkelijke nieuwigheden. Zo gelooft Carimar vandaag sterk in de nieuwe collectie Ductile® van het Spaanse Living Ceramics. Ductile® is wel degelijk “ductiel”, of anders gezegd, het materiaal is plastisch vervormbaar en kan buigen zonder te breken.

carimar showroom

Stéphanie Ribant: “Wendbaarheid en gebruiksgemak zijn dé twee troeven van de Ductile®. Het gaat hier om een nieuw type keramisch materiaal (6mm dikte) met heel bijzondere kenmerken, waardoor het bekleden van binnenmuren een veel vlottere klus wordt. De chemische samenstelling maakt verzagen en perforeren heel simpel. Je gebruikt gewoon standaard boren en schijven. En de ductiliteit van de platen verzekert een vlotte installatie, zonder complexe lijmen met een hogere kost. Zo vermijdt Living Ceramics ook hoge emissies tijdens productie en transport.”


Foto’s: Carimar

Het werk van miljoenen jaren in luttele minuten. Dry Digital System maakt het mogelijk om een tegel te maken in diverse laagjes, met variaties op het motief doorheen de hele tegel, dus in 3D. Een gamechanger voor de keramische industrie, meent de firma. In elk geval is het een inspiratie voor al wie hoopt dat de toekomst meer zal brengen dan eindeloos prijsvechten met nauwelijks van elkaar te onderscheiden producten.

Eerder dit jaar, in februari, ontving Rocersa uit Villareal in het hartland van de Spaanse keramiek Castellón, een Alfa de Oro — een prijs jaarlijks uitgereikt op de Cevisama beurs in Valencia voor “een innovatie die de hele waardeketen ten goede komt”.

De firma kreeg die prijs voor een nieuwe technologie die het zelf ontwikkelde: Dry Digital System ofte DDS.

Keramiek 4.0

Ontwikkeld vanaf 2016, berust DDS op het combineren van twee technieken: digitale dry printing wordt gesynchroniseerd met digitale wet printing. De grafische mogelijkheden van beide machines versterken elkaar daarbij en dat geeft de producten veel meer naturel en diepte. Het eindresultaat is immers opgebouwd uit diverse lagen die elk hun eigen design krijgen, dat lichtjes afwijkt van het beginpatroon.

Je krijgt dus (en dat is meteen het belangrijkste verschil met de klassieke dubbellaagse technologie) een 3D-bedrukte tegel waar het motief aan de binnenkant niet eenvoudig het motief aan de buitenkant mechanisch herhaalt: zoals bij natuursteen ontwikkelt de tekening zich doorheen de hele tegel.

Pionier

“Hiermee vervaardigen we een 100 procent driedimensionaal product met digitaal ontwerp tot in het hart van de tegel”, zo verklaarde marketingdirecteur Juan José Bolaños Campos.

“Dit systeem zal een revolutie teweegbrengen in de manier waarop porseleinen tegels worden gefabriceerd. Het opent de mogelijkheid om nieuwe toepassingen in onze sector te creëren. De dagen dat we alleen maar de buitenkant decoreerden liggen hiermee definitief achter ons!”

Rocersa is een pionier in deze verbeterde vorm van 3D-printen. Met DDS is de firma de enige in Spanje die dit voor mekaar krijgt, en ook wereldwijd plaatst de firma zich in een superselect kransje.

Weg uit de race to the bottom

Het werd ook wel weer eens tijd om het verschil te maken, meende de Spaanse firma – een veertigplusser die wat betreft innovatie een indrukwekkend palmares kan voorleggen (zie kader) en die dan ook al toe is aan zijn zesde (!) Alfa d’Oro. De markt begon immers wat deprimerend aan te voelen “met weinig gedifferentieerde bedrijven en producten; een markt verzadigd met producten van een laag technisch en esthetisch niveau; een low cost oorlog in de context van globalisering.”

Instappen in een race to the bottom: het zit gewoonweg niet in het DNA van Rocersa. ”Dus zochten we producten met hoge toegevoegde waarde, die ook meer duurzaam zouden zijn en die de technologische capaciteit, al aanwezig in onze fabriek, maximaal zouden benutten.”

