Aandachtspunten bij plaatsing leisteen tegels

Natuursteentegels plaatsen zonder juist te weten over welke soort het gaat is niet zo’n goed idee. Zeker als het een steen betreft die extra aandacht vergt, zowel vóór als tijdens de plaatsing. Leisteen tegels bijvoorbeeld plaats je best niet zonder enige voorkennis, en al zeker niet voor buitenbevloering. Een leerrijke case.

Probleemstelling

We bezochten een werf waar een beduidend aantal vierkante meters natuursteentegel van het type ‘Black Slate’ 60 cm x 60 cm x 1,5 cm op een cementgebonden zwevende dekvloer moest worden verlijmd. De binnenvloeropbouw bestond uit ongeveer 8 cm gespoten PUR-isolatie (polyurethaan) en circa 4 cm dekvloermortel, die rechtstreeks op de isolatielaag zonder tussenliggende folie aangebracht werd. Daarop plaatste men gekalibreerde Braziliaanse leisteen tegels.

Wat typeert een gekalibreerde natuursteentegel nu eigenlijk in vergelijking met een gekalibreerde keramische tegel? Welnu, een natuursteentegel wordt steeds in dikte op maat gezet, terwijl men een keramische tegel kalibreert op zijn afmetingen (op maat geslepen, meestal rechte boorden, noemt men dan ‘gerectificeerd’).

Kort na de uitvoering van de werken ontdekte de bouwheer op meerdere plaatsen een hol klinkende tegel. Deze vielen nog onder garantie en werden door de vloerlegger dan ook gewillig opnieuw geplaatst. Tijdens deze herstellingswerken merkte de aannemer echter op dat de dekvloer op de meeste plaatsen de noodzakelijke dikte niet haalde, bijgevolg staakte hij onmiddellijk de werkzaamheden. Gezien later ook de andere tegels onthechtend gedrag vertoonden, werd overwogen om het volledige tegelwerk te verwijderen en opnieuw te gaan betegelen.

Oorzaak

Een drastische ingreep, dus besloot de bouwheer dan maar de vier betrokken partijen op de werkvloer samen te roepen: de tegelzetter, de dekvloerlegger, de uitvoerder van de isolatielaag, en de architect. Na wat discussie en overleg werd gezamenlijk beslist een opening in de onderliggende lagen te maken om alle laagdiktes te controleren. Wat bleek? De isolatiespuiter had zijn laag slordig en bijgevolg te dik geplaatst, met als gevolg dat de chapist zijn laagdikte op verschillende plaatsen diende te beperken (beneden de WTCB-norm van minimum 50 mm) opdat de vloerder voldoende ruimte zou behouden om de tegels vloerpas te kunnen houden.

Gedeelde verantwoordelijkheid

Tijdens een expertisevergadering is het niet ongewoon dat er veel paraplu’s opengaan en iedereen elkaar de zwarte piet toeschuift. In voorkomend geval was dit net iets anders, in de positieve zin welteverstaan. De eerste gedachtegang, na enkele praktische steekproeven, was het volgen van de logica die de leidinggevende architect als volgt formuleerde:

  • De plaatser van de isolatie respecteerde de vooropgestelde dikte niet en schuurde al evenmin de toplaag.
  • De dekvloerlegger aanvaardde zijn ondergrond en zodoende ook de uitvoering (lees: te weinig dikke druklaag), en verzaakte bovendien aan zijn meldingsplicht.
  • De tegelzetter kon tijdens de tegelwerken op bepaalde plaatsen de geringe dikte van de dekvloer vaststellen (plaatselijke scheurvorming, maar betegelde toch bewust over deze verzwakkingen. Bovendien werd tijdens de controletesten vastgesteld dat de holklinkende tegels onvoldoende aan hun ondergrond hechtten.