Einde van een “eeuwig” dilemma

Na twee jaar zoeken, testen en bijstellen was het zover: de DDS-technologie stond op punt. Deze biedt vooral een doorbraak in de projectmarkt. Wat een eeuwig dilemma leek, is dat niet meer.

“Tot nu toe hadden we in keramiek twee opties. Of je koos een product omwille van het design, en dan ontbrak het aan niveau qua mechanische prestaties. Of je koos een hoogwaardig technisch product, maar dan moest je het stellen met een standaarddesign. Als het ging om vloeren voor intens gebruik kon je met een gerust hart alleen maar tegels leggen in ongeglazuurd porselein, en die kwamen in slechts een handvol kleuren, allemaal een beetje peper en zout. Met de komst van DDS ben je niet langer verscheurd door die keuze: of een aansprekend design, of sterke prestaties. Voor het eerst in de wereld van de keramiek combineren we op het hoogste niveau esthetiek en techniek, zonder ook maar iets prijs te geven.”

Duurzame productie

Nog een sterk punt van de DDS-technologie: het gaat om “droge” productie, zonder glazuur en met gebruik van slechts de noodzakelijke hoeveelheid aarde, wat leidt tot een reductie van de productiekosten.

Bovendien, zo geeft Bolaños Campos aan, maakt deze optimalisatie van de middelen van DDS ook een duurzame productiemethode: “Alleen de materialen die ook daadwerkelijk de tegel zullen vormen, worden ingezet bij het productieproces. Er komt dus geen sediment vrij dat vervolgens naar een speciale afvalverwerkingseenheid moet. Dit is een aspect waaraan Rocersa al sinds vele jaren alle mogelijke aandacht besteedt.”

Nieuwe synergieën

DDS is een gamechanger voor de hele industrie, aldus nog de marketingdirecteur. Er is een voor en een na.

“Het Dry Digital System vraagt om synergiën met bedrijven uit andere sectoren zoals bijvoorbeeld fabrikanten die nieuwe machines zullen moeten ontwikkelen. Of neem nu onze samenwerking met Digit-S, ook uit Castellón, die een nieuwe software ontwikkelden die de machines toestond om met elkaar te communiceren.”

Deze software, genaamd Patrón Digital Cerámico, maakt het mogelijk om een eenduidige referentie van het product en de belangrijkste kenmerken te handhaven. De ontwerpgegevens die digitaal worden opgeslagen in een speciaal voor dit doel ontwikkelde Pattern Management-software worden telkens vergeleken met deze referentie, wat het mogelijk maakt om eventuele afwijkingen in de productie op te sporen en te corrigeren.

Revolutie of evolutie?

DDS is zeker een revolutie maar tegelijkertijd toch ook een terugkeer naar vroeger, naar de “pure chemie” van oudere keramische technieken. Het gaat niet langer om het printen van de buitenkant. En het kan ook een nieuw tijdperk van creativiteit inaugureren.

“Tot besluit kunnen we zeggen dat tot DDS de keramische industrie heel erg hard zijn best heeft gedaan om andere materialen te imiteren: hout, steen, marmer, cement… Vandaag, met Dry Digital System technologie, kunnen we een totaal nieuw natuurlijk product creëren, dat een stap verder gaat, en 100 procent hun eigen identiteit hebben.”

Ook dat is op zich weer een ecologische kwestie: “Wij willen maximaal materialen reproduceren die vandaag de dag te lijden hebben onder overexploitatie. Daarom net willen we ook dat het eindresultaat identiek is aan wat er uit de groeven komt. Met DDS is dit mogelijk. We kunnen nu keramische producten produceren met natuurlijke afwerkingen. Zo simuleren we het werk van miljoenen jaren in enkele minuten!”


Rocersa: 42 jaar van innovaties

Vandaag, en dat sinds 42 jaar, plaatst Rocersa zich in de spits van de keramische sector. Met zijn export naar meer dan honderd landen is de firma een leider, niet alleen op het Iberisch schiereiland, maar wereldwijd.

  • 1977: Rocersa begint eraan in Vila-Real (Castellón). Meteen is het bedrijf innovatief, met de productie van grootformaat keramische tegels.
  • 1989: Rocersa is het eerste bedrijf dat werkt met warmtekrachtkoppeling en warmteterugwinning, zaken die later een prominente plaats zullen opeisen in de hele sector.
  • 1998: Rocersa verwerft een productie-eenheid in Alcora, en beslist om daar het nieuwe zenuwcentrum van het bedrijf te vestigen, dit tot heden
  • 2014: Rocersa begint met de productie van Porcelánico van 20 mm. Het is het eerste bedrijf wereldwijd om in zetten op dit type product.
  • 2016-2019: Rocersa ontwikkelt DDS.

Foto’s: Rocersa

Noem het niet zomaar “showroom” van VM-tegels, wat eind februari in Oostkamp de deuren opende. Noem het eerder het tegelpaleis van de toekomst. Drieduizend-plus vierkante meter vloeroppervlak over vier verdiepingen: een zéér forse investering als tastbaar teken dat de familie Vanhollebeke (vader, moeder en zoon) voor de tegelbranche rotsvast gelooft in de toekomst van bricks boven clicks: “Tegels en natuursteen kies je niet op een computerscherm. Mensen willen alles zien en voelen.”

En ze zagen en voelden dat dit iets anders was, de genodigden op woensdag 20 februari, bij de officiële opening door Jan De Keyser (burgemeester van Oostkamp), daarin bijgestaan door voormalig Vlaams Viceminister-president Bart Tommelein. “Ik ben danig onder de indruk”, zo noteerden we uit de mond van een bekende speler uit de natuursteen- en keramische branche die misschien al véél gezien had, maar dít nog niet. “Dit is architecturaal een uniek gebouw. Faut le faire anno 2019. Een investering van deze ordegrootte in een nieuw B2C tegelpaleis, in tijden van e-commerce en dat in Oostkamp. Dat vraagt lef en moed! Velen die ik hier vanavond sprak zeiden hetzelfde. Het algemene gevoel is duidelijk: het gaat hier om meer dan “een” opening van “een” showroom in Vlaanderen.”

We wilden een toonzaal die grenzen zou verleggen. Een gebouw dat ervaring en vooruitstrevendheid, liefde en lef met elkaar zou verenigen. Kortom, iets dat in België nog niet vertoond was.Martin Vanhollebeke

En iets uitzonderlijks, dat was ook duidelijk wat zaakvoerder Martin Vanhollebeke voor ogen had. “Wat we wilden, was een baanbrekend concept op vlak van zowel esthetiek, functionaliteit als ecologie. We wilden een toonzaal die grenzen zou verleggen. Een gebouw dat ervaring en vooruitstrevendheid, liefde en lef met elkaar zou verenigen. Kortom, iets dat in België nog niet vertoond was. En daarin zijn we, denk ik (al zeg ik het zelf) best in geslaagd!”

Groot maar gezellig

Overvloedig daglicht, ultramoderne verlichting en hedendaagse inrichting zijn de basisconcepten van het gebouw dat zich uitstrekt over vier verdiepingen. Op het gelijkvloers vind je naast de inkom, de ontvangstbalie en de sales afdeling vooral zeer veel presentatiezones en de tegeltuin. Op de eerste verdieping wandel je door de VM-woning: een inspirerend huis barstensvol interieurideeën. Ook hier vind je de nodige presentatieplatformen.

De tweede verdieping is een evenementenruimte met een binnen- en een buitengedeelte: “Deze ruimte met terras stellen wij ter beschikking van bouwgerelateerde bedrijven voor onder andere productvoorstellingen of netwerkavonden. Alle faciliteiten van keuken tot sanitair zijn hier aanwezig. Een exclusieve service op een toplocatie met ruime parkeergelegenheid!”

Dankzij een flexibele inrichting kan de showroom telkens aangepast worden naar de nieuwste trends. Elk bezoek belooft een nieuwe verrassing te worden.Martin Vanhollebeke

Enorm veel plaats dus, maar dat heb je vandaag de dag gewoon nodig, meent Martin Vanhollebeke: “Anders kan je nooit al die XXL-formaten tot hun recht laten komen. Het mooie is echter: het nieuwe gebouw beschikt daartoe over de ruimte maar behoudt tegelijkertijd de vertrouwde, huiselijke sfeer die klanten zo waardeerden in ons oude adres aan de Kortrijksetraat.” Niet dat het re-creëren van een vertrouwde, gezellige sfeer de hoofdbedoeling is, verduidelijkt Martin Vanhollebeke. “Dankzij een flexibele inrichting kan de showroom telkens aangepast worden naar de nieuwste trends. Elk bezoek belooft immers een nieuwe verrassing te worden.”