Na gezamenlijk overleg werd besloten om de herstellingskosten te delen en het volledige tegelwerk op te breken tot aan de isolatielaag, waarbij de toplaag op dikte zou worden vlakgeschuurd. De chapist beloofde een nieuwe en voldoende rijke (250 kg cement per m² grof rijnzand) gewapende dekvloer aan te brengen en de tegelzetter om (na het respecteren van de droogtijd) nieuwe tegels te plaatsen.

Techniek

Om dergelijke types natuursteen, zijnde leisteen, op een correcte manier te plaatsen, dient de uitvoerder enkele aandachtspunten in acht te nemen. Door de gelaagde structuur van dit type leisteen kan zich een interne splijting voordoen door een drukvermindering na de ontginning. Indien er water tussen de samengestelde lagen zijn weg vindt, bestaat vooral bij buitenbevloering het risico op vorstschade in de vorm van splijting of afschilfering. Om dergelijke fenomenen tegen te gaan, is het aan te raden de tegeldiktes te beperken tot maximum 10 à 15 mm. Dit was ook het geval bij de hierboven beschreven binnenbevloering, waarop ook de volgende vier aandachtspunten van toepassing zijn.

 Aandachtspunten

  • Het restvocht van de dekvloer mag voor tegels met een geringe wateropname maximum 2,5% bedragen. Meestal geldt de vuistregel voor het bepalen van een voldoende droogtijd 1 week per cm dekvloerdikte + 1 extra week. Voor een dekvloer van bijvoorbeeld 6 cm betekent dit dat men pas mag vloeren na de 7de droogweek. Hier dient men evenwel rekening te houden met het seizoen en de omgevingsomstandigheden waarin de dekvloeractiviteiten plaatsgevonden hebben. Een restvochtmeting, bij voorkeur met de carbidefles, is voor de plaatsing van (vlekgevoelige) natuursteentegels nooit een overbodige luxe.
  • Wanneer dergelijke schistrijke steensoorten gekloven worden, kunnen ze vooral bij toepassing van traditionele plaatsingmethodes (met witte stelmortel) hechtingsproblemen met zich meebrengen. Deze worden enerzijds veroorzaakt door het lage waterabsorptievermogen van de splijtvlakken, en anderzijds door de aanwezigheid van een vetfilm op de legvlakken. Het is bijgevolg belangrijk om bij plaatsing van tegels die uit deze steensoorten worden vervaardigd, ze vóór de plaatsing van een stof- en vetvrij gereinigde legzijde te voorzien. Het realiseren van een versterkte hechtbrug kan bijvoorbeeld door de legzijde vooraf (24 uren) in te strijken met vervuilingsvrije witte cementbarbotine of een vloeibaar synthetisch polymeer zijnde een PVA-kunsthars, gemengd met gewassen rijnzand of witzand (Ref. WTCB TV 213 – Hfst.5).
  • Het contactoppervlak tussen dekvloer en tegel dient voldoende groot te zijn, net als de hechtlaagdikte (richtlijnen van het WTCB opvolgen!)
  • Indien de verlijmingtechniek wordt aangewend, is dubbele verlijming onontbeerlijk om een veilige hechting te verzekeren. Gebruik bij voorkeur een witte of trasgebonden tegellijm van het type C2F-S1. Tras is vervaardigd uit gemalen tufsteen (vulkanisch materiaal), dat zorgt voor een meer waterdichte mortelspecie en is minder gevoelig voor aantasting van gevoelige natuursteen.

Afwerking

In voorkomend geval werden na een voldoende droge en correct aangebrachte dekvloermortellaag, versterkt met 600 gr/m³ kunststofvezels en een wapeningnet van minimum 50/50/2, de leisteen tegels deskundig verlijmd. Hierbij werd een schuine lijmkam gebruikt van 12 mm voor de ‘floating’ en 8 mm voor de ‘buttering’. Beide lijmrillen werden met een torsbeweging parallel op elkaar gedrukt, zodat de lijmkanalen makkelijk gevuld raakten en ongeveer 90% contactoppervlak werd gehaald. Vaarwel hol klinkende tegels!