Speeltuin van de architect

Eerder dan over een nieuwe showroom alleen, spreekt Martin Vanhollebeke over een nieuw toekomstgericht totaalproject; een nieuw begin voor VM-tegels, een frisse start, na 25 jaar in de business. Dit ook gesymboliseerd door feit dat zoon Thibaut Vanhollebeke nu naast zijn beide ouders mede-zaakvoerder is. Waar in het verleden VM-tegels quasi exclusief voor eindgebruikers werkte, zijn nu de voorschrijvers een doelgroep waar vol op wordt ingezet. En die in de nieuwe showroom dan ook een hele verdieping voor zich alleen krijgt, namelijk de kelder. Om zich eens goed in uit te leven: “Verdieping -1 is wat wij hier de ‘speeltuin van de architect’ noemen: een creatieve ruimte met het stalenkabinet en de nicheproducten. Ook voor hen wil VM TEGELS een laboratorium zijn waar zij hun ideeën de vrije loop kunnen laten.”

Tegelverkoop, een contactsport

Ultramodern is het gebouw zeker, maar een investering van dergelijke omvang in een fysieke winkel, in tijden waarin iedereen zich bezint over zijn e-commerce verhaal, is dat wel nog van deze tijd? Martin Van Hollebeke weet zeker van wel.

Wij verkopen meer dan producten alleen, wij verkopen emotie!Martin Vanhollebeke

Want tegels verkopen is en blijft een contactsport: “We geloven absoluut dat mensen ook vandaag nog hun tegels en natuursteen in de winkel willen blijven kopen, en dat ze dat zullen blijven doen. Het gaat om hun huis tenslotte, dus willen ze alle materialen in het echt zien en voelen. Kleuren kan je niet perfect inschatten op foto. En de aanraking, de feel, die kan je al helemaal niet online oproepen. Wij verkopen meer dan producten alleen, wij verkopen emotie! En daarbij is ook het persoonlijke contact met de klant zeer belangrijk. Mensen willen een vast aanspreekpunt en gaan een vertrouwensrelatie aan met hun verkoper.”

Kwaliteit aan de bron halen

De persoonlijke selectie van de meest kwalitatieve producten is een andere belangrijke factor in de strategie van VM-tegels. En dit zowel in keramisch als in natuursteen, want VM-tegels doet het allebei. Zo reist het voltallige salesteam wel eens naar Modena, “het mekka van tegeldesign”, kwestie van in contact te blijven met de nieuwste producten en trends. En VM-tegels importeert ook rechtstreeks natuursteen uit het Verre Oosten. “Ik ben vaak in China, India of Vietnam opdat ik met lokale producenten in een geest van openheid en vertrouwen zou kunnen samenwerken. Dat is een win-win voor iedereen. En voor ons zit het voordeel er natuurlijk in dat we zeker zijn van absolute topkwaliteit.”

Geloof in de toekomst

VM-tegels heeft in de kwarteeuw dat het bestaat al een heel divers parcours afgelegd, met een paar haarspeldbochten. Zo werd de eerste vestiging in het Oost-Vlaamse Destelbergen in 1996 al na drie jaar opgegeven, om zich volledig te kunnen concentreren op Oostkamp, waar in 1995 een tweede vestiging werd geopend. 2008 was een ander belangrijk moment: toen besliste VM-tegels om méér te doen met het stockmagazijn van 2.500 m² dat in 2000 was gebouwd. De firma begon er met de organisatie van stockverkoop en een succesformule was geboren, wat in 2015 zou leiden tot de opening van een stockverkoop-filiaal in Deinze.

Dit nieuwe gebouw is de bekroning van 25 jaar service en innovatie waarbij de klant centraal staat. Want die blijft de belangrijkste persoon binnen ons bedrijfMartin Vanhollebeke

In mei 2017 volgde de eerste symbolische spadesteek van het nieuwe totaalproject. “Dit nieuwe gebouw is de bekroning van 25 jaar service en innovatie waarbij de klant centraal staat. Want die blijft de belangrijkste persoon binnen ons bedrijf”, aldus nog Martin Vanhollebeke. Die ook graag aangeeft dat 25 jaar elke dag in de weer ter meerdere eer en glorie van tegels en natuursteen, hem alleen maar méér energie heeft gegeven: “De goesting en grinta waarmee we er een kwarteeuw geleden invlogen, zijn nog even fris als toen. En we kijken zeker niet achteruit, maar vooruit. Dit gebouw bewijst het: wie bouwt voor de komende generaties, bouwt met liefde en kiest voor de beste materialen. Wij geloven dat dit project dé sleutel is tot de toekomst.”


Verwarming door BEO-veld

De gasvlam gedoofd

De toekomstgerichtheid van het hele project blijkt ook uit zijn ecologische karakter. Ook hier werden radicale keuzes gemaakt. We spreken over méér dan een dak met zonnepanelen. Daar is natuurlijk niets mis mee, maar VM-tegels zag de zaken grootser: “Wij gebruiken de meest moderne, de meest duurzame technieken. Zo legden we via 18 boringen een BEO-veld aan (Boorgat Energie Opslag) van telkens 150 m diep. Deze zijn gekoppeld aan een warmtepomp voor een zo optimaal mogelijk rendement, wat meteen ook milieuvriendelijk is.

‘s Winters is het water uit de boringen warmer dan de omgeving. Op die diepte is de temperatuur immers constant zo’n 8 à 10 graden. Deze warmte wordt gebruikt om via de vloerverwarming het gebouw te verwarmen en de ventilatoren aan te sturen. Na de warmteafgifte wordt het koude water teruggestuurd naar de bodem om daar weer op te warmen via de bodemenergie.”

En in de zomer?

“Dan vindt het tegenovergestelde proces plaats. Dan is het water in de boringen kouder dan de omgeving en wordt de koude gebruikt om via de vloerverwarming de toonzalen te koelen. Verwarmen en koelen gebeurt dus enkel op basis van de boringen en de warmtepomp. Er komt geen gas aan te pas, het vlammetje is er als het ware uitgehaald. Om een goede ventilatie van de grote toonzalen en de centrale burelen te garanderen wordt dan weer gebruik gemaakt van een centrale luchtgroep in combinatie met aparte ventilatoren, die ook beide op de warmtepomp zijn aangesloten voor het koelen en verwarmen van de lucht.”


ADESITAL: Preferred partner van VM tegels

“Adesital is sinds jaren een vaste speler op de internationale tegellijm-markt,” aldus hun Belgische business-agent Georges Vermeulen. “Adesital is geboren en getogen in Sassuolo, het hart van de Italiaanse tegelindustrie. En dat is precies de plek waar we moeten zijn om de nieuwste ontwikkelingen in het snel evoluerende tegellandschap van nabij op de huid te zitten. Elke dag werkt ons state-of-the-artlaboratorium aan verbetering en vernieuwing.”

Een aantal Adesital-producten zijn vaste waarden in ons land. “Zeer gekend op de Belgische markt zijn de houtimitatie voegsels. Bij de lijmen wordt de Flexo frequent gebruikt op grote werven, terwijl onze Extra 30 Power wordt aanzien als één van de sterkste ‘flexmortels’ op de markt.”

Sedert twee jaar werkt VM-tegels samen met Adesital. “Een moderne, vooraanstaande en snel evoluerende firma als VM-tegels kon natuurlijk niet achterblijven,” aldus nog Georges Vermeulen. “In hun prachtige nieuwe toonzaal werden trouwens heel wat panelen verlijmd met onze Adesint!”

info@investiva.be| +32 (0)4 75/53.14.69 | www.adesital.it 

Vloerverwarming bij een renovatie is niet zo evident als in een nieuwbouwwoning. Wie niet over voldoende opbouwhoogte beschikt, kan zijn warmevoetendroom vaak opbergen. Vloerverwarming is niet alleen een behaaglijke manier om de woning te verwarmen. Het is ook een pak esthetischer dan bijvoorbeeld radiatoren. Geen wonder dat het systeem erg populair is en zonder veel nadenken wordt geïntegreerd in vele nieuwbouwwoningen. Maar bij renovaties is dit echter veel minder evident.

No panic, dankzij het dunlagige systeem van Schlüter-Systems zijn deze problemen echter verleden tijd.

Schlüter®-BEKOTEC-THERM, dunlagig vloerverwarmingssysteem

Bij de renovatie van een prachtig herenhuis in de Antwerpse Diamantwijk gekenmerkt door oude elementen en hoge plafonds wilde de eigenaar op een beperkte oppervlakte vloerverwarming integreren. Met daarop tegels van 120 x 120 cm. Het beloofde een waar huzarenstukje te worden, want op sommige plaatsen was er gewoon te weinig hoogte om een dekvloer te plaatsen.
Geen wonder dus dat niemand stond te springen om hier ook maar enige vorm van garantie op te bieden. Maar toen aannemer Moshe Grunhut van Multi Bouw aanklopte bij Schlüter-Systems voor informatie over bewegingsvoegen en het zo discreet mogelijk voorzien ervan, vond hij toch een partner waarmee hij samen de uitdaging aanging.

“Na een grondige analyse, kwamen we snel tot de oplossing. We besloten BEKOTEC-THERM te voorzien als dunlagig vloerverwarmingssysteem. En niet enkel in de voorziene ruimte, maar om het systeem te voorzien op quasi de volledige gelijkvloers”, verduidelijkt Adam Nobels, technisch adviseur van Schlüter-Systems.

Maar dat vereiste snel schakelen. Verwarmingsinstallateur Herman Van Mensel had al voorzien om met radiatoren te werken en stond initieel sceptisch tegenover het idee. Nadat hij had kennis gemaakt met het systeem, was hij echter snel overtuigd en bereid om over te schakelen op BEKOTEC-THERM-vloerverwarming.

Vanaf dan verliep de samenwerking tussen alle partijen vlot. Hoofdaannemer, verwarmingsspecialist, chappers en vloerders zorgden voor een vlekkeloze installatie. Ze werden daarin bijgestaan door specialisten van Schlüter-Systems.

Extra isolatie mogelijk

“Schlüter®-BEKOTEC-THERM-EN 23 F is een systeem met een opbouwhoogte van slechts 31mm (vloerverwarming en dekvloer). Wat een enorme plaatswinst oplevert ten opzichte van een klassiek systeem dat werkt met minimum 6cm”, aldus Adam Nobels. “BEKOTEC geeft ons niet alleen de kans om in renovaties sneller te kiezen voor een vloerverwarming, maar ook om eventueel extra isolatie toe te voegen.”

“De basis van het systeem is een noppenplaat die alle spanningen van de dekvloer wegneemt. Waardoor er geen schotelvorming van de dekvloer meer mogelijk is. Bovendien zijn er dankzij de vorm van de noppenplaat geen zetvoegen meer nodig in de dekvloer. Handig, want dergelijke zetvoegen zijn dikwijls een storend element omdat ze praktisch nooit overeenkomen met het legpatroon van de tegels.”

“Indien er tegels of natuursteen op het systeem geplaatst worden, dient BEKOTEC-THERM gecombineerd te worden met de ontkoppelingsmat Schlüter®-DITRA 25 om een barstvrije tegelbekleding te kunnen garanderen. Bijkomend voordeel hiervan is dat door de dampdruknivelleringslaag er geen wachttijden zijn tussen het plaatsen van de dekvloeren de betegeling. Zo kan er tot vijf weken bouwtijd ingekort worden. Door de onderling communicerende luchtkanalen is meteen een gelijkmatige warmtespreiding van het tegeloppervlak gegarandeerd.”

Reactief systeem

“Er is trouwens nog een belangrijk, verwarmingstechnisch voordeel”, verzekert aannemer Moshe Grunhut. “Door de dunnere dekvloer, verkrijgen we een reactief systeem dat sneller opwarmt. Niet alleen genieten bewoners zo sneller van een aangename temperatuur, ze besparen ook energie. De aanvoertemperatuur kan immers lager, en ze gebruiken enkel de warmte op de momenten dathet nodig is.”

“Ook het risico op mogelijke oververhitting van de woning is verleden tijd. Nochtans een probleem dat zich de laatste tijd steeds vaker stelt in woningen met traditionele vloerverwarming die een goede isolatie combineren met het gebruik van grote glaspartijen.”

Sinds decennia is Ardex een reus in bouwchemie. Maar tot voor kort had de firma geen goed antwoord klaar als het ging om drainage en ontkoppeling. Daarom nam het in 2014 een specialist in de materie over: het Duitse Gutjahr. Dat daarmee nu ook zijn eerste stappen zet in de Belgische markt.

Die introductie in België kwam er sneller dan ze bij Gutjahr/Ardex eigenlijk hadden voorzien, zo legt nationaal accountmanager Eric Pattenier uit. “In 2017 begonnen we met onze binnensystemen IndorTec®: Flexdrain gootsystemen en Therm vloerverwarmingssystemen. Met de buitensystemen wilden we eigenlijk wachten tot we genoeg mankracht hadden. Maar aangezien de vraag er was, zijn we er per 1 januari 2018 toch maar mee begonnen, ook in België.”

Alles zwevend

Het is dan ook meer specifiek in het buitentegelwerk (terrassen, buitentrappen, dakterrassen en gevels) dat Gutjahr excelleert. “We zijn daarin zéér gespecialiseerd met 25 tot 30 verschillende opbouwen, afhankelijk van de opbouwhoogte, de ondergrond of het type natuursteen of keramisch materiaal. Belangrijk is ook dat we alle systemen zwevend aanbrengen, dus niet verbonden met een eventuele betonvloer. Daarom kunnen we ook op EPDM of bitumen een opbouw genereren. Geen nood dus om, wat je heel erg vaak ziet, twee of drie matten te gebruiken. Wij kunnen in één keer de tegels erin kloppen of verlijmen. Naast “droge” tegeldragers hebben we er ook “natte”, speciaal voor natuursteen. Zo kunnen we niet alleen veel hoogte winnen en gewicht besparen, maar kunnen we het ongekalibreerde natuursteen mooi gelijkmatig op de drainage steldrager aanbrengen.

Gutjahr TerraMaxx PF: geen storende dilatatievoegen meer

Hét paradepaardje binnen de buitensystemen van Gutjahr is wel Gutjahr TerraMaxx PF. “Dankzij dit systeem kunnen we zonder dilatatievoegen halfsteens werken, en ook met smalle voegen vanaf 3mm. Dat is mogelijk dankzij een flexibele vulstof: een voeg die in een tube zit met het uiterlijk van een cementgebonden voeg en de flexibiliteit van een siliconen voeg. Zo wordt élke voeg een dilatatievoeg en kunnen we eender welk terras aanleggen: in S-vorm, L-Vorm… maar ook gewoon vierkant natuurlijk. En dit zonder dat er één dilatatie zichtbaar is. Alle tegels kunnen dezelfde voegbreedte behouden. Een systeem dat vooral ook heel goed gaat in combinatie met de 20mm keramische tegels die nu zo erg in trend zijn.”

Capillair passieve matten

“Al onze matten zijn ook capillair passief. Dat wil zeggen: al het vocht dat door de natuursteen, voegen of door een klein scheurtje heen loopt wordt over de mat afgevoerd richting afvoer (goot of hemelwater) maar kan door de zon niet meer capillair omhoog getransporteerd worden. En net dat is 9 op de 10 keer het probleem. Want vaak zeggen ze in de bouw ‘ik heb vorstschade’. Maar de meeste schade op terrassen ontstaat in maart-april, als de zon weer gaat schijnen. Er zit dan vocht van de winter-herfst onder de tegels en zo krijg je dampspanning. En dat is wat er gevaarlijk is. Want het zijn de thermische spanningen die dit met zich te weeg brengt, die de schade veroorzaken. Eén enkele liter vocht kan wel tot 1700 liter waterdamp omzetten, en die damp voert de schuifspanningen en de thermische spanningen tot een hoogtepunt. De Gutjahr-matten zijn zodanig hoog (minimaal acht millimeter) dat er wel zes, zeven millimeter water in de matten zou kunnen staan. En dat is gigantisch veel. Normaal gesproken gebeurt dat natuurlijk nooit.”

Barrièrevrij van buiten naar binnen

Gutjahr heeft zoals gezegd ook ontkoppelingsmatten voor binnen. “Eén ervan is ook zwevend, de Gutjahr IndorTec Flexbone 2E. Deze mat is echt een probleemoplosser wanneer er getegeld moet worden op vloeren die hechtingsonvriendelijk zijn zoals garagevloeren die verontreinigd zijn door olie, calciumsulfaat vloeren met een nog te hoog restvocht percentage of met een calcium huidje, gescheurde vloeren, houten vloeren of verschillende vloeren in éen ruimte. En dan hebben we een aantal verbonden systemen, zoals de Gutjahr Flexbone VA ontkoppelingsmat die meteen ook een afdichting is. En een derde: de Gutjahr IndorTec Therm E: ontkoppeling, afdichting en elektrische vloerverwarming in één.” De binnen systemen van Gutjahr sluiten ook perfect aan bij de oplossingen voor buiten. “Met onze systemen kunnen we ook, wat de trend is, binnen bij buiten betrekken. Daarvoor hebben we een gootsysteem waardoor we barrièrevrij kunnen werken. Dit is uniek omdat we het gootsysteem waterpas kunnen aanbrengen, dus niet op afschot. Optisch is dat natuurlijk heel fraai, want als je met een bakgoot gaat werken, die moet je altijd op afschot aanbrengen. Anders loopt het water niet weg. En ons systeem slaagt er ook in om véél water af te voeren. De gootsystemen zijn volledig open en zijn standaard voorzien van een vuilfilter.”

Welke klanten?

Wie zijn de klanten voor Gutjahr? “We leggen momenteel contacten met architecten en aannemingsbedrijven die een bepaald soort klanten hebben. Laten we zeggen veeleer de luxesector. Maar we werken ook vaak samen met bijvoorbeeld gemeenten.” Men moet niet denken dat de firma alleen maar grote projecten zou aanpakken, zo accentueert Eric Pattenier. “Kijk, Ardex is niet dé leverancier voor projecten van duizend huizen. Daar zijn we gewoon niet op ingericht. Terrassen, trappen, in combinatie met een zwembad: dat is wat we doen. Zo hebben we voorgevormde drainage traptreden; die je aanbrengt op de trap en voorziet van epoxy of cementmortel. Maar dat hoeven echt geen grote trappen te zijn. Ook kleinere trappen e.d. kunnen veel schade veroorzaken wanneer ze hersteld moeten worden en daarom zijn wij ook zeer geïnteresseerd in de “kleinere projecten”. Kwaliteit boven kwantiteit: daar zijn Ardex en Gutjahr sterk in en daar blijven we ook onze focus op leggen.

Belangrijk is vooral een goede opvolging van het project. Elk project noopt tot een specifiek advies. “Standaardadviezen werken niet met buitenterrassen. Je zou dat heel graag willen, omdat je dan heel snel kan reageren. Maar echt elk terras is anders. Daarom volgen we de zaken nauw op. We zorgen ervoor dat architect en aannemer de juiste informatie hebben, de correcte detailtekening, voor een perfecte uitvoering op de werf. Want het blijft uiteindelijk handwerk.

Gutjahr recruteert

Voor de verdere introductie van Gutjahr in België zoekt ARDEX nog naar een nationaal accountmanager, zegt sales manager Benelux Jan Ebert de Jong: “Zoals gesteld is het specialistenwerk en daarvoor zoeken wij iemand die ons bestaand ARDEX-team komt aanvullen. Dat is ook de reden dat wij wilden wachten met de introductie van de buitensystemen van Gutjahr. Eerst iemand erbij in het team als productspecialist Gutjahr en dan de markt op, maar de markt van buitensystemen heeft klaarblijkelijk een probleem, want ze kan niet wachten op onze Gutjahr systemen die samen met Ardex perfect in systeem werken!”

Foto’s: Ardex